100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Complete samenvatting voor AFP3: Urinair stelsel en spijsvertering

Rating
-
Sold
1
Pages
60
Uploaded on
26-01-2022
Written in
2020/2021

Dit is een samenvatting van 60 pagina's over de anatomie, fysiologie en pathologie lessen voor periode 3, leerjaar 1. Dit gaat over het spijsverteringsstelsel en urinair stelsel met bijbehorende ziektebeelden. Deze samenvatting is volledig en bevat alle stof die je moet kennen voor de toets. Ik had zelf voor de toets een 9!

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 16, 17 en 18
Uploaded on
January 26, 2022
Number of pages
60
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Inhoud
Les 1: Anatomie en fysiologie van het spijsverteringsstelsel
Les 2: Opname en vertering van voedingsmiddelen
Les 3: Verpleegplan
Les 4: Voeding en ondervoeding
Les 5: Overgewicht en obesitas
Les 6: Coloncarcinoom, hepatitis, levercirrose
Les 7: IBD (Ziekte van Crohn, Colitis Ulcerosa), pancreatitis
Les 8: Diagnostiek van het spijsverteringsstelsel
Les 9: Anatomie van de nieren
Les 10: Fysiologie van de nieren
Les 11: Anatomie en fysiologie van het urinewegstelsel en vochthuishouding
Les 12: Nierinsufficiëntie
Les 13: Dialyse en niertransplantatie
Les 12: Pathologie van de nieren en urinewegen (niersteenlijden, UWI)
Les 15: Urine-incontinentie



Les 1: Anatomie en fysiologie van het spijsverteringsstelsel
De student:

1. Legt uit waaruit het spijsverteringsstelsel is opgebouwd en welke accessoire organen hierbij
betrokken zijn

Het spijsverteringsstelsel bestaat uit het maagdarmkanaal, waar voedsel daadwerkelijk doorheen wordt
vervoerd, en uit accessoire organen. De functie is het verteren van voedsel waardoor voedingsstoffen en
bouwstenen naar alle cellen kunnen worden getransporteerd.

Het spijsverteringskanaal bestaat uit 4 grote lagen: mucosa, submucosa, muscularis externa en serosa.
De bekleding speelt ook een rol bij de afweer. Het beschermt namelijk omringende weefsels tegen de
slijtage als gevolg van zuren en enzymen, en beschermt deze weefsels tegen bacteriën die met het
voedsel worden ingeslikt. Het darmepitheel en de klierproducten vormen de niet-specifieke afweer
tegen deze bacteriën.

De mucosa bestaat uit een slijmvlies (wordt door klierproducten bevochtigd) en een onderliggende laag
van los bindweefsel (lamina propria). Langs het grootste deel van het spijsverteringskanaal ligt de
mucose in plooien (plicae circulares), waardoor een groter oppervlak beschikbaar is voor de opname van
voedingsstoffen en waardoor het spijsverteringskanaal zich kan uitzetten. In de dunne darm vormt de
mucosa darmvlokken of villi. De mondholte, farynx, oesophagus en anus zijn bekleed met gelaags
plaveiselepitheel. Het overige deel is bedekt met enkelvoudig cilinderepitheel. Op de meeste plekken
bevat het buitenste gedeelte van de mucosa een smalle strook glad spierweefsel en elastische vezels
(muscularis mucosa)

De submucosa is een tweede laag van los bindweefsel die direct onder de muscularis mucosa ligt. Deze
laag bevat naast grote bloedvaten en lymfevaten ook een netwerk van zenuwvezels, sensibele neuronen

,en parasympathische motorische neuronen. Dit zenuwweefsel (meissnerplexus) is betrokken bij het
reguleren en coördineren van samentrekkingen van het gladde spierweefsel en bij het reguleren van
klierproductie.

De muscularis externa is een laag van gladde spiercellen bestaande uit kringspieren en lengtespieren.
Door deze spieren worden stoffen gemengd en door het spijsverteringskanaal voortgestuwd. Deze
worden gereguleerd door de plexus myentericus, die tussen de spierlagen in zit. Door parasympathische
prikkeling wordt de spiertonus en -activiteit verhoogd en door sympathische prikkeling geremd. De
gecoördineerde samentrekkingen spelen een rol bij de peristaltiek (verplaatsing van materiaal) en
segmentatie (stoffen worden mechanisch gemengd). Segmentatiebewegingen vormen geen vast
patroon, peristaltische bewegingen doen dat wel.

De serosa is een sereus membraan dat de muscularis externa bedekt. Dit viscerale peritoneum loopt
door in het pariëtale peritoneum, dat de binnenste oppervlak van de lichaamswand bekleed. In
sommige delen in de buikholte is het spijsverteringskanaal opgehangen aan het mesenteria, dubbele
lagen sereus membraan die uit het pariëtale peritoneum en viscerale peritoneum bestaan. De
mesenteria houden de aangehechte organen op hun plaats en voorkomen dat de darmen tijdens de
peristaltiek in de war raken.



Maagdarmkanaal, ook wel spijsverteringskanaal of gastro-intestinale kanaal, begint bij de mond en
loopt via de pharynx, oesophagus, maag, dunne darm, dikke darm en eindigt bij het rectum.

De accessoire organen bestaan uit gebitselementen, de tong, speekselklieren, de lever, de galblaas en
de pancreas.




Spijsvertering bestaat uit 7 processen:
- Ingestie (inname) van voedsel via de mond
- Vervoer van voedsel en chymus door het spijsverteringskanaal
- Mechanische verwerking door de tong en gebitselementen en vervolgens door peristalstiek door het
maagdarmkanaal. Hierdoor wordt de oppervlakte van voedsel vergroot waardoor het makkelijker kan
worden afgebroken.
- Secretie is de afgifte van water, zuren, enzymen en buffers door het epitheel van het maagdarmstelsel
en accessoire organen.
- Chemische vertering door enzymen en zuren waarbij voedsel tot kleine organische bouwstoffen wordt
afgebroken. Dit kan daarna door dekweefsel van het maagdarmkanaal worden opgenomen.
- Opname is de verplaatsing van kleine organische stoffen door het dekweefsel van het verteringskanaal

,naar de interstitiële vloeistof, waaronder bloed, rond het spijsverteringskanaal.
- Uitscheiding is de verwijdering van onverteerde afvalstoffen uit de lichaamsvloeistoffen. De
afvalstoffen worden ingedikt en in de vorm van feces (ontlasting) via defecatie uit het lichaam
verwijderd.



2. Legt uit wat de functies zijn van de verschillende organen van het spijsverteringsstelsel en
de accessoire organen

Mondholte: zorgt samen met accessoire structuren zoals de tong en tanden voor mechanische
vertering, bevochtiging en chemische vertering door het speeksel en het kunnen proeven van smaak.
Ook zorgt de mondholte voor betasting en onderzoek van het voedsel voordat het wordt ingeslikt. De
mondholte bestaat uit meerlagig plaveiselepitheel met cellen die slijm afgeven.

Speeksel uit de speekselklieren zorgt voor het schoonmaken van de mond en aspecifieke afweer. Er zijn
3 paar speekselklieren: de oorspeekselklier (glandula parotis), de onderkaakspeekselklieren (glandula
submandibularis) en de ondertongspeekselklieren (glandula sublingualis). Elke spekselklier vormt een
iets ander soort speeksel. De oorspeekselklieren bevatten een groot deel speekselamylase. Speeksel
door de onderkaak en ondertong bevat minder enzymen, maar meer buffels en slijm.

Speeksel zorgt voor bevochtiging waardoor slikken makkelijker is en speeksel begint met de chemische
vertering door enzymen die erin zitten. Als de speekselprocuctie in de mond afneemt, neemt het aantal
bacteriën in de mondholte enorm toe. Dit leidt snel tot infecties en erosie van de gebitselementen en
tandvlees. Tijdens het eten geven alle speekselklieren meer speeksel af (tot 7ml per minuut). De pH
verschuift van licht zuur (6,7) tot licht basisch (7,5). Onder normale omstandigheden wordt de
speekselafgifte door het autonoom zenuwstelsel geregeld.




De gespierde tong verplaatst het voedsel in de mond en wordt gebruikt om voedsel richting de
mondholte te bewegen. De functies zijn mechanische bewerking door samendrukken, likken en
vervormen van voedsel, slikken en onderzoek van het voedsel met de tast-, temperatuur-, en smaakzin-
tuigen.

, De uvula (huig) voorkomt dat bij het slikken voedsel in de nasofarynx (neusholte) terechtkomt.

Gebitselementen (tanden) zorgen voor kauwen (masticatie) en verkleining van voedsel. De kroon is
bedekt met glazuur, dat calciumfosfaat bevat. Voldoende calcium, vitamine D3 en fostaten in de voeding
zijn belangrijk om een goed glazuur te vormen en dit bestand te maken tegen afbraak.

Snijtanden (dentes incisivi) zijn nuttig voor afbijten van voedsel. Hoektanden (dentes cuspidati) worden
gebruikt om voedsel af te scheuren. De kiezen (premolaren en molaren) worden gebruikt om voedsel te
pletten en fijn te malen. Impactie= 3de molaren (verstandskiezen) ontstaan op plaatsen waar ze niet
door kunnen breken.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
mleeuwenburg Fontys Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
18
Member since
4 year
Number of followers
11
Documents
4
Last sold
3 months ago

3.3

3 reviews

5
1
4
1
3
0
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions