kostprijsberekening
Deel 1 : Financieel boekhouden
H7: Boekhoudkundige verwerking van VA → investeringen en afschrijvingen
Omschrijving Materiële Vaste Activa (A.1.)
Vaste activa (VA) = omvatten de bezettingen die de venn DUURZAAM aanwendt voor de
bedrijfsuitvoering (bv gebouw, computer, bureau, voertuig, machine, …) → voor LT in vennootschap!
Financiële VA (FVA) = duurzame beleggingen in aandelen of in vastrentende effecten zoals obligaties van
andere ondernemingen (bv andere onderneming kopen)
Materiële VA (MVA) = tastbaar van aard, je kan ze zien en aanraken
<-> Immateriële en financiële VA zijn niet tastbaar van aard
- Kenmerken MVA:
o In bezit voor LT = duurzame wijze
o Ter ondersteuning productie en verkoop G&D (bv machine)
o Niet bestemd voor verkoop, maar voor gebruik
o Bestemming beïnvloedt classificatie
▪ Vrachtwagen in transportbedrijf = VA
▪ Vrachtwagen bij producent = voorraad
- Classificatie MVA: (22 → 27)
o 22 terreinen en gebouwen
o 23 installaties, machines en uitrusting (bv machine in fabriek)
▪ = inrichting van een fabriek
o 24 meubilair en rollend materieel (bv auto, computers, meubilair, …)
o 25 leasing en soortgelijke rechten (zie verder)
o 26 overige MVA
▪ VA die venn niet zelf gebruikt (bv bij leasing)
o 27 activa in aanbouw (wij gebruiken deze niet)
Waardering MVA (A.2)
Welke waarde moet je op de balans zetten? → 3 opties:
- Je koopt het aan = aanschaffingsprijs:
o = Aankoopprijs + alle bijhorende kosten (bv installatie- en transportkosten, import bel, ..)
o Hoe boeken?
▪ Credit 4400 Handelsschulden
▪ Debet 2300 Machine
1
, - Je maakt het zelf = vervaardingsprijs:
o Bij produceren heb je verschillende soorten kosten:
▪ Materiaal en arbeid = directe kosten want je weet exact hoeveel je geeft per
geproduceerde eenheid → 6 rekening
▪ Andere kosten (bv licht, gebouw, …) = indirecte kosten want moeilijk berekenen
o 2 opties:
▪ Directe/variabele vervaardigingsprijs = directe + geen/deel van indirecte kosten
▪ Integrale vervaardigingsprijs (full costing) = directe + indirecte kosten
o Boeking in 2 stappen:
▪ Materiaal kopen, lonen uitbetalen = directe kosten
• Debet 6XXX Kosten
• Credit 4XXX Schulden
▪ Indirecte kosten toevoegen
• Debet 2210 gebouwen
• Credit 7200 geproduceerde VA
- Inbreng in natura door AH = inbrengwaarde
o Bv aandeelhouder geeft gebouw in ruil voor aandelen
De waarde van VA veranderd in de tijd → Waardering MVA NA VERWERVING = AW, gecorr. door afschr.
Afschrijvingen MVA (A.3)
Kasaanpak (cash basis) = kosten geboekt op moment van betaling
→ voldoet niet aan principe van de overeenstemming (matching)
In België gebruiken we de toerekingsaanpak (accrual basis) = kosten spreiden over gebruiksduur
(=periode waarin opbrengsten worden gerealiseerd), niet kijken naar cash betalingen
Side note: op het einde van elk boekjaar moeten volgende verrichtingen worden gedaan:
!!
Doel van afschrijvingen:
- Kosten verspreiden over gebruiksduur
- Waarde van de activa langzaam laten afnemen
2
,Hoe boeken?
- Aankoop boeken (jaar 1):
o Activa stijgt (= debet 2400 rollend materiaal) → = AW!
o Kas daalt of schuld stijgt (credit 4400 handelsschuld)
- Afschrijving boeken (vanaf jaar 2):
o Afschrijving (= debet 6302 afschrijvingen)
o Restwaarde berekenen (= credit 2409 rollend materieel – gecumuleerde afschrijvingen)
o Restwaarde zetten in balans (= credit afschrijving 2409 rollend materiaal)
▪ 2409 = contrarekening → Door XX09 te gebruiken, maak je duidelijk dat de
balanspost daalt door een afschrijving en niet door verkoop!
▪ Stel je koopt aan midden in het jaar? → per maand afschrijven (Als je voor een
heel jaar afschrijft daalt winst en dus ook verschuldigde belasting. Daarom heeft
fiscus afschrijvingen per maand verplicht)
Wanneer ga je afschrijven?
- Enkel MVA met een beperkte gebruiksduur (bv gebouwen, machines, … <-> NIET: terreinen!)
o Beperkte gebruiksduur bv door slijtage en/of technische veroudering
Hoe bepalen van de afschrijvingskost?
- Afschrijfbare bedrag (AB)
o = deel van aanschaffingswaarde dat gedurende de gebruiksduur van het goed als kost
wordt geboekt in de RR
o = aanschaffingswaarde – restwaarde (RW)
▪ RW = bedrag dat de venn kan krijgen uit de verkoop van het goed aan het einde
van zijn gebruiksduur
o Bv 30 000 € (AW) – 5000€ (RW) = 25000 € (AB)
- Waarschijnlijke gebruiksduur (n)
o = aantal periodes waarover we het goed afschrijven
o Fiscus regelt dat een beetje! → minimumtermijnen opleggen
- Afschrijvingen moeten op systematische wijze gebeuren: elk jaar op dezelfde manier doen!
3
, Afschrijvingsmethoden:
: <->
- Lineaire afschrijving = elk jaar evenveel
o Idee: VA generen in elke periode dezelfde opbrengsten
o
- Degressieve afschrijving = afnemend afschrijven
o idee: VA genereren in het begin meer opbrengsten / compensatie voor hogere kosten
van onderhoud en herstelling in latere periodes
▪ bv auto verliest in begin veel meer aan waarde / in begin niet veel kosten
o Vanaf degressief < lineair, moet je overstappen naar lineaire afschrijving
o ! je moet afschrijven tot restwaarde is bereikt
o ! fiscaal mag je in België enkel lineair afschrijven, maar bedrijfseconomisch mag het wel
o
o Sneller belastingvoordeel, maar niet meer! → afschrijvingen > toegestaan = belasting
volgens max toegestane afschrijvingen
4