VERHAALGEGEVENS
Titel: Ik heet Jan en ik ben niets bijzonders
Auteur: Kathleen Vereecken
Illustrator: Eva Mouton
Uitgeverij: Lannoo
Oorspronkelijk jaar van uitgave: 2014
Oorspronkelijke taal: Nederlands
Leesboek/ prentenboek: leesboek
Aantal pagina’s: 126
VERHAALANALYSE
Fictie / Non-fictie: Fictie
Genre (volgens didactiek): Hier-en-nu verhaal, De lezer kan zich identificeren met het
hoofdpersonage die dezelfde leeftijd heeft. Het verhaal gaat ook over een probleem waar iedereen
wel eens mij sukkelt namelijk: Ben ik bijzonder? Of Ben ik goed zoals ik ben? Als we kijken naar de
milieus zou ik dit plaatsen bij gezin omdat Jan zich vooral vergelijkt met zijn familie maar ik denk dat
ook gezien kan worden als een maatschappelijk probleem omdat hier veel jongeren mee worstelen.
Thema’s (in trefwoorden): Vriendschap en jezelf zijn
Leeftijd van de doelgroep: vanaf 8 jaar
Hoofd- en nevenpersonages: Het hoofdpersonage is Jan en de nevenpersonages zijn Nina, papa,
mama en de vrouw met het grijze mantelpakje.
Gebeurtenissen (summier): Jan is het beu dat hij niet bijzonder is. Papa kan snel lopen, mama kan
heel mooi viool spelen, zijn broer is heel stout en zijn zus is een rekenwonder. Hij wil ook bijzonder
zijn en daarom wil hij een wereldrecord verbreken. Samen met zijn beste vriendin Nina gaat hij
andere mensen bezoeken die een wereldrecord hebben verbroken bv. Het langste op 1 been staan,
het kortste concert ooit, enzovoort. Uiteindelijk verbreekt Jan ook een wereldrecord maar deze wil
hij niet aannemen omdat hij zichzelf bijzonder vindt zoals hij is.
Tijd: Het verhaal is in chronologische volgorde geschreven en de vertelwijze is continue. De verteltijd
is 60 minuten terwijl de vertelde tijd een paar dagen is. Dit is dus een versnelling.
Ruimte: Het verhaal speelt zich af in het huis van Jan en in de stad.
Vertelstandpunt: De ik- verteller, Je beleeft alles door de ogen van Jan. Ik weet enkel wat Jan denkt.
Stijl: Er is veel dialoog in het verhaal tussen Jan en Nina. De schrijfster gebruikt langere zinnen en een
ruime woordenschat. De personages worden altijd bij het verhaal getekend. Er worden ook
vergelijkingen gemaakt zoals sneller als de wind en er komen ook herhalingen voor zoals mijn
moeder. Mijn Kleine moeder. Ik ben gewoon , zo gewoon.
Titel: Ik heet Jan en ik ben niets bijzonders
Auteur: Kathleen Vereecken
Illustrator: Eva Mouton
Uitgeverij: Lannoo
Oorspronkelijk jaar van uitgave: 2014
Oorspronkelijke taal: Nederlands
Leesboek/ prentenboek: leesboek
Aantal pagina’s: 126
VERHAALANALYSE
Fictie / Non-fictie: Fictie
Genre (volgens didactiek): Hier-en-nu verhaal, De lezer kan zich identificeren met het
hoofdpersonage die dezelfde leeftijd heeft. Het verhaal gaat ook over een probleem waar iedereen
wel eens mij sukkelt namelijk: Ben ik bijzonder? Of Ben ik goed zoals ik ben? Als we kijken naar de
milieus zou ik dit plaatsen bij gezin omdat Jan zich vooral vergelijkt met zijn familie maar ik denk dat
ook gezien kan worden als een maatschappelijk probleem omdat hier veel jongeren mee worstelen.
Thema’s (in trefwoorden): Vriendschap en jezelf zijn
Leeftijd van de doelgroep: vanaf 8 jaar
Hoofd- en nevenpersonages: Het hoofdpersonage is Jan en de nevenpersonages zijn Nina, papa,
mama en de vrouw met het grijze mantelpakje.
Gebeurtenissen (summier): Jan is het beu dat hij niet bijzonder is. Papa kan snel lopen, mama kan
heel mooi viool spelen, zijn broer is heel stout en zijn zus is een rekenwonder. Hij wil ook bijzonder
zijn en daarom wil hij een wereldrecord verbreken. Samen met zijn beste vriendin Nina gaat hij
andere mensen bezoeken die een wereldrecord hebben verbroken bv. Het langste op 1 been staan,
het kortste concert ooit, enzovoort. Uiteindelijk verbreekt Jan ook een wereldrecord maar deze wil
hij niet aannemen omdat hij zichzelf bijzonder vindt zoals hij is.
Tijd: Het verhaal is in chronologische volgorde geschreven en de vertelwijze is continue. De verteltijd
is 60 minuten terwijl de vertelde tijd een paar dagen is. Dit is dus een versnelling.
Ruimte: Het verhaal speelt zich af in het huis van Jan en in de stad.
Vertelstandpunt: De ik- verteller, Je beleeft alles door de ogen van Jan. Ik weet enkel wat Jan denkt.
Stijl: Er is veel dialoog in het verhaal tussen Jan en Nina. De schrijfster gebruikt langere zinnen en een
ruime woordenschat. De personages worden altijd bij het verhaal getekend. Er worden ook
vergelijkingen gemaakt zoals sneller als de wind en er komen ook herhalingen voor zoals mijn
moeder. Mijn Kleine moeder. Ik ben gewoon , zo gewoon.