SOCIOLOGIE: SOCIOLOGISCHE VERBEELDING ALS KRACHT SW
Hoofdstuk 1: wat bestudeert de sociologie
1.1. Sociaal als morele kwaliteit
1.2. Het sociale studieobject
1.3. Sociale constructie: het actorperspectief
1.3.1. Typologie van sociaal handelen bij weber
1.3.2. Actoranalyse van het sociale
1.3.3. Het zelfbeeld als sociaal construct
1.3.4. Sociale gevolgen, perverse effecten
1.4. Sociale bepaaldheid: sociaal systeemperspectief
1.4.1. Sociale structuur bepaald het handelen
1.4.2. Cultuur bepaald het sociaal handelen
1.4.3. Structuur en cultuur bepalen het sociaal handelen
1.5. Niveaus van analyse
1.5.1. Wat wordt bedoeld met micro, meso, macro
1.5.2. Verklaring voor armoede volgens het analyse model
1.5.3. Sociaal kapitaal: invulling Bourdieu en Putman
1.5.4. Gezondheid: analyse- en interventieniveaus
1.5.5. Ecologische en atomistische fouten
, SOCIOLOGIE: SOCIOLOGISCHE VERBEELDING ALS KRACHT SW
Hoofdstuk 1
Wat bestudeerd de sociologie?
= sociaal handelen, het systeem en onderlinge interactie
1.1 sociaal als morele kwaliteit
morele kwaliteit van ‘sociaal’: betrokkenheid op de mensen/ of solidariteit
sociologie: beschrijven/ verklaren van hoe mensen, groepen, opleidingen en
werkvelden deze morele kwaliteit benoemen
= expliciet (hoe we met mensen om gaan) /context
Verhaegen: egoïsme/ altruïsme zijn onveranderlijke morele kwaliteiten
Het ligt aan de mensen of deze eigenschappen als kenmerk worden gezien
De waal: in het sociaal morele zijn er 2 niveaus
1. horizontaal: betrekking op relaties
= niveau van interacties
Eerst niveau: één op één moraal: je eigen gedrag beïnvloed anderen
Bv: 2 studenten spreken af notities bij te houden voor elkaar als ze niet naar de les zouden
kunnen komen
2. verticale niveau: betrekking op de gemeenschap
= gemeenschapszorg
Bv: sociale zekerheid, vooral sociale bijstand: werkende mensen ondersteunen die gene dat
niet werken door omstandigheden
1.2 het sociale als studieobject
het sociale als feit
- horizontale pool/ interactieve pool: gemaakt door het sociaal handelen
- verticale pool/ gemeenschap: het systeem
tussen beiden is er een circulaire causaliteit: mensen maken hun sociale context en worden
er door bepaald
sociaal oog: sociaal handelen, het systeem en de tussenruimte => 3 niveaus
micro, meso en macro
het sociale => feit/ morele kwaliteit
sociologisch standpunt
actor systeem
, SOCIOLOGIE: SOCIOLOGISCHE VERBEELDING ALS KRACHT SW
socius => sociale constructie => societas
<= sociale beïnvloeding => = micro, meso en macro niveau
Agancy structure in de sociologie
men vertrekt of wel uit het sociaal handelen of vanuit de gemeenschap om elkaar te
verklaren
eerst studie: circulaire causaliteit: onderzoekt de sociale constructie van de sociale
werkelijkheid
andere studies: sociale bepaaldheid van sociaal handelen van uit een bepaald systeem van
eigen kenmerken en wetmatigheden
sociologen kiezen vaak voor 1 van deze studies => Max Weber, Emile Durkheim
sociale werkelijkheid is altijd beiden: we maken ons sociaal milieu en we worden bepaald
door onze sociale omgeving
Sociologie is een wetenschap die zich bezighoud met het analyseren van
- het gedrag van en tussen mensen en het feit dat het beïnvloed word door het
relatie
- daaruit voortkomende bindende relaties, gedragspatronen en structuren die hun
voortbestaan veranderen
We kunnen niet de mens analyseren zonder het circulaire te zien
de mens is een product van sociaal leven
deel van het systeem
ook kunnen we de maatschappij niet analyseren zonder het circulaire te zien
niemand kan buiten een sociaal systeem vallen, wel kan je gemarginaliseerd worden
1 maatschappij, wereldmaatschappij
Afgrenzen van sociale systemen, hoe ontstaan ze, hoe gebeurt het?
- Economie => Producent VS consument
- Cultuur => de ingeburgerde VS de niet ingeburgerde
1.3 sociale constructie: het actorperspectief
vb (agancy): Europa en Amerika kunnen we zien als subsystemen, die elkaar wederzijds
beïnvloeden
Europa en Amerika zijn actoren, er is tussen hen wederzijdse beïnvloeding en
interactie
Weber: sociaal handelen is een gedrag dat zinvol is betrokken op anderen
Sociologie: onderzoekt verschillende drijfweren van personen met dezelfde gemeenschap/
groep
, SOCIOLOGIE: SOCIOLOGISCHE VERBEELDING ALS KRACHT SW
Zinvol betrokken zijn op anderen => mensen gaan in interactie met anderen uit een
betekenisvolle relatie
Sociaal is pas wanneer je rekening houdt met de wederzijdse beïnvloeding
Verstehende sociologie: sociaal handelen van de mensen begrijpen
Sociaal handelen => in het heden, verleden en toekomst
- Verleden: elke avond the last post blazen in Ieper
- Toekomst: als ik een gesprek heb met iemand en ik noem die een kut kind zal die
persoon in de toekomst niet goed reageren op jouw
Ik stuur mij gedrag af op hoe die persoon zou gaan reageren
1.3.1 typologie van sociaal handelen bij Weber
4 categorieën
1. affectief sociaal handelen: onbewust, emotie en niet-rationeel
uiting van een emotionele, passionele ongecontroleerde reactie op een stimulus
= de manier waarop emoties geuit worden, verschillen per situatie en plaats
Vb: verkeeragressie => vroeger veel minder
2. traditioneel sociaal handelen: gewoonte of traditie
je hoeft de zinvolheid er van niet in te zien/ of akkoord mee gaan
vb: trouwen aan de kerk
afhankelijk van tijd en plaats
ouderen mannen gaan rapper de deur openhouden voor een vrouw dan jongeren
3. waarde rationeel denken
het resultaat van de actie is niet belangrijk maar de activiteit heeft vd persoon in kwestie
veel betekenis
bv: mensen hebben een avondje uit door de waarde die ze er aan hechten
afhankelijk van tijd en plaats
verschillende waardeoriëntaties hangen af van tijd en plaats
4. doelrationeel handelen
handelen om een vooraf gesteld doel te bereiken
1.3.2 actoranalyse van het sociale
Thomas-theorema: interactie, wederzijdse beïnvloeding met interpretaties
als iemand een persoon ontmoet gaat hij gebruik maken van bestaande definities,
categorieën en daarbij horende interpretaties
Hoofdstuk 1: wat bestudeert de sociologie
1.1. Sociaal als morele kwaliteit
1.2. Het sociale studieobject
1.3. Sociale constructie: het actorperspectief
1.3.1. Typologie van sociaal handelen bij weber
1.3.2. Actoranalyse van het sociale
1.3.3. Het zelfbeeld als sociaal construct
1.3.4. Sociale gevolgen, perverse effecten
1.4. Sociale bepaaldheid: sociaal systeemperspectief
1.4.1. Sociale structuur bepaald het handelen
1.4.2. Cultuur bepaald het sociaal handelen
1.4.3. Structuur en cultuur bepalen het sociaal handelen
1.5. Niveaus van analyse
1.5.1. Wat wordt bedoeld met micro, meso, macro
1.5.2. Verklaring voor armoede volgens het analyse model
1.5.3. Sociaal kapitaal: invulling Bourdieu en Putman
1.5.4. Gezondheid: analyse- en interventieniveaus
1.5.5. Ecologische en atomistische fouten
, SOCIOLOGIE: SOCIOLOGISCHE VERBEELDING ALS KRACHT SW
Hoofdstuk 1
Wat bestudeerd de sociologie?
= sociaal handelen, het systeem en onderlinge interactie
1.1 sociaal als morele kwaliteit
morele kwaliteit van ‘sociaal’: betrokkenheid op de mensen/ of solidariteit
sociologie: beschrijven/ verklaren van hoe mensen, groepen, opleidingen en
werkvelden deze morele kwaliteit benoemen
= expliciet (hoe we met mensen om gaan) /context
Verhaegen: egoïsme/ altruïsme zijn onveranderlijke morele kwaliteiten
Het ligt aan de mensen of deze eigenschappen als kenmerk worden gezien
De waal: in het sociaal morele zijn er 2 niveaus
1. horizontaal: betrekking op relaties
= niveau van interacties
Eerst niveau: één op één moraal: je eigen gedrag beïnvloed anderen
Bv: 2 studenten spreken af notities bij te houden voor elkaar als ze niet naar de les zouden
kunnen komen
2. verticale niveau: betrekking op de gemeenschap
= gemeenschapszorg
Bv: sociale zekerheid, vooral sociale bijstand: werkende mensen ondersteunen die gene dat
niet werken door omstandigheden
1.2 het sociale als studieobject
het sociale als feit
- horizontale pool/ interactieve pool: gemaakt door het sociaal handelen
- verticale pool/ gemeenschap: het systeem
tussen beiden is er een circulaire causaliteit: mensen maken hun sociale context en worden
er door bepaald
sociaal oog: sociaal handelen, het systeem en de tussenruimte => 3 niveaus
micro, meso en macro
het sociale => feit/ morele kwaliteit
sociologisch standpunt
actor systeem
, SOCIOLOGIE: SOCIOLOGISCHE VERBEELDING ALS KRACHT SW
socius => sociale constructie => societas
<= sociale beïnvloeding => = micro, meso en macro niveau
Agancy structure in de sociologie
men vertrekt of wel uit het sociaal handelen of vanuit de gemeenschap om elkaar te
verklaren
eerst studie: circulaire causaliteit: onderzoekt de sociale constructie van de sociale
werkelijkheid
andere studies: sociale bepaaldheid van sociaal handelen van uit een bepaald systeem van
eigen kenmerken en wetmatigheden
sociologen kiezen vaak voor 1 van deze studies => Max Weber, Emile Durkheim
sociale werkelijkheid is altijd beiden: we maken ons sociaal milieu en we worden bepaald
door onze sociale omgeving
Sociologie is een wetenschap die zich bezighoud met het analyseren van
- het gedrag van en tussen mensen en het feit dat het beïnvloed word door het
relatie
- daaruit voortkomende bindende relaties, gedragspatronen en structuren die hun
voortbestaan veranderen
We kunnen niet de mens analyseren zonder het circulaire te zien
de mens is een product van sociaal leven
deel van het systeem
ook kunnen we de maatschappij niet analyseren zonder het circulaire te zien
niemand kan buiten een sociaal systeem vallen, wel kan je gemarginaliseerd worden
1 maatschappij, wereldmaatschappij
Afgrenzen van sociale systemen, hoe ontstaan ze, hoe gebeurt het?
- Economie => Producent VS consument
- Cultuur => de ingeburgerde VS de niet ingeburgerde
1.3 sociale constructie: het actorperspectief
vb (agancy): Europa en Amerika kunnen we zien als subsystemen, die elkaar wederzijds
beïnvloeden
Europa en Amerika zijn actoren, er is tussen hen wederzijdse beïnvloeding en
interactie
Weber: sociaal handelen is een gedrag dat zinvol is betrokken op anderen
Sociologie: onderzoekt verschillende drijfweren van personen met dezelfde gemeenschap/
groep
, SOCIOLOGIE: SOCIOLOGISCHE VERBEELDING ALS KRACHT SW
Zinvol betrokken zijn op anderen => mensen gaan in interactie met anderen uit een
betekenisvolle relatie
Sociaal is pas wanneer je rekening houdt met de wederzijdse beïnvloeding
Verstehende sociologie: sociaal handelen van de mensen begrijpen
Sociaal handelen => in het heden, verleden en toekomst
- Verleden: elke avond the last post blazen in Ieper
- Toekomst: als ik een gesprek heb met iemand en ik noem die een kut kind zal die
persoon in de toekomst niet goed reageren op jouw
Ik stuur mij gedrag af op hoe die persoon zou gaan reageren
1.3.1 typologie van sociaal handelen bij Weber
4 categorieën
1. affectief sociaal handelen: onbewust, emotie en niet-rationeel
uiting van een emotionele, passionele ongecontroleerde reactie op een stimulus
= de manier waarop emoties geuit worden, verschillen per situatie en plaats
Vb: verkeeragressie => vroeger veel minder
2. traditioneel sociaal handelen: gewoonte of traditie
je hoeft de zinvolheid er van niet in te zien/ of akkoord mee gaan
vb: trouwen aan de kerk
afhankelijk van tijd en plaats
ouderen mannen gaan rapper de deur openhouden voor een vrouw dan jongeren
3. waarde rationeel denken
het resultaat van de actie is niet belangrijk maar de activiteit heeft vd persoon in kwestie
veel betekenis
bv: mensen hebben een avondje uit door de waarde die ze er aan hechten
afhankelijk van tijd en plaats
verschillende waardeoriëntaties hangen af van tijd en plaats
4. doelrationeel handelen
handelen om een vooraf gesteld doel te bereiken
1.3.2 actoranalyse van het sociale
Thomas-theorema: interactie, wederzijdse beïnvloeding met interpretaties
als iemand een persoon ontmoet gaat hij gebruik maken van bestaande definities,
categorieën en daarbij horende interpretaties