Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Psychologie Prof. Lauwerier

Rating
-
Sold
-
Pages
57
Uploaded on
31-01-2022
Written in
2019/2020

Uitgebreide samenvatting van het vak Psychologie, deel van Prof. Lauwerier

Institution
Course

Content preview

Samenvatting Psychologie:
Prof. Lauwerier
Inleiding: Wat is psychologie? 1-4


 Wat is psychologie?
 Voorlopers van de psychologie
 De eerste scholen van de psychologie
 Onderzoeksmethoden in de psychologie

Wat is psychologie?
Psychologie is de wetenschap waarbij het gedrag wordt bestudeerd en waarbij het gedrag
gebruikt wordt om de interne processen te begrijpen die aan de basis liggen van gedrag.
Echter is er veel scepticisme ten opzichte van psychologie en wordt het beschouwd als ‘soft
science’. Zo zouden er te veel theorieën zijn en zouden deze bovendien te verscheiden zijn.
Daarnaast wordt psychologie (vaak) gebruikt in combinatie met andere wetenschappelijke
disciplines. Zo ontstaan meerdere verklaringen die mogelijk zijn voor het definiëren van
menselijk functioneren. Deze verklaringen komen voort uit unieke assumpties binnen elke
individuele wetenschappelijke discipline. Bovendien is er frequent overlap tussen
verschillende disciplines.

Voor psychologen is psychologie dan weer de wetenschap bij uitstek. Zo wordt volgens hen
elke assumptie ondersteund door evidentie en is iets niet zomaar waar omdat iemand zegt dat
dit zo is. Daarenboven hangt een soort van inherent scepticisme voor bevindingen die niet
wetenschappelijk ondersteund worden en maakt de psychologie, net als de wetenschap,
gebruik van onderzoeksmethoden bij het bestuderen van gedrag en interne processen. Zo is de
empirische cyclus waarbij data systematisch worden verzameld en gecontroleerd door middel
van verschillende observaties om zo de hypothese te bevestigen of te weerleggen zeer
typerend.


Voorlopers van de psychologie
Psychologie is zeer complex omwille van het feit dat de ziel iets ‘goddelijk’ heeft. Het is niet
tastbaar, niet aards en dus is er geen noodzaak om het te bestuderen, dit in vergelijking met de
wetenschap die betrekkening heeft tot het lichamelijke. Echter werd er reeds in de oudheid al
nagedacht over psychologie en werd er reeds onderzoek gedaan naar bv. het geheugen. Zo
had je Plato en Socrates die via een intuïtieve, niet-wetenschappenlijke manier de ziel van de
mens probeerden te bestuderen door gebruik te maken van rede en de observatie van
individuen.



1

,De redenen waarom de ontwikkeling van de psychologie zo lang duurde is enerzijds de
complexiteit van het fenomeen, meer bepaald de ziel, en anderzijds het mensbeeld. Toch
waren er in de loop van de tijd een groot aantal ontwikkelingen die de psychologie mogelijk
maakten:
1. Toenemend belang van (exacte) wetenschap in de maatschappij. Na de val van
het Romeinse rijk was de Katholieke kerk de enige instantie die het onderwijs
stimuleerde. Het gevolg is dat hun geloofswaarden primair zijn en de ziel als niet
aards wordt beschouwd. Dit duurde tot de reformatie in de 16e eeuw. Op hetzelfde
moment vond de wetenschappelijke revolutie plaats met o.a. Copernicus. Hij
beschouwde de mensen (en de Aarde) niet langer als het middelpunt (geocentrisme
en heliocentrisme) en worden mensen ook onderworpen aan natuurwetten en
kunnen/mogen ze het voorwerp van studie zijn. Later kwamen ook Galilei en Newton
met hetzelfde idee. Vanaf de 18e eeuw kenden wetenschap en techniek hierdoor een
enorme groei en hebben de methodes binnen de wetenschap en de techniek een
belangrijke bijdrage geleverd aan de psychologie, en meer bepaald de exacte-
wetenschappelijke methode.

2. Ontwikkelingen in de filosofie. Aanvankelijk was er het dualisme, onder het bewind
van de Katholieke kerk, waarbij het lichamelijke en het geestelijke apart werden
behandeld. Later beweerde onder meer Descartes dat deze theorie helemaal nergens
toe leidde, omdat het lichamelijke en het geestelijke constant met elkaar interageren
en het lichaam niet louter de ‘slaaf’ van de geest is. Op die manier ontstond het
dualistisch interactionisme en verder ook het rationalisme (de waarheid kan afgeleid
worden via de rede, door na te denken en observatie is niet nodig) en nativisme
(sommige kennis is aangeboren). Het menselijk lichaam werd zo aanzien als een
machine die gemakkelijk wetenschappelijk bestudeerd kan worden (deus ex
machina). Nadien won het emperisme aan invloed dat voornamelijk fel gekant stond
tegen het rationalisme, met andere woorden observatie is noodzakelijk. Volgens
emperisten komt de geest tot stand via sensorische processen en is het niet
aangeboren (een soort van ongeschreven blad = ‘tabula rasa’). Ook de geest kan
effectief bestudeerd worden. Een belangrijk principe van het emperisme is het
associationisme, een klassieke conditionering waarbij bepaalde associaties gelegd
worden na een bepaalde ervaring bv. na het gebeten worden door een hond, spuit
krijgen door verplegers/verpleegsters.

3. Darwin en de evolutietheorie. De mens werd, net als een dier, beschouwd als een
bestudeerbaar ‘iets’. Ook de mens is eveneneens onderworpen aan de natuurwetten
die ook gelden voor alle andere organismen en kan dus gebruikt worden als
observatiemateriaal. Zo werd door Darwin aangetoond dat de mens afkomstig is uit
vroegere levensvormen en het belang van toevallige omstandigheden, genetische
variatie en natuurlijke selectie (soorten die zich het best aanpassen hebben meer kans
om te overleven in moeilijke omstandigheden). Deze ontwikkeling was zeer
belangrijk voor de psychologie, want het werd de start van comparatieve psychologie
waarbij het gedrag van dieren en mensen als studieobject werd opgelegd. Op deze

2

, manier kwam de ‘moderne’ wetenschapper tot stand met hypotheses en zorgvuldige
observaties.




De eerste scholen van de psychologie
In Europa zorgde Wundt voor het structuralisme. Hij trachtte om de structuur van het
menselijk brein ‘in kaart te brengen’ via observaties in een laboratorium. Wundt opende zo
het eerste psychologische laboratorium in Leipzig. Ongeveer gelijktijdig deed Titchener
hetzelfde onderzoek, nl. onderzoek naar de elementen van het bewustzijn, in de VS. Het
structuralisme vormde drie basisvragen: (1) wat zijn de basiselementen/structuren?, (2) hoe
worden ze gecombineerd met elkaar?, (3) en wanneer worden ze gecombineerd met elkaar?
Een antwoord op deze vragen werd gezocht volgens de analytische introspectie waarbij
interne processen analatytisch werden geobserveerd. Echter was het structuralisme weinig
praktisch (tijdrovend) en eerder onbetrouwbaar. Op die manier verdween deze theorie naar de
achtergrond vanaf 1920.

Zo kwam de toegepaste psychologie meer op de voorgrond te staan met als grondlegger
Binet. Hij maakte (samen met Simon) gebruik van een intelligentietest met als doel te zien of
kinderen extra onderwijs nodig hebben. Oorspronkelijk werd deze test uitgevoerd aan de hand
van schedelafmetingen en eenvoudige waarnemingsproeven, maar dit werd echter geen succes
(geen relatie met het oordeel van leerkracht). Nadien werd er gebruik gemaakt van een
gedicht dat moest ingestudeerd worden en opnieuw opgeschreven worden. Deze manier werd
reeds meer voorspellend. Het onderzoek van Binet was dus een toegepast onderzoek of met
andere woorden een onderzoek dat oplossingen zocht voor een praktisch probleem. Dit in
tegenstelling tot fundamenteel onderzoek dat een fenomeen tracht te begrijpen en een theorie
te ontwerpen.

Vanaf Freud was er het idee dat er iets verder lag dan enkel het ‘tastbare’, nl. het zogenaamde
onbewuste. Gedrag en bewustzijn zijn slechts oppervlakkige fenomen, veel belangrijker is het
onbewuste. Heel wat van die onbewuste zaken zijn oorzakelijk verbonden aan het verleden en
zijn niet manifest aanwezig in het menselijk brein. Freud maakte gebruik van psychoanalyse
en dan meer bepaald van droomduiding (uitleggen van een droom om op die manier een beeld
te krijgen over seksuele driften, gedrag…) en vrije associaties (onbedoelde versprekingen die
dan gekoppeld werden aan bepaald type gedrag). Echter niet echt toetsbaar en onsystematisch.

In de VS zorgde William James voor het functionalisme. Veel Amerikaanse studenten bij
Wundt wouden bij terugkeer naar de VS een laboratorium oprichten en zo ontstond als eerste
stroming het functionalisme (hoe functioneert iets?). Deze theorie werd voornamelijk
toegepast in het onderwijs en bevordering van de productie. Dit laatste wordt ook wel het
Hawthorne effect genoemd, een studie die aantoonde dat de productiviteit van de arbeiders
stijgt omdat ze weten dat ze geobserveerd worden en er was voornamelijk interesse in

3

, indivuduele verschillen. De nadruk lag bij het functionalisme meer op gedrag, maar ook nog
op introspectie. Volgens James ligt het succes in de psychologie afhankelijk van de mate
waarin het oplossingen biedt aan praktische problemen en de verruiming van studiepopulaties
o.a. personen met een beperking.

Het behaviorisme zette zich af tegen allerhande andere stromingen die reeds de revue
gepasseerd waren zoals het structuralisme (afzetten tegen introspectie) en funtionalisme
(studie van de geest is onmogelijk). Volgens behavioristen kan louter over het gedrag iets
gezegd worden, maar niet over datgene dat zich achter dit gedrag schuil hield. Een bekend
experiment werd uitgevoerd door Watson op baby Albert die werd geconfronteerd met een
aantal dieren. Aanvankelijk reageerde de baby zeer geïnteresseerd op de aanwezigheid van
deze dieren, maar na het klassiek conditioneren reageerde de baby eerder angstig
(generalisatie). Zo beweerde Watson dat de studie enkel beperkt is tot het direct observeerbaar
gedrag. De aanwezigheid van de geest wordt niet ontkend, maar het kan niet bestudeerd
worden. Op die manier wordt het belang van experimenteel onderzoek gecombineerd met
systematische observatie aangetoond.

Vanaf de jaren ’60 en ’70 ontstond de cognitieve psychologie met de mens als
informatieverwerker als visie. Tot dan homunculus: een klein mannetje in de hersenen die een
vrije wil heeft (de geest in de machine). Deze visie leidde tot het inzicht dat zo’n mannetje
niet nodig is en er een soort van doelgerichtheid is zonder homunculus, maar met een
feedback-mechanisme. Hiertoe werd nog wel steeds gebruik gemaakt van de exact
wetenschappelijke methoden die de behavioristen toepasten. Een belangrijke methode is de
integratieve benadering waarbij verschillende theorieën en modellen worden gebruikt om een
globaal beeld te (kunnen) vormen. Zo wordt pijn benaderd langs een biopsychosociaal
perspectief waartoe een bepaald pijngevoel niet enkel een biologisch aspect (nociceptie,
weefselschade en/of ziekte) heeft, maar bovendien ook een belangrijke rol voor psychologisch
(angst, stemming, leergeschiedenis, negatieve verwachtingen en copingvaardigheden) en
sociaal (normen over tolerantiedrempel, sociale afkeuring en steun) aspect die het pijngevoel
mee in de hand werken.


Onderzoeksmethoden in de psychologie
In de psychologie wordt, evenals in andere wetenschappelijke disciplines, gebruik gemaakt
van tal van onderzoeksmethoden. Een eerste mogelijke methode is het beschrijvend
onderzoek. Voorbeelden zijn de naturalistische en systematische observaties, maar daarbuiten
ook bepaalde vragenlijsten, intervieuws en opiniepeilingen. Het nut van deze methode is de
adviezen die er uit volgen en op evidentie gebaseerd zijn, want die geven een levendig beeld.
Het gevaar schuilt echter in het feit dat mensen hun gedrag aanpassen wanneer ze weten dat
ze worden geobserveerd. Dit resulteert in reactieve gedragingen, terwijl er moet gestreefd
worden naar niet-reactieve observaties die dienen verkregen te worden door camouflage en
integratie in de groep. Een speciaal geval binnen het beschrijvend onderzoek is de
gevalsstudie (een grondig onderzocht geval). Hierbij kan een specifiek geval ons iets leren
over het algemeen.

4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 31, 2022
Number of pages
57
Written in
2019/2020
Type
SUMMARY

Subjects

$12.93
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
cedricbauters Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
11
Member since
4 year
Number of followers
7
Documents
27
Last sold
11 months ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions