Plan van aanpak
Theoretisch kader:
Gezamenlijke besluitvorming: Is van belang in persoonsgerichte zorg. Het
stimuleert de besluitvorming waarin de patiënt wordt geholpen de juiste keuze te
maken als het gaat om behandeling/diagnostiek. Gezamenlijke besluitvorming is
een belangrijke pijler van goede zorg en het vergroten van de eigen regie van
patiënten. Het sluit goed aan bij de wens en noodzaak om zelfmanagement te
ondersteunen, waarin de patiënt meer regie en verantwoordelijkheid op zich
neemt. Een gezamenlijke besluitvorming bestaat uit 3 fases; choice talk, option
talk en decision talk.
- Choice talk: mogelijkheden worden besproken en informatie wordt op een
rij gezet
- Option talk: informatie wordt besproken
- Decision talk: je vraagt de patiënt wat haar/zijn voorkeur is en wat deze
voor hem/haar betekent.
(Faber 2013 & Bohn, Stafleu, Van Loghum; Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. H3, blz.
68).
Zelfmanagementondersteuning: Zelfmanagement is het vermogen van
mensen om hun aandoening zo goed mogelijk te kunnen inpassen in hun leven.
Ze kunnen bijvoorbeeld omgaan met de symptomen en met de behandeling.
Maar ook met de leefstijlveranderingen die nodig zijn. Zelfmanagement duidt de
activiteiten in de patiënten te helpen bij hun zelfmanagement. Als
verpleegkundige is het belangrijk dat de verpleegkundige uitgaat van het
vermogen van een patiënt om zijn leven vorm te geven en dat zij op dat
vermogen een beroep doet. Ook is belangrijk dat de verpleegkundige een
samenwerkingsrelatie met de patiënt aangaat, zijn behoeften en voorkeuren
bespreekt en via gezamenlijke besluitvorming tot passende keuzes en afspraken
over de zorg komt.
(Faber 2013 & Bohn, Stafleu, Van Loghum; Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. H1, blz.
17)
ASE-model: Het ASE-model is een model waarmee gedrag verklaard en
geanalyseerd kan worden. Het
model geeft tevens een antwoord op de vraag hoe je gedrag kunt beïnvloeden.
ASE is een afkorting van attitude, sociale invloed en effectiviteit. Volgens het
model zijn dit drie belangrijke factoren die van invloed zijn op
gezondheidsgedrag. Het zijn factoren die zich zowel in de mens als in de
omgeving bevinden.
Coping: Is wat je doet in een stressvolle situatie, de wijze waarop iemand met
problemen omgaat. Passieve coping is wanneer je niks doet, dus er niet aan willen
denken en er niet over willen praten. Coping bestaat uit 2 strategieën:
- Probleemgerichte coping: je pakt de oorzaak van het probleem aan door
bijvoorbeeld de situatie te veranderen of actief te zoeken naar informatie of een
behandeling om minder klachten te hebben
- Emotiegerichte coping: je pakt niet de oorzaak aan, maar probeer je minder last
te hebben van de situatie. Hierbij ga je proberen de situatie anders te
, interpreteren om zo je emoties te veranderen. Op deze manier kan je je eigen
gevoelens beïnvloeden
Coping stijlen
- Informatie en zaken op een rij zetten
- Ontkennen, vermijden of afstand nemen
- Steun zoeken bij andere en sociale vergelijking
- Berusten en accepteren
- Humor, zelfinstructie en positief denken
(Faber 2013 & Bohn, Stafleu, Van Loghum; Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. H2, blz.
37, 41, 42).
Attributie: is je ziekte aan bepaalde oorzaken toe te schrijven en hierdoor proberen
de situatie te verklaren en te begrijpen. Dit kun je verklaren aan de hand van twee
kenmerken te omschrijven: persoonlijke eigenschappen óf omstandigheden en te
beïnvloeden óf niet te beïnvloeden factoren. Mensen met een positief zelfbeeld vinden
dat mislukkingen worden veroorzaakt door tijdelijke ongunstige omstandigheden en
successen zien ze als hun persoonlijke verdienste. Mensen met een negatief zelfbeeld
schrijven juist hun gevoelens van falen toe aan het gebrek aan eigen capaciteiten en
successen worden volgens hun veroorzaakt door toevallige gunstige omstandigheden.
(Faber 2013 & Bohn, Stafleu, Van Loghum; Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. H6, blz.
102 - 121)
Denkgewoonten: Denkgewoonten zijn ook, want ze kunnen het moeilijk maken om
weer grip te krijgen op de situatie. Als je tijdens het gesprek erachter komt dat de
patiënt irreële denkgewoonten heeft, door de manier dat iemand zijn situatie
interpreteert en er betekenis aan geeft, dan kun je aan de patiënt vragen of hij dat
ook herkent. Als dat zo is, dan zou je kunnen kijken of je de denkgewoonten samen
kunt omzetten in positieve gedachtes door middel van een aantal interventies: de
belemmerende denkgewoonten benoemen, uitleg geven over de relatie tussen
‘situatie – gedachten – gevoel en gedrag’ dus het ABCDE-schema, samen met de
patiënt nagaan welke gedachten reëel en bruikbaar zijn en deze zoeken en nagaan
welke gedachten irreëel en belemmerend zijn.
(H2, blz. 46).
Leerdoelen:
- Structuur in het gesprek houden
- Geen advies geven!
, Voorbereiding
Wat Hoe Waarom Effect Bron
Dossier Op de computer Zodat je weet met Als hulpverlener Kennis opgedaan uit
inlezen dossier van de wie je te maken weet je wie er de lessen en
patiënt hebt en weet wat de tegenover je zit ook zelfervaring op
doornemen voorgeschiedenis en kan je ook de werk als
van de patiënt is patient beter doktersassistente.
helpen en
begrijpen
Kamer Van tevoren Je geeft de patiënt De patiënt heeft COMF les 1
reserveren lokaal ook privacy en zo meer de
reserveren niemand anders kan neiging om meer
het gesprek te vertellen
aanhoren
Gegevens Nagaan wat Als hulpverlener Je kan Bohn, Stafleu, Van
verzamelen deze patiënt weet je wie er de patiënt beter Loghum;
vraagt in deze tegenover je zit en helpen/begrijpen Patiëntenvoorlichting
situatie, welke wat haar/zijn door
stappen en hulpvraag is verpleegkundigen.
emoties er H3, blz. 63
spelen en
nagaan of ik wel
de juiste
persoon ben
Inleiding
Wat Hoe Waarom Effect Bron
Voorstellen Je vertelt wie je Als patiënt weet je Zo kan voor de Boek Silverman
bent en vertelt wie er tegenover patiënt ook Hoofdstuk 2
ook je functie je zit verwarring Blz. 60
worden
voorkomen. Het
kan zijn dat de
patiënt al
verschillende
hulpverleners
heeft gezien
Handgeven Je schudt elkaar Vorm van Je laat zo merken Ik
de hand respect?? dat je respectvol Deel van mijn
met elkaar om eigen cultuur
gaat.
Informatie Je vraagt aan de Het is voor jou als Je begrijpt zo de Ik
achterhalen patiënt wat jij voor hulpverlener casus en weet
haar/hem kan duidelijk welke waar het gesprek
betekenen ‘’probleem’’ de dan over gaat
patiënt heeft
Als hulpverlener
Verwachtingen Je vraagt aan de weet je dan wat Je kunt de patiënt Ik
patiënt wat een patiënt van je dan beter helpen,
zijn/haar verwacht en je focussen op
verwachtingen zijn zijn verwachtingen
Communiceren Hangebaren Je begrijpt elkaar Nauwkeurigheid, Boek Silverman
gebruiken beter Tevredenheid Hoofdstuk 1
hulpverlener en Blz 20
Theoretisch kader:
Gezamenlijke besluitvorming: Is van belang in persoonsgerichte zorg. Het
stimuleert de besluitvorming waarin de patiënt wordt geholpen de juiste keuze te
maken als het gaat om behandeling/diagnostiek. Gezamenlijke besluitvorming is
een belangrijke pijler van goede zorg en het vergroten van de eigen regie van
patiënten. Het sluit goed aan bij de wens en noodzaak om zelfmanagement te
ondersteunen, waarin de patiënt meer regie en verantwoordelijkheid op zich
neemt. Een gezamenlijke besluitvorming bestaat uit 3 fases; choice talk, option
talk en decision talk.
- Choice talk: mogelijkheden worden besproken en informatie wordt op een
rij gezet
- Option talk: informatie wordt besproken
- Decision talk: je vraagt de patiënt wat haar/zijn voorkeur is en wat deze
voor hem/haar betekent.
(Faber 2013 & Bohn, Stafleu, Van Loghum; Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. H3, blz.
68).
Zelfmanagementondersteuning: Zelfmanagement is het vermogen van
mensen om hun aandoening zo goed mogelijk te kunnen inpassen in hun leven.
Ze kunnen bijvoorbeeld omgaan met de symptomen en met de behandeling.
Maar ook met de leefstijlveranderingen die nodig zijn. Zelfmanagement duidt de
activiteiten in de patiënten te helpen bij hun zelfmanagement. Als
verpleegkundige is het belangrijk dat de verpleegkundige uitgaat van het
vermogen van een patiënt om zijn leven vorm te geven en dat zij op dat
vermogen een beroep doet. Ook is belangrijk dat de verpleegkundige een
samenwerkingsrelatie met de patiënt aangaat, zijn behoeften en voorkeuren
bespreekt en via gezamenlijke besluitvorming tot passende keuzes en afspraken
over de zorg komt.
(Faber 2013 & Bohn, Stafleu, Van Loghum; Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. H1, blz.
17)
ASE-model: Het ASE-model is een model waarmee gedrag verklaard en
geanalyseerd kan worden. Het
model geeft tevens een antwoord op de vraag hoe je gedrag kunt beïnvloeden.
ASE is een afkorting van attitude, sociale invloed en effectiviteit. Volgens het
model zijn dit drie belangrijke factoren die van invloed zijn op
gezondheidsgedrag. Het zijn factoren die zich zowel in de mens als in de
omgeving bevinden.
Coping: Is wat je doet in een stressvolle situatie, de wijze waarop iemand met
problemen omgaat. Passieve coping is wanneer je niks doet, dus er niet aan willen
denken en er niet over willen praten. Coping bestaat uit 2 strategieën:
- Probleemgerichte coping: je pakt de oorzaak van het probleem aan door
bijvoorbeeld de situatie te veranderen of actief te zoeken naar informatie of een
behandeling om minder klachten te hebben
- Emotiegerichte coping: je pakt niet de oorzaak aan, maar probeer je minder last
te hebben van de situatie. Hierbij ga je proberen de situatie anders te
, interpreteren om zo je emoties te veranderen. Op deze manier kan je je eigen
gevoelens beïnvloeden
Coping stijlen
- Informatie en zaken op een rij zetten
- Ontkennen, vermijden of afstand nemen
- Steun zoeken bij andere en sociale vergelijking
- Berusten en accepteren
- Humor, zelfinstructie en positief denken
(Faber 2013 & Bohn, Stafleu, Van Loghum; Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. H2, blz.
37, 41, 42).
Attributie: is je ziekte aan bepaalde oorzaken toe te schrijven en hierdoor proberen
de situatie te verklaren en te begrijpen. Dit kun je verklaren aan de hand van twee
kenmerken te omschrijven: persoonlijke eigenschappen óf omstandigheden en te
beïnvloeden óf niet te beïnvloeden factoren. Mensen met een positief zelfbeeld vinden
dat mislukkingen worden veroorzaakt door tijdelijke ongunstige omstandigheden en
successen zien ze als hun persoonlijke verdienste. Mensen met een negatief zelfbeeld
schrijven juist hun gevoelens van falen toe aan het gebrek aan eigen capaciteiten en
successen worden volgens hun veroorzaakt door toevallige gunstige omstandigheden.
(Faber 2013 & Bohn, Stafleu, Van Loghum; Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen. H6, blz.
102 - 121)
Denkgewoonten: Denkgewoonten zijn ook, want ze kunnen het moeilijk maken om
weer grip te krijgen op de situatie. Als je tijdens het gesprek erachter komt dat de
patiënt irreële denkgewoonten heeft, door de manier dat iemand zijn situatie
interpreteert en er betekenis aan geeft, dan kun je aan de patiënt vragen of hij dat
ook herkent. Als dat zo is, dan zou je kunnen kijken of je de denkgewoonten samen
kunt omzetten in positieve gedachtes door middel van een aantal interventies: de
belemmerende denkgewoonten benoemen, uitleg geven over de relatie tussen
‘situatie – gedachten – gevoel en gedrag’ dus het ABCDE-schema, samen met de
patiënt nagaan welke gedachten reëel en bruikbaar zijn en deze zoeken en nagaan
welke gedachten irreëel en belemmerend zijn.
(H2, blz. 46).
Leerdoelen:
- Structuur in het gesprek houden
- Geen advies geven!
, Voorbereiding
Wat Hoe Waarom Effect Bron
Dossier Op de computer Zodat je weet met Als hulpverlener Kennis opgedaan uit
inlezen dossier van de wie je te maken weet je wie er de lessen en
patiënt hebt en weet wat de tegenover je zit ook zelfervaring op
doornemen voorgeschiedenis en kan je ook de werk als
van de patiënt is patient beter doktersassistente.
helpen en
begrijpen
Kamer Van tevoren Je geeft de patiënt De patiënt heeft COMF les 1
reserveren lokaal ook privacy en zo meer de
reserveren niemand anders kan neiging om meer
het gesprek te vertellen
aanhoren
Gegevens Nagaan wat Als hulpverlener Je kan Bohn, Stafleu, Van
verzamelen deze patiënt weet je wie er de patiënt beter Loghum;
vraagt in deze tegenover je zit en helpen/begrijpen Patiëntenvoorlichting
situatie, welke wat haar/zijn door
stappen en hulpvraag is verpleegkundigen.
emoties er H3, blz. 63
spelen en
nagaan of ik wel
de juiste
persoon ben
Inleiding
Wat Hoe Waarom Effect Bron
Voorstellen Je vertelt wie je Als patiënt weet je Zo kan voor de Boek Silverman
bent en vertelt wie er tegenover patiënt ook Hoofdstuk 2
ook je functie je zit verwarring Blz. 60
worden
voorkomen. Het
kan zijn dat de
patiënt al
verschillende
hulpverleners
heeft gezien
Handgeven Je schudt elkaar Vorm van Je laat zo merken Ik
de hand respect?? dat je respectvol Deel van mijn
met elkaar om eigen cultuur
gaat.
Informatie Je vraagt aan de Het is voor jou als Je begrijpt zo de Ik
achterhalen patiënt wat jij voor hulpverlener casus en weet
haar/hem kan duidelijk welke waar het gesprek
betekenen ‘’probleem’’ de dan over gaat
patiënt heeft
Als hulpverlener
Verwachtingen Je vraagt aan de weet je dan wat Je kunt de patiënt Ik
patiënt wat een patiënt van je dan beter helpen,
zijn/haar verwacht en je focussen op
verwachtingen zijn zijn verwachtingen
Communiceren Hangebaren Je begrijpt elkaar Nauwkeurigheid, Boek Silverman
gebruiken beter Tevredenheid Hoofdstuk 1
hulpverlener en Blz 20