VERHAALGEGEVENS
Titel: Milans groote oorlog
Auteur: Patrick Lagrou
Illustrator: / , enkel foto’s van de auteur zelf
Uitgeverij: Clavis
Oorspronkelijk jaar van uitgave: 2013
Oorspronkelijke taal: Nederlands
Leesboek/ prentenboek: leesboek
Aantal pagina’s: 140
VERHAALANALYSE
Fictie / Non-fictie: Fictie
Genre (volgens didactiek): Oorlogsverhaal, het speelt zich af in de eerste wereldoorlog. De oorlog is
ook het actieterrein van dit boek. Het accent ligt ook op de innerlijke spanning van Milan, het
hoofdpersonage. (angst, blijdschap, verdriet,)
Thema’s (in trefwoorden): oorlog en Familie
Leeftijd van de doelgroep: Vanaf 10 jaar
Hoofd- en nevenpersonages: Het hoofpersonage is Milan. De nevenpersonages zijn oma en opa, de
postman en Emile Benearts.
Gebeurtenissen (summier): Milan gaat samen met zijn grootouders naar West – Vlaanderen. Ze gaan
de verschillende plaatsen waar de oorlog (WO I) was, bezoeken. Tijdens zijn bezoek vertelt Opa alles
over de oorlog. Ze blijven slapen in een hotel waar Milan een rare kelder vindt. Hij hoort harde
geluiden uit deze kelder en gaat een kijkje nemen. Plots bevindt hij zich in de eerste wereldoorlog. Hij
wil hier nog niet direct weg want hij wilde eerst zijn verre voorouder Emile Benearts ontmoeten. Hij
wil weten waar hij is omgekomen zodat hij dit aan opa kan vertellen. Hij moest zich eerst ergens
verstoppen van de Duitsers en dat deed hij in een huisje. Daar ontmoeten hij de postman die hem
naar Emile kon brengen. Toen hij Emile had gevonden blijk het dat hij op 2 druppels water op zijn
broer leek, namelijk Ivan Benearts. Verder in het verhaal schuilt Milan vooral voor de oorlog en
ontdekt hij waar zijn verre voorouder gestorven was. Hij geraak terug in deze tijd en vertelt dit aan
zijn grootouders. Na poosje vinden ze de overblijfselen van zijn verre voorouder.
Tijd: Het verhaal gebeurt in chronologisch volgorde en de vertelwijze is continue want er worden
geen stukken overgeslagen in het verhaal. De verteltijd was 150 minuten terwijl de vertelde tijd een
week was. We spreken van een versnelling.
Ruimte: Het verhaal speelt zich af in West – Vlaanderen in de westhoek aan de Ijzer.
Vertelstandpunt: alwetende verteller, het staat in de hij-vorm en de verteller speelt geen rol in het
verhaal.
Stijl: Er vinden veel dialogen plaats tussen Milan – opa – Emile – Arthur. Er worden bijna geen
moeilijke woorden gebruikt in het verhaal. De zinnen zijn wel lang maar dat kan voor deze leeftijd.
Titel: Milans groote oorlog
Auteur: Patrick Lagrou
Illustrator: / , enkel foto’s van de auteur zelf
Uitgeverij: Clavis
Oorspronkelijk jaar van uitgave: 2013
Oorspronkelijke taal: Nederlands
Leesboek/ prentenboek: leesboek
Aantal pagina’s: 140
VERHAALANALYSE
Fictie / Non-fictie: Fictie
Genre (volgens didactiek): Oorlogsverhaal, het speelt zich af in de eerste wereldoorlog. De oorlog is
ook het actieterrein van dit boek. Het accent ligt ook op de innerlijke spanning van Milan, het
hoofdpersonage. (angst, blijdschap, verdriet,)
Thema’s (in trefwoorden): oorlog en Familie
Leeftijd van de doelgroep: Vanaf 10 jaar
Hoofd- en nevenpersonages: Het hoofpersonage is Milan. De nevenpersonages zijn oma en opa, de
postman en Emile Benearts.
Gebeurtenissen (summier): Milan gaat samen met zijn grootouders naar West – Vlaanderen. Ze gaan
de verschillende plaatsen waar de oorlog (WO I) was, bezoeken. Tijdens zijn bezoek vertelt Opa alles
over de oorlog. Ze blijven slapen in een hotel waar Milan een rare kelder vindt. Hij hoort harde
geluiden uit deze kelder en gaat een kijkje nemen. Plots bevindt hij zich in de eerste wereldoorlog. Hij
wil hier nog niet direct weg want hij wilde eerst zijn verre voorouder Emile Benearts ontmoeten. Hij
wil weten waar hij is omgekomen zodat hij dit aan opa kan vertellen. Hij moest zich eerst ergens
verstoppen van de Duitsers en dat deed hij in een huisje. Daar ontmoeten hij de postman die hem
naar Emile kon brengen. Toen hij Emile had gevonden blijk het dat hij op 2 druppels water op zijn
broer leek, namelijk Ivan Benearts. Verder in het verhaal schuilt Milan vooral voor de oorlog en
ontdekt hij waar zijn verre voorouder gestorven was. Hij geraak terug in deze tijd en vertelt dit aan
zijn grootouders. Na poosje vinden ze de overblijfselen van zijn verre voorouder.
Tijd: Het verhaal gebeurt in chronologisch volgorde en de vertelwijze is continue want er worden
geen stukken overgeslagen in het verhaal. De verteltijd was 150 minuten terwijl de vertelde tijd een
week was. We spreken van een versnelling.
Ruimte: Het verhaal speelt zich af in West – Vlaanderen in de westhoek aan de Ijzer.
Vertelstandpunt: alwetende verteller, het staat in de hij-vorm en de verteller speelt geen rol in het
verhaal.
Stijl: Er vinden veel dialogen plaats tussen Milan – opa – Emile – Arthur. Er worden bijna geen
moeilijke woorden gebruikt in het verhaal. De zinnen zijn wel lang maar dat kan voor deze leeftijd.