Samenvatting GW
Inleiding: Nature en nurture
Nurture = eigenschappen die het individu meekrijgt via de omgeving: opvoeding, onderwijs en cultuur
populair in de jaren 60 en 70
Nature = aangeboren en erfelijke eigenschappen die het individu al van in de baarmoeder meekrijgt
populair in de jaren 80 en 90
Epigenetica = specialisme binnen de genetica (biologie) dat de invloed van omgevingsfactoren op de
genexpressie van het DNA bestudeert (bv.: alcoholverslaving gen)
Geslacht = biologisch (geslachtsdelen) aangeboren
Gender = hoe je u voelt (bv.: ‘gevangen in een verkeerd lichaam’)
Eeneigentweeling = zelfde geslacht, komen uit één cel
XY
Bevruchting:
Y
Xh X
Y
XY
De eerste 6 weken van de bevruchting ontwikkeld alles vrouwelijk, ook bij jongens
XX eerste 6 weken XY
meisje meisje
XY MIS gen
testosteron
testikels
VEEL testosteron
Beenderen, spieren, … worden mannelijk
hersenen mannelijke hersenen
Paringscentrum Paringscentrum
- T: vrouwelijk paringscentrum (vrouw man = hetero) - T: mannelijk paringscentrum (man vrouw = hetero)
- T: mannelijk paringscentrum (vrouw vrouw = lesbisch) - T: vrouwelijk paringscentrum (man man = homo)
Geslachtsrolcentrum Geslachtsrolcentrum
- T: vrouwelijk GRC: vrouwelijk gedrag + voelen - T: mannelijk GRC: mannelijk gedrag + voelen
- T: mannelijk GRC: mannelijk gedrag + voelen - T: vrouwelijk GRC: vrouwelijk gedrag + voelen
H1: De geest in de machine
Cartesiaans dualisme: overtuiging (van Descartes) dat lichaam en geest twee aparte entiteiten zijn en dat enkel het
lichaam wetenschappelijk te bestuderen is.
Psychosomatische beïnvloeding: geest beïnvloed het lichaam
Somatopsychische beïnvloeding: lichaam beïnvloed de geest
psycho = geest, soma = lichaam
Inleiding: Nature en nurture
Nurture = eigenschappen die het individu meekrijgt via de omgeving: opvoeding, onderwijs en cultuur
populair in de jaren 60 en 70
Nature = aangeboren en erfelijke eigenschappen die het individu al van in de baarmoeder meekrijgt
populair in de jaren 80 en 90
Epigenetica = specialisme binnen de genetica (biologie) dat de invloed van omgevingsfactoren op de
genexpressie van het DNA bestudeert (bv.: alcoholverslaving gen)
Geslacht = biologisch (geslachtsdelen) aangeboren
Gender = hoe je u voelt (bv.: ‘gevangen in een verkeerd lichaam’)
Eeneigentweeling = zelfde geslacht, komen uit één cel
XY
Bevruchting:
Y
Xh X
Y
XY
De eerste 6 weken van de bevruchting ontwikkeld alles vrouwelijk, ook bij jongens
XX eerste 6 weken XY
meisje meisje
XY MIS gen
testosteron
testikels
VEEL testosteron
Beenderen, spieren, … worden mannelijk
hersenen mannelijke hersenen
Paringscentrum Paringscentrum
- T: vrouwelijk paringscentrum (vrouw man = hetero) - T: mannelijk paringscentrum (man vrouw = hetero)
- T: mannelijk paringscentrum (vrouw vrouw = lesbisch) - T: vrouwelijk paringscentrum (man man = homo)
Geslachtsrolcentrum Geslachtsrolcentrum
- T: vrouwelijk GRC: vrouwelijk gedrag + voelen - T: mannelijk GRC: mannelijk gedrag + voelen
- T: mannelijk GRC: mannelijk gedrag + voelen - T: vrouwelijk GRC: vrouwelijk gedrag + voelen
H1: De geest in de machine
Cartesiaans dualisme: overtuiging (van Descartes) dat lichaam en geest twee aparte entiteiten zijn en dat enkel het
lichaam wetenschappelijk te bestuderen is.
Psychosomatische beïnvloeding: geest beïnvloed het lichaam
Somatopsychische beïnvloeding: lichaam beïnvloed de geest
psycho = geest, soma = lichaam