FILOSOFIE (SOCIAAL WERK)
SAMENVATTING EXAMEN SEMESTER 2
LES 1: OORSPRONG VAN DE FILOSOFIE (P7-P14)
1. INLEIDING
Filosofie komt van het Griekse filein en sophia
• filein = houden van
• sophia = Griekse godin van de Wijsheid
1.1 VRAAG NAAR OORSPRONG
2 manieren:
Filosofie is zo oud als de mens zelf
• Iedereen stelt deze diepzinnige vragen
Voorbeeld: ‘Waarom leven wij?’
• Filosofie begint met verwondering (= bron van onze zoektocht om te begrijpen wat er
zich voordoet in onszelf en de wereld)
Filosofie is ontstaan in een bepaalde periode en binnen een bepaalde cultuur
• Het is een manier van denken
• Westerse filosofie (6de eeuw v.C.) rond Egeïsche zee
• Oosten: ontstaan van nieuwe filosofische zienswijzen
• India: schrijven van de Upanishaden (= filosofische reflecties op de oeroude Vedische
geschriften)
→ Ook de Mahavira en Boeddha (= 2 figuren die traditionele levensbeschouwing in vraag
stelde)
• China: Confucius met sociale filosofie + bloei van taoïsme (Lao Tse)
1.2 ONTSTAAN WESTERSE FILOSOFIE
Overgang van myhtos naar logos
• mythos = wereldbeeld gebaseerd op mythes gekleurd door rijke wereld van goden en
fantastische verhalen
• logos = wereldbeeld zoekt fundering in meer rationele verklaring
1
, → rationaliteit = belang van observatie en argumentatie + natuur verklaart vanuit de
natuur (NIET beroep doen op goden en wezens)
Mythische wereldbeelden
• In alle culturen en tijden
• Geliefde onderwerp van antropologen
Voorbeeld: Australische aborigines, Afrikaanse herdersvolkeren …
Mythen uit westerse cultuur
• Behandelen diepmenselijke vragen adhv. metaforen en verhalen
• Verhalen bevatten verschillende lagen van overgeleverde wijsheid
Voorbeeld: Adam en Eva
→ Gevolg van kennis en oordelen = eten van boom van kennis goed & kwaad, uit
continuüm van natuur gevallen.
→ Lijden is ons lot
Voorbeeld: Terugkeer van Odyseus
→ De weg die mens aflegt om zichzelf terug te vinden, tegen alle
verlokkingen van het leven in
2. OMSCHRIJVING EN INDELING VAN DE FILOSOFIE
2.1 TUSSEN RELIGIE EN WETENSCHAP
Omschrijving filosofie (Italiaan Crescenzo)
• Filosofie bevindt zich tussen religie en wetenschap
• Afsplitsing: publicatie van 2 belangrijke werken over visie op mens en wereld
→ ‘Over de bewegingen van de hemelsferen’ (Copernicus)
→ ‘Over de samenstelling van het menselijke lichaam’ (Vesalius)
Ontwikkeling van wetenschappelijke methode + begrippen inductie en experiment (Francis
Bacon)
• Beide zijn basis van wetenschappelijke methode
• Uitmonden in natuurwetten van Newton + begin van fysica
• Filosofie standhouden als moeder van de wetenschappen
→ Nieuwe domeinen: fysica, neurowetenschappen & kwantumfysica (= quantumfysica)
Wetenschap = bestudeert wereld van fenomenen
• Datgene dat objectiveerbaar, zichtbaar & meetbaar is.
• Opzoek naar wetten en theorieën die fenomenen kunnen verklaren
2.2 DRIE GROTE VRAGEN EN DOMEINEN
Immanuel Kant = grote filosoof van de Verlichting
3 essentiële vragen
2
, • Hoe kunnen we kennen? (= ons denken)
• Hoe moeten we handelen? (= ons handelen)
• Wat mogen we hopen? (= onze verwachtingen)
→ 3 vragen teruggebracht tot één vraag: “Wat is de mens?” (= ‘Wie ben ik?”)
Filosofie houdt zich bezig met … (Luc Ferry)
• Kennis/weten
• Ethiek
• Wijsheid
2.3 HET HUIS VAN DE FILOSOFIE
Vertrekken vanuit fundamentele onderscheid tussen feiten en waarden
Feiten:
• 'dat wat is’
• Over de ontologie (= de leer van het zijn)
• Opgedeeld in wereld, bovenwereld & mens
Waarden – 3 grote waarden (Plato):
• het Goede
• het Ware
• het Schone
het huis van de filosofie = gebouw met 2 verdiepingen, met elk 3 kamers in.
Verdieping 1: ontologische vragen, vragen naar het ‘Zijnde’
Opgedeeld in 3 grote domeinen (= kamers):
• de wereld (= kosmos, fysis)
• de bovenwereld (= metafysica)
• de mens, die plaats inneemt als onderdeel van de natuur
Kamer 1: kosmologie
= vraagt naar de oorsprong van de kosmos, natuur, krachten binnen die natuur
ontwikkelt zich in fysica, astronomie, scheikunde, biologie …
Voorbeeld: ‘Wat is oneindigheid?’
Kamer 2: metafysica (letterlijk: ‘boven de fysica’)
= vraag naar achterliggende principes
als achterliggende principe God is, noemt men dit theologie
Voorbeeld: ‘Hoe is het leven na de dood?’
Kamer 3: antropologie
3
, = houdt zich bezig met de mens (wie ben ik, wat drijft mij)
ontwikkelt zich in sociologie, psychologie, culturele antropologie & agogiek
Voorbeeld: ‘Zijn we van nature goed of zijn we van nature slecht?’
Verdieping 2: vragen naar de ‘drie waarden’
drie grote waarden van Plato: het Ware, het Goede en het Schone
houdt zich bezig met wat ‘behoort’ te zijn
Kamer 1: Waarheid
• Kennisleer (= epistemologie) vragen over waarheid en kennis
Voorbeeld: ‘Wat is kennis?’ of ‘Wat is waarheid?’
• 20ste eeuw: ontstaan wetenschap-, taal- & bewustzijnsfilosofie als aparte takken
• Logica = bezighouden met vraag ‘Wat is geldig redeneren?’
• Wetenschapsfilosofie = bezighouden met grondslagen van kennis van afzonderlijke
wetenschappen
methoden, grondstelling, begrippen & doel worden verheldert + aan kritisch onderzoek
onderworpen
• Taalfilosofie = behandelen van ontstaan van ontwikkeling, betekenis & functie van taal +
verband tussen taal en dingen & taal en denken
Kamer 2: Goedheid & Rechtvaardigheid
• Ethiek = onderzoekt het goede
Voorbeeld: ‘Wat is goedheid en rechtvaardigheid?’ of ‘Hoe kan het goede gefundeerd
worden?’
• Sociale en politiek filosofie = bezighouden met rechtvaardige samenleving
Voorbeeld: ‘Hoe dient een rechtvaardige maatschappij te worden georganiseerd?’
• Rechtsfilosofie = vraag naar de aard en oorsprong van recht + verhouding tot ethiek
deontologie (= plichtenleer) & criminologie sluiten hier nauw aan
Kamer 3: Schoonheid
• Esthetica = bezighouden met vraag over schoonheid en kunst
afgeleide deelgebieden zijn kunst- en cultuurfilosofie
Voorbeeld: ‘Wat is schoonheid?’ of ‘Wat is kunst?’
3. DE VOOR-SOCRATISCHE FILOSOFIE
Pre-socratische filosofie = de filosofie van voor Socrates
• Zet eerste stappen naar nieuw soort denken
• Vragen kosmologisch geïnspireerd
• Opzoek naar oorsprong van kosmos & principes van verandering
• 6 belangwekkende figuren
3.1 THALES VAN MILETE
Ken Uzelf (gnothi seauton) – Thales van Milete
4
SAMENVATTING EXAMEN SEMESTER 2
LES 1: OORSPRONG VAN DE FILOSOFIE (P7-P14)
1. INLEIDING
Filosofie komt van het Griekse filein en sophia
• filein = houden van
• sophia = Griekse godin van de Wijsheid
1.1 VRAAG NAAR OORSPRONG
2 manieren:
Filosofie is zo oud als de mens zelf
• Iedereen stelt deze diepzinnige vragen
Voorbeeld: ‘Waarom leven wij?’
• Filosofie begint met verwondering (= bron van onze zoektocht om te begrijpen wat er
zich voordoet in onszelf en de wereld)
Filosofie is ontstaan in een bepaalde periode en binnen een bepaalde cultuur
• Het is een manier van denken
• Westerse filosofie (6de eeuw v.C.) rond Egeïsche zee
• Oosten: ontstaan van nieuwe filosofische zienswijzen
• India: schrijven van de Upanishaden (= filosofische reflecties op de oeroude Vedische
geschriften)
→ Ook de Mahavira en Boeddha (= 2 figuren die traditionele levensbeschouwing in vraag
stelde)
• China: Confucius met sociale filosofie + bloei van taoïsme (Lao Tse)
1.2 ONTSTAAN WESTERSE FILOSOFIE
Overgang van myhtos naar logos
• mythos = wereldbeeld gebaseerd op mythes gekleurd door rijke wereld van goden en
fantastische verhalen
• logos = wereldbeeld zoekt fundering in meer rationele verklaring
1
, → rationaliteit = belang van observatie en argumentatie + natuur verklaart vanuit de
natuur (NIET beroep doen op goden en wezens)
Mythische wereldbeelden
• In alle culturen en tijden
• Geliefde onderwerp van antropologen
Voorbeeld: Australische aborigines, Afrikaanse herdersvolkeren …
Mythen uit westerse cultuur
• Behandelen diepmenselijke vragen adhv. metaforen en verhalen
• Verhalen bevatten verschillende lagen van overgeleverde wijsheid
Voorbeeld: Adam en Eva
→ Gevolg van kennis en oordelen = eten van boom van kennis goed & kwaad, uit
continuüm van natuur gevallen.
→ Lijden is ons lot
Voorbeeld: Terugkeer van Odyseus
→ De weg die mens aflegt om zichzelf terug te vinden, tegen alle
verlokkingen van het leven in
2. OMSCHRIJVING EN INDELING VAN DE FILOSOFIE
2.1 TUSSEN RELIGIE EN WETENSCHAP
Omschrijving filosofie (Italiaan Crescenzo)
• Filosofie bevindt zich tussen religie en wetenschap
• Afsplitsing: publicatie van 2 belangrijke werken over visie op mens en wereld
→ ‘Over de bewegingen van de hemelsferen’ (Copernicus)
→ ‘Over de samenstelling van het menselijke lichaam’ (Vesalius)
Ontwikkeling van wetenschappelijke methode + begrippen inductie en experiment (Francis
Bacon)
• Beide zijn basis van wetenschappelijke methode
• Uitmonden in natuurwetten van Newton + begin van fysica
• Filosofie standhouden als moeder van de wetenschappen
→ Nieuwe domeinen: fysica, neurowetenschappen & kwantumfysica (= quantumfysica)
Wetenschap = bestudeert wereld van fenomenen
• Datgene dat objectiveerbaar, zichtbaar & meetbaar is.
• Opzoek naar wetten en theorieën die fenomenen kunnen verklaren
2.2 DRIE GROTE VRAGEN EN DOMEINEN
Immanuel Kant = grote filosoof van de Verlichting
3 essentiële vragen
2
, • Hoe kunnen we kennen? (= ons denken)
• Hoe moeten we handelen? (= ons handelen)
• Wat mogen we hopen? (= onze verwachtingen)
→ 3 vragen teruggebracht tot één vraag: “Wat is de mens?” (= ‘Wie ben ik?”)
Filosofie houdt zich bezig met … (Luc Ferry)
• Kennis/weten
• Ethiek
• Wijsheid
2.3 HET HUIS VAN DE FILOSOFIE
Vertrekken vanuit fundamentele onderscheid tussen feiten en waarden
Feiten:
• 'dat wat is’
• Over de ontologie (= de leer van het zijn)
• Opgedeeld in wereld, bovenwereld & mens
Waarden – 3 grote waarden (Plato):
• het Goede
• het Ware
• het Schone
het huis van de filosofie = gebouw met 2 verdiepingen, met elk 3 kamers in.
Verdieping 1: ontologische vragen, vragen naar het ‘Zijnde’
Opgedeeld in 3 grote domeinen (= kamers):
• de wereld (= kosmos, fysis)
• de bovenwereld (= metafysica)
• de mens, die plaats inneemt als onderdeel van de natuur
Kamer 1: kosmologie
= vraagt naar de oorsprong van de kosmos, natuur, krachten binnen die natuur
ontwikkelt zich in fysica, astronomie, scheikunde, biologie …
Voorbeeld: ‘Wat is oneindigheid?’
Kamer 2: metafysica (letterlijk: ‘boven de fysica’)
= vraag naar achterliggende principes
als achterliggende principe God is, noemt men dit theologie
Voorbeeld: ‘Hoe is het leven na de dood?’
Kamer 3: antropologie
3
, = houdt zich bezig met de mens (wie ben ik, wat drijft mij)
ontwikkelt zich in sociologie, psychologie, culturele antropologie & agogiek
Voorbeeld: ‘Zijn we van nature goed of zijn we van nature slecht?’
Verdieping 2: vragen naar de ‘drie waarden’
drie grote waarden van Plato: het Ware, het Goede en het Schone
houdt zich bezig met wat ‘behoort’ te zijn
Kamer 1: Waarheid
• Kennisleer (= epistemologie) vragen over waarheid en kennis
Voorbeeld: ‘Wat is kennis?’ of ‘Wat is waarheid?’
• 20ste eeuw: ontstaan wetenschap-, taal- & bewustzijnsfilosofie als aparte takken
• Logica = bezighouden met vraag ‘Wat is geldig redeneren?’
• Wetenschapsfilosofie = bezighouden met grondslagen van kennis van afzonderlijke
wetenschappen
methoden, grondstelling, begrippen & doel worden verheldert + aan kritisch onderzoek
onderworpen
• Taalfilosofie = behandelen van ontstaan van ontwikkeling, betekenis & functie van taal +
verband tussen taal en dingen & taal en denken
Kamer 2: Goedheid & Rechtvaardigheid
• Ethiek = onderzoekt het goede
Voorbeeld: ‘Wat is goedheid en rechtvaardigheid?’ of ‘Hoe kan het goede gefundeerd
worden?’
• Sociale en politiek filosofie = bezighouden met rechtvaardige samenleving
Voorbeeld: ‘Hoe dient een rechtvaardige maatschappij te worden georganiseerd?’
• Rechtsfilosofie = vraag naar de aard en oorsprong van recht + verhouding tot ethiek
deontologie (= plichtenleer) & criminologie sluiten hier nauw aan
Kamer 3: Schoonheid
• Esthetica = bezighouden met vraag over schoonheid en kunst
afgeleide deelgebieden zijn kunst- en cultuurfilosofie
Voorbeeld: ‘Wat is schoonheid?’ of ‘Wat is kunst?’
3. DE VOOR-SOCRATISCHE FILOSOFIE
Pre-socratische filosofie = de filosofie van voor Socrates
• Zet eerste stappen naar nieuw soort denken
• Vragen kosmologisch geïnspireerd
• Opzoek naar oorsprong van kosmos & principes van verandering
• 6 belangwekkende figuren
3.1 THALES VAN MILETE
Ken Uzelf (gnothi seauton) – Thales van Milete
4