100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Roger McFadden. Farmacologie, Expert College. Hoofdstuk 2. Eiwitten waarop geneesmiddelen aangrijpen

Rating
-
Sold
-
Pages
3
Uploaded on
06-02-2022
Written in
2021/2022

Samenvatting van Hoofdstuk 2 van Farmacologie, Expert College van Roger McFadden ISBN: 5880

Institution
Course








Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 2
Uploaded on
February 6, 2022
Number of pages
3
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

Content preview

Farmacologie, Expert College.
Hoofdstuk 2
 De meeste geneesmiddelen zijn aangrijpend op cellen en hebben meestal hun uitwerkingen op biochemische
processen in cellen.
 Er zijn vier eiwitten die de belangrijkste aangrijpingspunten zijn voor geneesmiddelen: Receptoren,
ionkanalen, enzymen en transporteiwitten.

2.1 Waarom zijn eiwitten goede aangrijpingspunten voor
geneesmiddelen?
 Geneesmiddelen grijpen aan op en binden aan eiwitten.
 Na een hele hoop gebeurtenissen volgt een therapeutisch effect.
 Er zijn drie redenen waarom eiwitten geschikte aangrijpingspunten zijn voor geneesmiddelen:
 Er zijn veel verschillende soorten eiwitten: Er zijn dus veel eiwitten die een mogelijk aangrijpingspunt
voor geneesmiddelen kunnen zijn.
 Het werkt niet voor alle eiwitten. Sommige eiwitten hebben een taak die niets te maken heeft
met een bepaalde ziekte en werken dus niet. Anderen zijn juist te belangrijk om te gebruiken.
 Er blijven 200 eiwitten over de voor 200 geneesmiddelen zorgen. Deze staan in het
farmacotherapeutisch kompas.
 Eiwitten spelen een belangrijke rol bij fysiologische processen: Belangrijke processen worden mogelijk
gemaakt door eiwitten. Als je het eiwit met een geneesmiddel beïnvloedt, verander je daarbij dus ook het
effect op het proces. Er moet dan wel rekening worden gehouden met eventuele bijwerkingen.
 Elk orgaan en weefsel heeft een eigen specifiek eiwit dat kenmerkend is voor dat orgaan en weefsel: Je
kunt dan een geneesmiddel ontwikkelen dat alleen effect heeft op een bepaald orgaan of weefsel.
 Er zijn helaas ook bepaalde eiwitten die je met een geneesmiddel wilt behandelen maar ook in
andere organen en weefsels zitten. Dit kan problemen geven.

2.2 Eiwitten waarop geneesmiddelen aangrijpen – Receptoren
 Communicatie is erg belangrijk voor het functioneren van het lichaam. Fysiologische processen hebben veel
biochemische reacties en moeten juist worden gecoördineert zodat ze goed plaatsvinden.
 Delen van de hersenen moeten onderling communiceren en met organen en weefsels en klieren moeten
communiceren met cellen en weefsels om te zorgen voor homeostase.
 Communicatie in het lichaam wordt mede mogelijk gemaakt door chemische boodschappers die worden
afgegeven door bijvoorbeeld zenuw- of kliercellen. Deze binden aan receptoren op een cel om een effect
in de cel aan te sturen.
 Het celmembraan bestaat vooral uit vet. Stoffen die hydrofoob zijn kunnen niet door dit membraan.
 Chemische boodschappers binden daarom aan het extracellulaire deel.
 Er zijn ook intracellulaire receptoren die dienen als aangrijpingspunt voor steroïdhormonen (op lipide
gebasseerde vetachtige stoffen) en enkele moleculen zonder elektrische lading.
 Receptoren zijn vaak aangrijpingspunten voor geneesmiddelen.
 Enkele veelgebruikte geneesmiddelen die aan receptoren binden zijn:
 Sulbutamol: Verwijdt de luchtwegen en verlicht de symptomen van astma.
 Atenolol: Verlaagt de harslag en verlicht pijn bij angina pectoris.
 Morfine: Blokkeert pijnbanen in het ruggenmerg en kan ernstige pijn verlichten.
 Candesartan: Verwijdt perifere bloedvaten en verlaagt de bloeddruk.
 Chemische boodschappers kun je in drie groepen indelen:
 Hormonen: Worden door klierweefsel aan de bloedbaan afgegeven en komen dan terecht in het juiste
weefsel. Hier koppelen ze aan receptoren.
 Insuline: Wordt door eilandjes van Langerhans in de pancreas aangemaakt en bindt aan een
insulinereceptor. Er kan dan meer glucose uit het bloed worden opgenomen.
 Adrenaline: Bindt aan receptor en heeft verschillende effecten.
 Steroïdhormonen als oestrogeen zijn lipiden en zijn afgeleid van cholesterol. In de cel binden ze
aan receptoren.
 Neurotransmitters: Komen uit neuronuiteinden en binden aan receptoren op andere cellen of neuronen.
 Een sympathisch neuron kan noradrenaline afgeven wat aan de arteriolen (kleine slagaders)
bindt. Het zal de arteriële spiercellen doen samentrekken waardoor de aderen vernauwen.
$3.60
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
melikaseinen
5.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
melikaseinen Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
4
Member since
4 year
Number of followers
4
Documents
10
Last sold
3 year ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions