Pleitnota inzake cliënt:
Maria West, geboren op 14 februari 1989 te onbekend
Rechtbank Den Haag, d.d. 4 december 2021
Parketnummer: 09/235890-13
Contra: Openbaar Ministerie
Geachte voorzitter, Edelachtbare college, Officier van Justitie en andere aanwezigen,
Wij zijn hier vandaag bijeen omdat mijn cliënt, Maria West, ervan wordt verdacht dat zij op 2 oktober
2021 te Leiden een wapen, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad. Mijn cliënt is een
volwassen vrouw die in haar leven al het nodige te verduren heeft gehad. Aan de hand van het
vooraanstaande zal ik weergeven wat er daadwerkelijk is gebeurd op de bewuste dag van 2 oktober
2021.
Feitenrelaas
Wat we op basis van het dossier kunnen vaststellen is dat cliënt op 2 oktober 2021 staande is
gehouden wegens het spichtig om zich heen kijken. Bij de staande houding bleek dat cliënt een
ploertendoder in haar zak had. Cliënt is vervolgens aangehouden voor overtreding van artikel 13 lid 1
WWM.
Cliënt is op het politiebureau verhoord voor het feit dat zij een ploertendoder voorhanden had. Er is
geen advocaat aanwezig geweest tijdens dit verhoor, daar cliënt vond dat dit niet nodig was. Cliënt
heeft verklaard dat zij de ploertendoder besteld heeft uit Duitsland. Daarnaast heeft cliënt verklaard
dat zij PTSS heeft en uit veiligheidsoverwegingen een ploertendoder bij zich droeg.
(Bewijs)verweer
Mijn cliënt is staande gehouden voor het spichtig om zich heen kijken en het betreden van een drugs
gerelateerd pand, aldus de verbalisten. Volgens verbalisten wordt het pand, gelegen aan de hoek van
de Herenstraat, gebruikt als deallocatie. Echter wordt uit het dossier niet duidelijk waar de verbalisten
dit op baseren. Bij de staande houding hebben zij om haar legitimatiebewijs gevraagd, deze heeft mijn
cliënt aan hen gegeven. Verbalisten zetten in hun verklaring dat mijn cliënt trilde en dat zij stotterend
sprak. Dit is niet zo gek als hoe zij dat doen voorkomen. Cliënt heeft het niet zo op de politie daar zij al
meerdere malen het pad van hen is gekruist. Dit verklaart dan ook de trillingen en het stotterend
spreken.
Verbalisten geven aan dat zij een voorwerp zagen in de jas van mijn cliënt en dat zij vermoedden dat
het voorwerp een slagwapen betrof. Een vermoeden is echter geen geldige grond om zomaar spullen
Maria West, geboren op 14 februari 1989 te onbekend
Rechtbank Den Haag, d.d. 4 december 2021
Parketnummer: 09/235890-13
Contra: Openbaar Ministerie
Geachte voorzitter, Edelachtbare college, Officier van Justitie en andere aanwezigen,
Wij zijn hier vandaag bijeen omdat mijn cliënt, Maria West, ervan wordt verdacht dat zij op 2 oktober
2021 te Leiden een wapen, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad. Mijn cliënt is een
volwassen vrouw die in haar leven al het nodige te verduren heeft gehad. Aan de hand van het
vooraanstaande zal ik weergeven wat er daadwerkelijk is gebeurd op de bewuste dag van 2 oktober
2021.
Feitenrelaas
Wat we op basis van het dossier kunnen vaststellen is dat cliënt op 2 oktober 2021 staande is
gehouden wegens het spichtig om zich heen kijken. Bij de staande houding bleek dat cliënt een
ploertendoder in haar zak had. Cliënt is vervolgens aangehouden voor overtreding van artikel 13 lid 1
WWM.
Cliënt is op het politiebureau verhoord voor het feit dat zij een ploertendoder voorhanden had. Er is
geen advocaat aanwezig geweest tijdens dit verhoor, daar cliënt vond dat dit niet nodig was. Cliënt
heeft verklaard dat zij de ploertendoder besteld heeft uit Duitsland. Daarnaast heeft cliënt verklaard
dat zij PTSS heeft en uit veiligheidsoverwegingen een ploertendoder bij zich droeg.
(Bewijs)verweer
Mijn cliënt is staande gehouden voor het spichtig om zich heen kijken en het betreden van een drugs
gerelateerd pand, aldus de verbalisten. Volgens verbalisten wordt het pand, gelegen aan de hoek van
de Herenstraat, gebruikt als deallocatie. Echter wordt uit het dossier niet duidelijk waar de verbalisten
dit op baseren. Bij de staande houding hebben zij om haar legitimatiebewijs gevraagd, deze heeft mijn
cliënt aan hen gegeven. Verbalisten zetten in hun verklaring dat mijn cliënt trilde en dat zij stotterend
sprak. Dit is niet zo gek als hoe zij dat doen voorkomen. Cliënt heeft het niet zo op de politie daar zij al
meerdere malen het pad van hen is gekruist. Dit verklaart dan ook de trillingen en het stotterend
spreken.
Verbalisten geven aan dat zij een voorwerp zagen in de jas van mijn cliënt en dat zij vermoedden dat
het voorwerp een slagwapen betrof. Een vermoeden is echter geen geldige grond om zomaar spullen