Literatuuropdracht 2
Identiteit
Het boek dat ik heb gelezen voor deze opdracht is Het woeden der gehele wereld van
Maarten ‘t Hart. De hoofdpersoon van het boek is Alexander Goudveyl.
Alexander is zeer muzikaal en intelligent. Hij groeit op in een klein vissersdorp aan de
Nieuwe Waterweg. Zijn ouders komen daar oorspronkelijk niet van, zij zijn na de oorlog
van rotterdam daar naar toe verhuisd. Omdat de familie Goudveyl ‘hersteld’ zijn en dat
kerkgenootschap er niet was in het dorp, werden ze gereformeerd.
Alexander blijft het buitenbeentje van het dorp en wordt gepest door zijn
leeftijdgenoten. Op dezelfde dag dat Alexander leert over Mozes, wordt Alexander bijna
verdronken door zijn klasgenoten. Alexander trekt de conclusie dat God hem probeert
te doden. Deze angst is terugkerend door zijn hele jeugd als een soort obsessie bekent
hij later.
De oplossing voor zijn problemen vindt Alexander in muziek. Het liefst speelt hij Bach
op de piano. Zijn ouders zijn integendeel niet muzikaal en hebben erg weinig voor
muziek, dus wanneer de tijd aanbreekt om te gaan studeren kiest Alexander toch
farmacie, en niet muziek zoals hij zelf al zijn hele leven had gewild. Dit zorgt voor een
grotere worsteling met zijn identiteit. Alexander zegt het geloof en het dorpje vaarwel.
Later wordt hij toch componist, ondanks wat zijn ouders ervan zouden vinden. Het is
moeilijk voor Alexander om zijn hele jeugd lang raar aangekeken te worden door zijn
ouders voor het willen worden van een componist. Later blijkt het dat dat niet
Alexander zijn echte ouders zijn, maar dat hij de zoon is van een dirigent genaamd
Oberstein. Dit maakt voor hem zijn identiteit duidelijk en kan hij zijn afkeer voor zijn
ouders verklaren.
Identiteit
Het boek dat ik heb gelezen voor deze opdracht is Het woeden der gehele wereld van
Maarten ‘t Hart. De hoofdpersoon van het boek is Alexander Goudveyl.
Alexander is zeer muzikaal en intelligent. Hij groeit op in een klein vissersdorp aan de
Nieuwe Waterweg. Zijn ouders komen daar oorspronkelijk niet van, zij zijn na de oorlog
van rotterdam daar naar toe verhuisd. Omdat de familie Goudveyl ‘hersteld’ zijn en dat
kerkgenootschap er niet was in het dorp, werden ze gereformeerd.
Alexander blijft het buitenbeentje van het dorp en wordt gepest door zijn
leeftijdgenoten. Op dezelfde dag dat Alexander leert over Mozes, wordt Alexander bijna
verdronken door zijn klasgenoten. Alexander trekt de conclusie dat God hem probeert
te doden. Deze angst is terugkerend door zijn hele jeugd als een soort obsessie bekent
hij later.
De oplossing voor zijn problemen vindt Alexander in muziek. Het liefst speelt hij Bach
op de piano. Zijn ouders zijn integendeel niet muzikaal en hebben erg weinig voor
muziek, dus wanneer de tijd aanbreekt om te gaan studeren kiest Alexander toch
farmacie, en niet muziek zoals hij zelf al zijn hele leven had gewild. Dit zorgt voor een
grotere worsteling met zijn identiteit. Alexander zegt het geloof en het dorpje vaarwel.
Later wordt hij toch componist, ondanks wat zijn ouders ervan zouden vinden. Het is
moeilijk voor Alexander om zijn hele jeugd lang raar aangekeken te worden door zijn
ouders voor het willen worden van een componist. Later blijkt het dat dat niet
Alexander zijn echte ouders zijn, maar dat hij de zoon is van een dirigent genaamd
Oberstein. Dit maakt voor hem zijn identiteit duidelijk en kan hij zijn afkeer voor zijn
ouders verklaren.