Systemisch denken en handelen
Les 1: inleiding
Kijken door een systemische bril: wat gaan we doen?
Uitzoomen
Afstand nemen
Breder kijken
Dat vraagt wat stretching van onze hersenen en een nieuwe taal.
Persoonsgerichte kenmerken
Gesloten denken
Focus op persoon
Zelfbepalend
Gedrag van persoon
Aandacht binnenkant
Statisch
1waarheid
Lineair causaal denken = A oefent een invloed uit op B waardoor B verandert + spreken van
oorzaak en gevolg, vinden makkelijk een zondebok/schuldige, afwijkend gedrag is iets van die
ene persoon alleen
Gericht op oplossingen
Relatiegericht
Open denken
Focus op relatie tot omgeving
Systeem bepaalt mee
Samenhang, verbinding
Aandacht naar buiten gericht
Iets wordt dynamiek
Veel waarheden
Circulair causaal denken = verschijnselen zijn niet meer te verklaren vanuit een eenvoudige
oorzaak-gevolgprincipe + meerdere factoren beinvloeden elkaar: meerdere cirkels van
beinvloeding + A beinvloedt B en B beinvloedt A die onder invloed van C en D staan…
Effect: afwijkend gedrag is niet alleen jouw verantwoordelijkheid
Spreken van : aandeel
Niet oplossing gericht
Definitie “systeem” (volgens Van Weijenberg)
Systeem wijst op een eenheid opgebouwd uit deelverhoudingen, gaat niet om delen op zich,
ook niet om geheel maar om doelgerichte betrekkingen tussen alles.
Wat is een systeem?
Het gaat niet om delen op zicht en niet om geheel maar om doelgerichte betrekkingen tussen allen.
, Hoofdstuk 1: De algemene systeemtheorie of AST:
ontstaan en situering
1.1 systemisch werken – algemene systeemtheorie – systeem
systeem : Grieks (sustema) = samenstellen of bijeenplaatsen
synoniem voor stelsel
systemen:
- politiek systeem
- economisch systeem
- onderwijssysteem
- ecosysteem koelsysteem
- sound systeem
- ….
Ludwig Von Bertalanffy: grondlegger van algemene systeemtheorie een aantal elementen die met
elkaar in interactie staan. (geheel is meer dan som van de delen).
Systeem: abstracte constructie vanuit positie van de waarnemer/denker.
constructie: systeem ligt in manier van kijken
abstract: theorie niet eigen aan 1 inhoud, beschrijft wetmatigheden in relaties en dynamieken binnen
systemen van zeer uiteenlopende aard AST is multi-disciplinair.
AST: maakt het mogelijk om complexe gehelen te ordenen en overzichtelijk te maken.
1.2 ontstaan van de algemene systeemtheorie
Pioniers: Watzlawick, Bateson en Donald Jackson en Jay Hayley waren verbonden aan het Mental
Research Institute in Palo Alto. Daarom werd het de Palo Alto school genoemd. Ook Minuchin
maakte deel uit van deze groep en wordt als grondlegger gezien.
1.3 Situering van de systeemtheorie
Redenen van disfunctioneren worden volgens de systeemtheorie gezocht in de omgeving, binnen de
interactie en relaties tussen mensen.
Systeemtheorie: enkel wat zichtbaar is en dus niet de innerlijke processen, zoals driften, verdringing
en complexen van belang zijn.
Focus: op wat hier en nu is en niet op trauma’s etc..
Met toevoegingen van elementen uit het contextuele denken (BAERT), betekenis die interacties
buiten het hier en nu voor mensen hebben een plaats kregen in de systeemtheorie (MERTENS EN
VANDEBROEK).
1.4 De AST: van een persoonsgerichte naar relatiegerichte
benadering: belang van wisselwerking
mensen komen met klachten die met 1 iemand verband houden: individueel probleem
wederzijdse beinvloeding 20ste eeuw
1950 pas gezins- en partnerrelatietherapie
verspreiding systeemdenken:
Les 1: inleiding
Kijken door een systemische bril: wat gaan we doen?
Uitzoomen
Afstand nemen
Breder kijken
Dat vraagt wat stretching van onze hersenen en een nieuwe taal.
Persoonsgerichte kenmerken
Gesloten denken
Focus op persoon
Zelfbepalend
Gedrag van persoon
Aandacht binnenkant
Statisch
1waarheid
Lineair causaal denken = A oefent een invloed uit op B waardoor B verandert + spreken van
oorzaak en gevolg, vinden makkelijk een zondebok/schuldige, afwijkend gedrag is iets van die
ene persoon alleen
Gericht op oplossingen
Relatiegericht
Open denken
Focus op relatie tot omgeving
Systeem bepaalt mee
Samenhang, verbinding
Aandacht naar buiten gericht
Iets wordt dynamiek
Veel waarheden
Circulair causaal denken = verschijnselen zijn niet meer te verklaren vanuit een eenvoudige
oorzaak-gevolgprincipe + meerdere factoren beinvloeden elkaar: meerdere cirkels van
beinvloeding + A beinvloedt B en B beinvloedt A die onder invloed van C en D staan…
Effect: afwijkend gedrag is niet alleen jouw verantwoordelijkheid
Spreken van : aandeel
Niet oplossing gericht
Definitie “systeem” (volgens Van Weijenberg)
Systeem wijst op een eenheid opgebouwd uit deelverhoudingen, gaat niet om delen op zich,
ook niet om geheel maar om doelgerichte betrekkingen tussen alles.
Wat is een systeem?
Het gaat niet om delen op zicht en niet om geheel maar om doelgerichte betrekkingen tussen allen.
, Hoofdstuk 1: De algemene systeemtheorie of AST:
ontstaan en situering
1.1 systemisch werken – algemene systeemtheorie – systeem
systeem : Grieks (sustema) = samenstellen of bijeenplaatsen
synoniem voor stelsel
systemen:
- politiek systeem
- economisch systeem
- onderwijssysteem
- ecosysteem koelsysteem
- sound systeem
- ….
Ludwig Von Bertalanffy: grondlegger van algemene systeemtheorie een aantal elementen die met
elkaar in interactie staan. (geheel is meer dan som van de delen).
Systeem: abstracte constructie vanuit positie van de waarnemer/denker.
constructie: systeem ligt in manier van kijken
abstract: theorie niet eigen aan 1 inhoud, beschrijft wetmatigheden in relaties en dynamieken binnen
systemen van zeer uiteenlopende aard AST is multi-disciplinair.
AST: maakt het mogelijk om complexe gehelen te ordenen en overzichtelijk te maken.
1.2 ontstaan van de algemene systeemtheorie
Pioniers: Watzlawick, Bateson en Donald Jackson en Jay Hayley waren verbonden aan het Mental
Research Institute in Palo Alto. Daarom werd het de Palo Alto school genoemd. Ook Minuchin
maakte deel uit van deze groep en wordt als grondlegger gezien.
1.3 Situering van de systeemtheorie
Redenen van disfunctioneren worden volgens de systeemtheorie gezocht in de omgeving, binnen de
interactie en relaties tussen mensen.
Systeemtheorie: enkel wat zichtbaar is en dus niet de innerlijke processen, zoals driften, verdringing
en complexen van belang zijn.
Focus: op wat hier en nu is en niet op trauma’s etc..
Met toevoegingen van elementen uit het contextuele denken (BAERT), betekenis die interacties
buiten het hier en nu voor mensen hebben een plaats kregen in de systeemtheorie (MERTENS EN
VANDEBROEK).
1.4 De AST: van een persoonsgerichte naar relatiegerichte
benadering: belang van wisselwerking
mensen komen met klachten die met 1 iemand verband houden: individueel probleem
wederzijdse beinvloeding 20ste eeuw
1950 pas gezins- en partnerrelatietherapie
verspreiding systeemdenken: