Natuurwetten en modellen
Schaalwet = als je bestudeert met welke macht een grootheid afhangt van een
lengteschaal
Drie soorten verbanden:
1. Recht evenredig verband = als de ene grootheid
twee keer zo groot wordt, wordt de andere ook twee
keer zo groot -> A~B
2. Omgekeerd evenredig verband = als de ene
grootheid twee keer zo groot wordt, wordt de andere
twee keer zo klein -> A~B-1
3. Kwadratenwet = verband waarbij een grootheid
kleiner wordt met het kwadraat van de andere
grootheid
Coördinatentransformatie = via een grafiek controleren of
een bepaald verband geldig is
Behouden grootheid = grootheid die onveranderd blijft
Wet van behoud van lading = wet die inhoudt dat lading niet zomaar
verdwijnt of uit het niets ontstaat
Iteratief proces = doorrekenen van een model, zelfde berekeningen met
andere getallen
Iteraties = aantal malen dat je een tijdstap doorrekent
Eerste-ordesystemen = modellen die afhangen
van de eerste afgeleiden van de grootheid
- Alleen de startwaarde hoeft worden
opgegeven
Tweede-ordesystemen = modellen waarbij je uitgaat van kennis over de
tweede afgeleide van een functie
- Vaak 2 startwaarden
Rekencapaciteit = aantal berekeningen dat per
seconde kan worden uitgevoerd
Atoommodellen:
1. Demokritos -> materie bestaat uit discrete
deeltjes
2. Dalton -> stoom is een ondeelbaar bolletje
3. Thomsom -> negatieve elektronen zitten
als een soort krenten in een positief
deegachtig materiaal
4. Rutherford -> harde, massieve kern met
daaromheen elektronen