Begrippenlijst RV : per les
LESWEEK 1
Uitlegging in de ruime zin De activiteit waarbij een brongeheel en een doelgeheel met elkaar in
verbinding worden gebracht
Brongeheel Het geheel waarvan men vertrekt = interpretandum
Doelgeheel Het geheel waar men aankomt = interpretans
Uitlegging in de enge zin De activiteit waarbij een inhoud (I’s) wordt toegeschreven aan een
interpretatievoorwerp (I’m)
Paradigma Filosofische aannames of de kern van elementaire overtuigingen die de
handelingen van de uitlegger sturen en diens wereldbeeld bepalen
Wereldbeeld Een manier van denken over de complexiteit van de
reële/sociale/juridische wereld om er van op te krijgen
Positivistisch paradigma De uitlegging als ontdekking en (feitelijke) beschrijving
Constructivistisch paradigma De uitlegging als vorming en (normatief) waardenoordeel
Ontologisch uitgangspunt Aannames over de aard vd werkelijkheid
Epistemologisch uitgangspunt Aannames over hoe we de werkelijkheid kunnen kennen
Axiologisch uitgangspunt Aannames over de rol van waarden en morele overwegingen bij
uitlegging
Methodologisch uitgangspunt Aannames over de beste manier om uit te leggen
Staatskundig uitgangspunt Aannames over de meest gepaste verhouding tussen de 3 staatsmachten
Verifieerbare uitspraak De betekenis van een norm kan objectief worden beschreven of
vastgesteld
Syllogisme Logische operatie
Deductief geldig redeneren Wiskundige zekerheid van het resultaat
Major (in het recht) Uitlegger zoekt (empirisch) naar de toepasselijke rechtsregel
Minor (in het recht) Uitlegger stelt vast dat in dat geval voldaan is aan de
toepassingsvoorwaarden van die regel
Conclusio (in het recht) Met volle verstand tot conclusie komen
Subsumptie Een begrip of structuur wordt onder een ander begrip of bestuur
gebracht
LESWEEK 2
Linguistic turn Opvatting dat taal mee onze wereld bepaald
Pragmatic turn Opvatting dat hoe we taal gebruiken, die onze wereld bepaald
Zenderbetekenis Inhoud die zender toeschrijft aan symbool
Ontvangerbetekenis Inhoud die ontvanger toeschrijft aan symbool
Semantische betekenis Letterlijke betekenis zonder toepassingscontext
Pragmatische betekenis Geïnfereerde betekenis met toepassingscontext
Waarderingsuitspraak Uitspraak over betekenis van iets
Wervend argumenteren Resultaat is nooit zeker in absolute termen
Heuristiek Leer van het vinden
Progressief redeneren Vertrekken bij de premissen en eindigen bij de conclusie
Regressief redeneren Vertrekken bij de conclusie en eindigen bij de premissen
Eerste-ordelegitimatie Het aannemelijk maken van de redenering
Tweede-ordelegitimatie Het aannemelijk maken vd premissen vd redenering
The rule of men Machthebbers mogen naar eigen inzichten handelen
The rule of law Machthebbers zijn gebonden door het recht
Isonomia Gelijkheid voor en door de wet
1
LESWEEK 1
Uitlegging in de ruime zin De activiteit waarbij een brongeheel en een doelgeheel met elkaar in
verbinding worden gebracht
Brongeheel Het geheel waarvan men vertrekt = interpretandum
Doelgeheel Het geheel waar men aankomt = interpretans
Uitlegging in de enge zin De activiteit waarbij een inhoud (I’s) wordt toegeschreven aan een
interpretatievoorwerp (I’m)
Paradigma Filosofische aannames of de kern van elementaire overtuigingen die de
handelingen van de uitlegger sturen en diens wereldbeeld bepalen
Wereldbeeld Een manier van denken over de complexiteit van de
reële/sociale/juridische wereld om er van op te krijgen
Positivistisch paradigma De uitlegging als ontdekking en (feitelijke) beschrijving
Constructivistisch paradigma De uitlegging als vorming en (normatief) waardenoordeel
Ontologisch uitgangspunt Aannames over de aard vd werkelijkheid
Epistemologisch uitgangspunt Aannames over hoe we de werkelijkheid kunnen kennen
Axiologisch uitgangspunt Aannames over de rol van waarden en morele overwegingen bij
uitlegging
Methodologisch uitgangspunt Aannames over de beste manier om uit te leggen
Staatskundig uitgangspunt Aannames over de meest gepaste verhouding tussen de 3 staatsmachten
Verifieerbare uitspraak De betekenis van een norm kan objectief worden beschreven of
vastgesteld
Syllogisme Logische operatie
Deductief geldig redeneren Wiskundige zekerheid van het resultaat
Major (in het recht) Uitlegger zoekt (empirisch) naar de toepasselijke rechtsregel
Minor (in het recht) Uitlegger stelt vast dat in dat geval voldaan is aan de
toepassingsvoorwaarden van die regel
Conclusio (in het recht) Met volle verstand tot conclusie komen
Subsumptie Een begrip of structuur wordt onder een ander begrip of bestuur
gebracht
LESWEEK 2
Linguistic turn Opvatting dat taal mee onze wereld bepaald
Pragmatic turn Opvatting dat hoe we taal gebruiken, die onze wereld bepaald
Zenderbetekenis Inhoud die zender toeschrijft aan symbool
Ontvangerbetekenis Inhoud die ontvanger toeschrijft aan symbool
Semantische betekenis Letterlijke betekenis zonder toepassingscontext
Pragmatische betekenis Geïnfereerde betekenis met toepassingscontext
Waarderingsuitspraak Uitspraak over betekenis van iets
Wervend argumenteren Resultaat is nooit zeker in absolute termen
Heuristiek Leer van het vinden
Progressief redeneren Vertrekken bij de premissen en eindigen bij de conclusie
Regressief redeneren Vertrekken bij de conclusie en eindigen bij de premissen
Eerste-ordelegitimatie Het aannemelijk maken van de redenering
Tweede-ordelegitimatie Het aannemelijk maken vd premissen vd redenering
The rule of men Machthebbers mogen naar eigen inzichten handelen
The rule of law Machthebbers zijn gebonden door het recht
Isonomia Gelijkheid voor en door de wet
1