Inleiding
Leer-kracht: 7 werkwoorden met een C
1) Care (zorg dragen): écht om leerlingen geven
2) Challenge (uitdagen): hoge eisen stellen
3) Clarify (verhelderen): moeilijke dingen begrijpelijk uitleggen
4) Captivate (boeien): lessen interessant en aangenaam maken
5) Confer (consulteren, schenken, bijdragen, beraadslagen): volop in interactie gaan
6) Consolidate (versterken, hechter maken): nagaan of de leerlingen de leerinhoud oppikken
7) Control: leertijd effectief benutten (geen verloren tijd)
Leeromgeving realiseren
KADER VOOR EFFECTIEF ONDERWIJS
Lesontwerp, fasering,
groeperingsvormen
1
, 2 actoren in onderwijsleersituatie:
1) De leraar
2) De lerende
Er wordt altijd iets geleerd (inhoud) door de leerlingen
➔ didactische triade over leren in de klas
WAT IS GOED ONDERWIJS?
➔ EFFECTIEF ONDERWIJS
- Effect op leren: elk kind moet bijleren
- Effect op welbevinden: elk kind moet zich goed voelen
Leren in de klas: waarover gaat het?
- Hoe leert een kind op school? → leerprocessen
o Didactisch: wat heeft dit kind/leerlingen nodig om te leren?
- Wat doet leraar om ervoor te zorgen dat het kind deze inhoud leert → didactisch handelen
- Wat leert een kind op school? → leerinhoud
o Wat is moeilijk of uitdagend aan deze inhoud?
Leerling(en)
Interactie tussen individuele leerling en leraar
- Onderwijs in eerste plaats aan een groep leerlingen moet worden gegeven (anders BO)
→ Maar, elk kind moet tot betere leerprestaties komen (differentiatie)
- Leerprincipes: belangrijke principes die gevolgd worden als er tot echt leren wordt
overgegaan
- Leeractiviteiten: wat doe lln. als ij aan het leren is? → leerpsychologie
➔ Wat heeft de leerling NODIG aan ondersteuning of aan uitdaging om tot (betere) leerprestaties
te komen, om leerwinst te maken? (handelingsgerichte visie op onderwijzen)
2
,Leraar
Didactisch handelen van de leraar
- Didactische principes
- Didactische werkvormen
- Instructietechnieken
→ vormen van hup en ondersteuning die leraar biedt
- Didactische vaardigheden
Leerinhoud
Onderscheid leerinhouden die sequentieel geordend zijn en leerinhouden met open karakter
Organisatie
- Fasering van een les → leertijd efficiënt benutten (directe instructiemodel)
- Groeperingsvormen
LEERTHEORIEN EN LEEROMGEVINGEN REALISEREN
Behaviorisme
Leren = observeerbare gedragsverandering die door bekrachtig of associaties tot stand komen
(prikkel – respons)
- Gedrag komt tot stand doordat associaties worden gelegd tussen twee prikkels
- Gedrag komt tot stand doordat toevallig gesteld gedrag beloond wordt
Denken speelt geen rol!
Cognitivisme
Leren = mentaal proces waarbij er veranderingen optreden in mentale structuren
- Waarneming en werking geheugen spelen een rol bij verwerken van informatie
Constructivisme
Lerende zelf construeert zijn kennis op basis van persoonlijke interpretaties en interacties met
(sociale) omgeving
→ uitwerken cognitivisme
3
, Krachtige leeromgeving
(captivate en consolidate)
DIDACTISCHE PRINCIPES
• Aanschouwelijkheidsprincipe
• Herhalingsprincipe
• Activiteitsprincipe
• Belangstellingsprincipe
• Beperkingsprincipe/efficiëntieprincipe
• Individualisatie- of differentiatieprincipe
• Integratieprincipe
• geleidelijkheidsprincipe
4