Middeleeuwse literatuur Karel ende Elegast
Literatuur onderzoek
Onderwerp: man-vrouw verhouding
Onderzoeksvragen
Hoofdvraag: Hoe was de man-vrouw verhouding onder de mensen in de middeleeuwen
vergeleken met nu?
Deelvragen:
- Hoe verschilde de rol van mannen en vrouwen in de middeleeuwse maatschappij?
- Wat waren de verschillen tussen de rechten van vrouwen en de rechten van
mannen?
- In hoeverre maakten de vrouwen deel uit van de middeleeuwse literatuur?
- Welke ontwikkelingen zijn er in de man-vrouw verhouding geweest sinds de
middeleeuwen?
Inleiding
De verhouding tussen man en vrouw zoals men die vandaag de dag kent, is lang niet altijd zo
vanzelfsprekend geweest. Kijkend naar de sociale geschiedenis van de man-vrouw
verhouding door de jaren heen, zie je dat dat wat men nu eerlijk en gelijke behandeling van
de verschillende geslachten vindt, vroeger totaal niet aan de orde was. Het doel van dit
literatuuronderzoek is om erachter te komen hoe de man-vrouw verhouding in de
middeleeuwen zich verhoudt tot die van nu. In dit essay wordt onder andere onderzocht hoe
de rollen en rechten van mannen en vrouwen onderling verschilden in de Middeleeuwen en
hoe deze inmiddels zijn veranderd. Daarnaast wordt er ook ingegaan op tot in hoeverre de
androcentrische cultuur van toen terug te vinden is in de Middeleeuwse literatuur en in
Karel ende Elegast .
Onrechtvaardigheid in de rollen
In de middeleeuwse maatschappij waren de rollen niet gelijk verdeeld. De maatschappij
bestond namelijk uit drie standen: de geestelijkheid, de adel en de boeren. De eerste twee
standen waren allebei belangrijke standen, maar de boeren, waaruit het grootste deel van
de bevolking bestond, leed een karig bestaan en had weinig voor het zeggen. Hoewel er dus
een groot contrast was tussen de standen, was er toch één grote overeenkomst en dat was
dat vrouwen niet gelijkwaardig aan mannen werden gevonden.
Een goed voorbeeld hiervan vind je terug in Karel en de Elegast:
Toen Eggeriks vrouw die toeleg had gehoord,
sprak zij: ‘Liever dan dat ik deze moord
goedvond, zag ik jou aan de hals ophangen.’
Literatuur onderzoek
Onderwerp: man-vrouw verhouding
Onderzoeksvragen
Hoofdvraag: Hoe was de man-vrouw verhouding onder de mensen in de middeleeuwen
vergeleken met nu?
Deelvragen:
- Hoe verschilde de rol van mannen en vrouwen in de middeleeuwse maatschappij?
- Wat waren de verschillen tussen de rechten van vrouwen en de rechten van
mannen?
- In hoeverre maakten de vrouwen deel uit van de middeleeuwse literatuur?
- Welke ontwikkelingen zijn er in de man-vrouw verhouding geweest sinds de
middeleeuwen?
Inleiding
De verhouding tussen man en vrouw zoals men die vandaag de dag kent, is lang niet altijd zo
vanzelfsprekend geweest. Kijkend naar de sociale geschiedenis van de man-vrouw
verhouding door de jaren heen, zie je dat dat wat men nu eerlijk en gelijke behandeling van
de verschillende geslachten vindt, vroeger totaal niet aan de orde was. Het doel van dit
literatuuronderzoek is om erachter te komen hoe de man-vrouw verhouding in de
middeleeuwen zich verhoudt tot die van nu. In dit essay wordt onder andere onderzocht hoe
de rollen en rechten van mannen en vrouwen onderling verschilden in de Middeleeuwen en
hoe deze inmiddels zijn veranderd. Daarnaast wordt er ook ingegaan op tot in hoeverre de
androcentrische cultuur van toen terug te vinden is in de Middeleeuwse literatuur en in
Karel ende Elegast .
Onrechtvaardigheid in de rollen
In de middeleeuwse maatschappij waren de rollen niet gelijk verdeeld. De maatschappij
bestond namelijk uit drie standen: de geestelijkheid, de adel en de boeren. De eerste twee
standen waren allebei belangrijke standen, maar de boeren, waaruit het grootste deel van
de bevolking bestond, leed een karig bestaan en had weinig voor het zeggen. Hoewel er dus
een groot contrast was tussen de standen, was er toch één grote overeenkomst en dat was
dat vrouwen niet gelijkwaardig aan mannen werden gevonden.
Een goed voorbeeld hiervan vind je terug in Karel en de Elegast:
Toen Eggeriks vrouw die toeleg had gehoord,
sprak zij: ‘Liever dan dat ik deze moord
goedvond, zag ik jou aan de hals ophangen.’