HOOFDSTUK 7: HET SPIERSTELSEL
KEYPOINTS VAN DIT HOOFDSTUK
Kunnen opsommen en/of uitleggen in de juiste terminologie + ook de terminologie zelf kunnen omschrijven of
er een duidelijke definitie van kunnen geven:
- Welke zijn de vijf primaire functies van skeletspierweefsel?
Bewegen van skeletdelen.
Contracties van skeletspieren trekken aan pezen.
Handhaven van houding en lichaamspositie.
Constante spieractiviteit.
Ondersteunen van weke delen.
Skeletspieren dragen gewicht van organen in buik en bekkenholte.
Skeletspieren beschermen inwendige weefsels tegen beschadiging.
Openen en sluiten van in- en uitgangen.
Ringen van skeletspierweefsel waardoor men kan slikken, stoelgang en plassen bewust
aansturen.
Handhaven van lichaamstemperatuur.
Werkende spieren geven warmte af door energie om te zetten.
- Teken en bespreek de bindweefselsorganisatie van/in een spier. Welke is de relatie van de
bindweefselorganisatie rond en in een spier met de pees en het periost?
3 lagen bindweefsel.
Epimusium.
=> Omgeeft de spier als geheel.
› Collagene vezels die spier scheidt van omringende weefsels en organen.
Perimysium.
=> Verdeeld skeletspier in afzonderlijke bundels van spiervezels = fasciculus/ spierbundel.
› Collagene vezels, elastiche vezels, bloedvaten en zenuwen.
Naar fasciae/ bindweefselvliezen rond spier toe lopen.
Endomysium.
=> Bindweefselvlies dat rond elke individuele spiervezel ligt in spierbundel.
› Cappilairen en zenuwvezels.
, Pees/ aponeurose.
= Banden van collagene vezels waarmee skeletspieren aan beenderen zijn aangehecht en
aponeurosen verbinden verschillende skeletspieren.
Uiteinde van de spier waar collagene vezels van alle 3 de lagen samen komen.
Vezels van pees zijn met beenvlies van bot verweven.
› Stevige hechtingen.
› Elke samentrekking van de spier oefent een trekkracht op zijn pees uit en op zijn
beurt op aangehechte bot, aan periost (buitenste beenvlies).
- Prikkeloverdracht en spiercelcontractie.
- Bespreek de (cholinerge) overdracht van een actiepotentiaal van een zenuwcel naar een spiercel, dus
ter hoogte van de neuromusculaire junctie.
ACh
= Neurotransmitter.
= Chemische stof die door neuron wordt vrijgemaakt voor de com. met andere cellen.
Actiepotentiaal.
= Elek. impuls in het sacrolemma.
KEYPOINTS VAN DIT HOOFDSTUK
Kunnen opsommen en/of uitleggen in de juiste terminologie + ook de terminologie zelf kunnen omschrijven of
er een duidelijke definitie van kunnen geven:
- Welke zijn de vijf primaire functies van skeletspierweefsel?
Bewegen van skeletdelen.
Contracties van skeletspieren trekken aan pezen.
Handhaven van houding en lichaamspositie.
Constante spieractiviteit.
Ondersteunen van weke delen.
Skeletspieren dragen gewicht van organen in buik en bekkenholte.
Skeletspieren beschermen inwendige weefsels tegen beschadiging.
Openen en sluiten van in- en uitgangen.
Ringen van skeletspierweefsel waardoor men kan slikken, stoelgang en plassen bewust
aansturen.
Handhaven van lichaamstemperatuur.
Werkende spieren geven warmte af door energie om te zetten.
- Teken en bespreek de bindweefselsorganisatie van/in een spier. Welke is de relatie van de
bindweefselorganisatie rond en in een spier met de pees en het periost?
3 lagen bindweefsel.
Epimusium.
=> Omgeeft de spier als geheel.
› Collagene vezels die spier scheidt van omringende weefsels en organen.
Perimysium.
=> Verdeeld skeletspier in afzonderlijke bundels van spiervezels = fasciculus/ spierbundel.
› Collagene vezels, elastiche vezels, bloedvaten en zenuwen.
Naar fasciae/ bindweefselvliezen rond spier toe lopen.
Endomysium.
=> Bindweefselvlies dat rond elke individuele spiervezel ligt in spierbundel.
› Cappilairen en zenuwvezels.
, Pees/ aponeurose.
= Banden van collagene vezels waarmee skeletspieren aan beenderen zijn aangehecht en
aponeurosen verbinden verschillende skeletspieren.
Uiteinde van de spier waar collagene vezels van alle 3 de lagen samen komen.
Vezels van pees zijn met beenvlies van bot verweven.
› Stevige hechtingen.
› Elke samentrekking van de spier oefent een trekkracht op zijn pees uit en op zijn
beurt op aangehechte bot, aan periost (buitenste beenvlies).
- Prikkeloverdracht en spiercelcontractie.
- Bespreek de (cholinerge) overdracht van een actiepotentiaal van een zenuwcel naar een spiercel, dus
ter hoogte van de neuromusculaire junctie.
ACh
= Neurotransmitter.
= Chemische stof die door neuron wordt vrijgemaakt voor de com. met andere cellen.
Actiepotentiaal.
= Elek. impuls in het sacrolemma.