INLEIDING ALGEMENE ECONOMIE
Micro-economie
1 Hoofdstuk 1
2 Hoofdstuk 2
3 Hoofdstuk 3
,4 Productie en kosten van bedrijven op korte en lange termijn
4.1 Inleiding
- “Bedrijf”:
o Organisatie die inputs (productiefactoren) omzet in outputs (productie)
o Neo-klassieke benadering
o Productiefunctie en -proces
o Los van de marktsituatie (zie H5)
o Keuze tussen kapitaal en arbeid (bepaald door relatieve prijzen)
o Doelstelling: gegeven productieniveau tegen de laagst mogelijke kosten
o Korte vs. lange termijn: vaste vs. variabele inputs
4.2 Bedrijven en de organisatie van de productie
- Economische theorie van de onderneming als organisatievorm
- Organisatievorm die inputs zoals kapitaal (machines, grondstoffen) en arbeid intern
coördineert om output te realiseren noemen we een ‘bedrijf’
o Vb.: Gdf-Suez (“Engie”) heeft eigen elektriciteitscentrales en verkoopt ook zelf
elektriciteit aan klanten
- Alternatieve organisatievorm is de ‘markt’: inputs uit de markt aankopen en gecombineerd
een output realiseren
o Vb.: filmregisseur huurt acteurs en cameramensen
- Hybride organisatievormen maken gebruik van ‘bedrijf’ en ‘markt’
o Vb.: VRT heeft ‘in-huis’ producties en aangekochte producties bij externe
productiehuizen
Make or Buy?
- Transactiekosten
o Vb.: zoekkosten, contractuele kosten, monitorkosten…
- Schaalvoordelen
o Vb.: gedeelde vaste kosten bij productieproces
- Diversificatie- of ‘gamma’-voordelen
o Vb.: one-stop shopping (warenhuizen)
- Specialisatie en teamwerk
o Vb.: complementaire activiteiten
Doelstellingen en beperkingen van bedrijven
- Economische winst: Productieopbrengsten- opportuniteitskosten van ingezette
productiefactoren
- Beperkingen:
o Technologische mogelijkheden
o Informatiekosten
o Marktomstandigheden
- Technische efficiëntie:
o Maximale output met gegeven middelen
- Economische efficiëntie
o Gegeven output tegen minimale kost garandeert grootst mogelijke winst
,Bedrijfsvormen
- Soms is de omschrijving, inschatting van de kost van een activiteit
o Makkelijk meetbaar
o Moeilijk meetbaar of verifieerbaar
- ‘Principaal-Agent’ probleem:
o Opdrachtgever (de principaal) laat de opdracht uitvoeren
o Geen garantie dat de uitvoerder (de agent) dit (efficiënt) zal doen
o Opdrachtgever heeft informatieprobleem
o Vb.: ‘working or shirking’
- Juiste, congruente, gealigneerde ‘incentives’ kunnen oplossing bieden:
o Aandeelhouderschap
o Beloningssysteem (‘bonus/malus’)
o Lange-termijn contracten
- ‘instituties’ spelen een belangrijke rol:
o Markten vs. bedrijven (Coase, Williamson…)
o Publiek vs. privaat (Ostrom)
o Monopolie vs. concurrentie (Stigler)
4.3 Productie en kosten: enkele inleidende begrippen
- De productiefunctie
o Maximaal realiseerbare output per tijdseenheid voor verschillende combinaties van
tal van inputs
o Beschrijft technische mogelijkheden voor de producten om ‘output’ te realiseren
▪ ‘veiligheid’ door politie en infrastructuur
▪ ‘ambiance’ via discotheek, drank en DJ
▪ …
o Complex in de realiteit:
▪ Overheid, bedrijf: meerdere outputs
o We beperken ons tot 1 output
- Productiefunctie x=f(l, k) op lange termijn:
o x=output; k=kapitaal; l=arbeid
o Inputs zijn oneindig deelbaar: continue productiefunctie
o Arbeid meten we door bv. manuren
o Kapitaal meten we door bv. machine-uren
- Bepaling van de productiefunctie via gegevens over verkregen output en ingezette inputs
- Voorbeelden:
o Politiekorps (input) bewaakt orde en veiligheid (output)
o Callcenter (input) verkoopt tickets voor concerten (output)
, De Cobb-Douglas productiefunctie:
Efficiëntie in productie
- De productiefunctie geeft de maximale output weer voor elke combinatie van inputs: (zie
figuur 4.1)
o Geen verspilling van middelen
o Efficiënte productie
o Alle punten onder de productiefunctie zijn technisch mogelijk, maar inefficiënt
▪ Meer output met zelfde input
▪ Evenveel output met minder input
- Productiefunctie kan doorheen de tijd (opwaarts) verschuiven door technologische
vooruitgang (zie figuur 4.2)
o Vb.: lagere zoektijd bij google
o Verhoogde telebereikbaarheid van werknemers
o …
Micro-economie
1 Hoofdstuk 1
2 Hoofdstuk 2
3 Hoofdstuk 3
,4 Productie en kosten van bedrijven op korte en lange termijn
4.1 Inleiding
- “Bedrijf”:
o Organisatie die inputs (productiefactoren) omzet in outputs (productie)
o Neo-klassieke benadering
o Productiefunctie en -proces
o Los van de marktsituatie (zie H5)
o Keuze tussen kapitaal en arbeid (bepaald door relatieve prijzen)
o Doelstelling: gegeven productieniveau tegen de laagst mogelijke kosten
o Korte vs. lange termijn: vaste vs. variabele inputs
4.2 Bedrijven en de organisatie van de productie
- Economische theorie van de onderneming als organisatievorm
- Organisatievorm die inputs zoals kapitaal (machines, grondstoffen) en arbeid intern
coördineert om output te realiseren noemen we een ‘bedrijf’
o Vb.: Gdf-Suez (“Engie”) heeft eigen elektriciteitscentrales en verkoopt ook zelf
elektriciteit aan klanten
- Alternatieve organisatievorm is de ‘markt’: inputs uit de markt aankopen en gecombineerd
een output realiseren
o Vb.: filmregisseur huurt acteurs en cameramensen
- Hybride organisatievormen maken gebruik van ‘bedrijf’ en ‘markt’
o Vb.: VRT heeft ‘in-huis’ producties en aangekochte producties bij externe
productiehuizen
Make or Buy?
- Transactiekosten
o Vb.: zoekkosten, contractuele kosten, monitorkosten…
- Schaalvoordelen
o Vb.: gedeelde vaste kosten bij productieproces
- Diversificatie- of ‘gamma’-voordelen
o Vb.: one-stop shopping (warenhuizen)
- Specialisatie en teamwerk
o Vb.: complementaire activiteiten
Doelstellingen en beperkingen van bedrijven
- Economische winst: Productieopbrengsten- opportuniteitskosten van ingezette
productiefactoren
- Beperkingen:
o Technologische mogelijkheden
o Informatiekosten
o Marktomstandigheden
- Technische efficiëntie:
o Maximale output met gegeven middelen
- Economische efficiëntie
o Gegeven output tegen minimale kost garandeert grootst mogelijke winst
,Bedrijfsvormen
- Soms is de omschrijving, inschatting van de kost van een activiteit
o Makkelijk meetbaar
o Moeilijk meetbaar of verifieerbaar
- ‘Principaal-Agent’ probleem:
o Opdrachtgever (de principaal) laat de opdracht uitvoeren
o Geen garantie dat de uitvoerder (de agent) dit (efficiënt) zal doen
o Opdrachtgever heeft informatieprobleem
o Vb.: ‘working or shirking’
- Juiste, congruente, gealigneerde ‘incentives’ kunnen oplossing bieden:
o Aandeelhouderschap
o Beloningssysteem (‘bonus/malus’)
o Lange-termijn contracten
- ‘instituties’ spelen een belangrijke rol:
o Markten vs. bedrijven (Coase, Williamson…)
o Publiek vs. privaat (Ostrom)
o Monopolie vs. concurrentie (Stigler)
4.3 Productie en kosten: enkele inleidende begrippen
- De productiefunctie
o Maximaal realiseerbare output per tijdseenheid voor verschillende combinaties van
tal van inputs
o Beschrijft technische mogelijkheden voor de producten om ‘output’ te realiseren
▪ ‘veiligheid’ door politie en infrastructuur
▪ ‘ambiance’ via discotheek, drank en DJ
▪ …
o Complex in de realiteit:
▪ Overheid, bedrijf: meerdere outputs
o We beperken ons tot 1 output
- Productiefunctie x=f(l, k) op lange termijn:
o x=output; k=kapitaal; l=arbeid
o Inputs zijn oneindig deelbaar: continue productiefunctie
o Arbeid meten we door bv. manuren
o Kapitaal meten we door bv. machine-uren
- Bepaling van de productiefunctie via gegevens over verkregen output en ingezette inputs
- Voorbeelden:
o Politiekorps (input) bewaakt orde en veiligheid (output)
o Callcenter (input) verkoopt tickets voor concerten (output)
, De Cobb-Douglas productiefunctie:
Efficiëntie in productie
- De productiefunctie geeft de maximale output weer voor elke combinatie van inputs: (zie
figuur 4.1)
o Geen verspilling van middelen
o Efficiënte productie
o Alle punten onder de productiefunctie zijn technisch mogelijk, maar inefficiënt
▪ Meer output met zelfde input
▪ Evenveel output met minder input
- Productiefunctie kan doorheen de tijd (opwaarts) verschuiven door technologische
vooruitgang (zie figuur 4.2)
o Vb.: lagere zoektijd bij google
o Verhoogde telebereikbaarheid van werknemers
o …