Assignment 1
Casus ‘Ruilen? Ja, Deal’
Vraag 1
Ben wordt door de officier van justitie bij de rechtbank Zeeland en West-Brabant beschuldigd van
culpoze brandstichting (art. 158 sub 2 Sr) in het Spaanse Tabernas. De tenlastelegging voldoet aan alle
formele vereisten en is volledig toegespitst op art. 158 Sr sub 2 Sr.
Geef gemotiveerd aan of Nederland jurisdictie heeft inzake het ten laste gelegde feit.
Uitgangspunt is: Territorialiteit. Het strafbare feit heeft zich plaatsgevonden in Spanje. Echter, er is
hier sprake van een extraterritoriale rechtsmacht, namelijk Artikel 7 Sr: Actieve personaliteitsbeginsel.
De verdachte moet een Nederlander zijn. Ben heeft de Nederlandse nationaliteit en maakt zich buiten
Nederland, namelijk in Spanje, schuldig aan een feit dat door de Nederlandse strafwet als misdrijf
wordt beschouwd, namelijk artikel 158 sub 2 Sr, en waarop door de wet in Spanje straf is gesteld,
vanuit mag worden gegaan dat dit in Spanje ook strafbaar is gesteld. Op grond hiervan heeft
Nederland jurisdictie en is het OM bevoegd om Ben te vervolgen.
Vraag 2
Stel, de officier van justitie vervolgt Ben bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant ook wegens het niet
voldoen aan een ambtelijk bevel (184 Sr) en gevaarlijk rijgedrag (art. 5 WVW).
Heeft Nederland jurisdictie?
art. 184 Sr:
HR Linquenda Rechtsoverweging 7.1
Volgens de Hoge Raad betekent ‘wettelijk voorschrift’ in art. 184 Sr een Nederlands wettelijk
voorschrift. Hier gaat het echter om een Spaans wettelijk voorschrift. Op grond hiervan levert het niet
voldoen van een ambtelijk bevel op grond van een buitenlands wettelijk voorschrift geen strafbaar feit
op in de zin van art. 184 Sr. Met betrekking tot dit feit heeft Nederland geen jurisdictie en is het OM
niet bevoegd om Ben te vervolgen
Art. 5 WVW:
Uitgangspunt is: Territorialiteit. Het strafbare feit heeft zich plaatsgevonden in Spanje. Echter, er is
hier sprake van een extraterritoriale rechtsmacht, namelijk Artikel 7 Sr: Actieve personaliteitsbeginsel.
De verdachte moet een Nederlander zijn. Ben heeft de Nederlandse nationaliteit
Echter bij het punt: ‘en maakt zich buiten Nederland schuldig aan een feit dat door de Nederlandse
strafwet als misdrijf wordt beschouwd en waarop door de wet in Spanje straf is gesteld’, gaat het mis.
Weliswaar maakt Ben zich schuldig aan een feit buiten Nederland, namelijk Spanje, Artikel 5 WVW is
geen misdrijf maar een overtreding op grond van artikel 178 lid 2 JO 177 lid 1 WVW.
Op grond hiervan heeft Nederland met betrekking tot dit feit geen jurisdictie en is het OM niet
bevoegd om Ben te vervolgen.
, Assignment 2
Casus Vlindermes
Vraag 1
Beoordeel de (on)juistheid van het gevoerde verweer. Betrek in uw antwoord de relevante
jurisprudentie en besteed in het bijzonder aandacht aan de thans vigerende causaliteitstheorie, maar
ook aan de adequatietheorie, de condicio sine qua non theorie en de causa proxima.
De raadsman haalt hier het arrest Letale longembolie aan: betoog gaat niet op omdat het optreden
van de letale longembolie na als gevolg van een botsing bekomen letsels als voormeld niet van
zodanige aard is dat het overlijden van het slachtoffer redelijkerwijze niet meer als gevolg van de
botsing aan de dader zou kunnen worden toegerekend. Dit arrest heeft betrekking op de
causaliteitstheorie redelijke toerekening: toerekening (naar redelijkheid) van een gevolg aan de
verdachte en diens gedrag.
- Condicio sine qua non: het gedrag in kwestie moet redelijkerwijs een onmisbare,
noodzakelijke voorwaarde voor het gevolg zijn geweest.
- Causa proxima: factor die zich het dichts bij verwerkelijking gevolg bevindt.
- Adequatietheorie: voorzienbaarheid voor de verdachte van (de kans op) een bepaald gevolg.
Wat zou een gemiddeld mens naar algemene ervaringsregels hebben kunnen voorzien? HR
spoorwegovergang: ook al had- achteraf gezien- het slachtoffer door zijn schrikreactie niet optimaal
gereageerd, toch was het een en ander voor de verdachte naar algemene ervaringsregels
redelijkerwijze te voorzien.
Letsel aan grote lichaamsslagader, operatie goed dag erna dood door inwenige bloedverlies.
Arts heeft gat in de grote lichaamsslagader per abuis niet volledig gedicht.
vervolging doodslag.
RDSM: overlijden van S van zodanige aard is dat dit niet redelijkerwijs aan V kan worden toegerekend.
Fout arts doorbreekt de causale keten, waardoor V niet als de veroorzaker van de dood van S kan
worden beschouwd
Casus ‘Ruilen? Ja, Deal’
Vraag 1
Ben wordt door de officier van justitie bij de rechtbank Zeeland en West-Brabant beschuldigd van
culpoze brandstichting (art. 158 sub 2 Sr) in het Spaanse Tabernas. De tenlastelegging voldoet aan alle
formele vereisten en is volledig toegespitst op art. 158 Sr sub 2 Sr.
Geef gemotiveerd aan of Nederland jurisdictie heeft inzake het ten laste gelegde feit.
Uitgangspunt is: Territorialiteit. Het strafbare feit heeft zich plaatsgevonden in Spanje. Echter, er is
hier sprake van een extraterritoriale rechtsmacht, namelijk Artikel 7 Sr: Actieve personaliteitsbeginsel.
De verdachte moet een Nederlander zijn. Ben heeft de Nederlandse nationaliteit en maakt zich buiten
Nederland, namelijk in Spanje, schuldig aan een feit dat door de Nederlandse strafwet als misdrijf
wordt beschouwd, namelijk artikel 158 sub 2 Sr, en waarop door de wet in Spanje straf is gesteld,
vanuit mag worden gegaan dat dit in Spanje ook strafbaar is gesteld. Op grond hiervan heeft
Nederland jurisdictie en is het OM bevoegd om Ben te vervolgen.
Vraag 2
Stel, de officier van justitie vervolgt Ben bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant ook wegens het niet
voldoen aan een ambtelijk bevel (184 Sr) en gevaarlijk rijgedrag (art. 5 WVW).
Heeft Nederland jurisdictie?
art. 184 Sr:
HR Linquenda Rechtsoverweging 7.1
Volgens de Hoge Raad betekent ‘wettelijk voorschrift’ in art. 184 Sr een Nederlands wettelijk
voorschrift. Hier gaat het echter om een Spaans wettelijk voorschrift. Op grond hiervan levert het niet
voldoen van een ambtelijk bevel op grond van een buitenlands wettelijk voorschrift geen strafbaar feit
op in de zin van art. 184 Sr. Met betrekking tot dit feit heeft Nederland geen jurisdictie en is het OM
niet bevoegd om Ben te vervolgen
Art. 5 WVW:
Uitgangspunt is: Territorialiteit. Het strafbare feit heeft zich plaatsgevonden in Spanje. Echter, er is
hier sprake van een extraterritoriale rechtsmacht, namelijk Artikel 7 Sr: Actieve personaliteitsbeginsel.
De verdachte moet een Nederlander zijn. Ben heeft de Nederlandse nationaliteit
Echter bij het punt: ‘en maakt zich buiten Nederland schuldig aan een feit dat door de Nederlandse
strafwet als misdrijf wordt beschouwd en waarop door de wet in Spanje straf is gesteld’, gaat het mis.
Weliswaar maakt Ben zich schuldig aan een feit buiten Nederland, namelijk Spanje, Artikel 5 WVW is
geen misdrijf maar een overtreding op grond van artikel 178 lid 2 JO 177 lid 1 WVW.
Op grond hiervan heeft Nederland met betrekking tot dit feit geen jurisdictie en is het OM niet
bevoegd om Ben te vervolgen.
, Assignment 2
Casus Vlindermes
Vraag 1
Beoordeel de (on)juistheid van het gevoerde verweer. Betrek in uw antwoord de relevante
jurisprudentie en besteed in het bijzonder aandacht aan de thans vigerende causaliteitstheorie, maar
ook aan de adequatietheorie, de condicio sine qua non theorie en de causa proxima.
De raadsman haalt hier het arrest Letale longembolie aan: betoog gaat niet op omdat het optreden
van de letale longembolie na als gevolg van een botsing bekomen letsels als voormeld niet van
zodanige aard is dat het overlijden van het slachtoffer redelijkerwijze niet meer als gevolg van de
botsing aan de dader zou kunnen worden toegerekend. Dit arrest heeft betrekking op de
causaliteitstheorie redelijke toerekening: toerekening (naar redelijkheid) van een gevolg aan de
verdachte en diens gedrag.
- Condicio sine qua non: het gedrag in kwestie moet redelijkerwijs een onmisbare,
noodzakelijke voorwaarde voor het gevolg zijn geweest.
- Causa proxima: factor die zich het dichts bij verwerkelijking gevolg bevindt.
- Adequatietheorie: voorzienbaarheid voor de verdachte van (de kans op) een bepaald gevolg.
Wat zou een gemiddeld mens naar algemene ervaringsregels hebben kunnen voorzien? HR
spoorwegovergang: ook al had- achteraf gezien- het slachtoffer door zijn schrikreactie niet optimaal
gereageerd, toch was het een en ander voor de verdachte naar algemene ervaringsregels
redelijkerwijze te voorzien.
Letsel aan grote lichaamsslagader, operatie goed dag erna dood door inwenige bloedverlies.
Arts heeft gat in de grote lichaamsslagader per abuis niet volledig gedicht.
vervolging doodslag.
RDSM: overlijden van S van zodanige aard is dat dit niet redelijkerwijs aan V kan worden toegerekend.
Fout arts doorbreekt de causale keten, waardoor V niet als de veroorzaker van de dood van S kan
worden beschouwd