Les 1
Business to business is anders dan business to customer. Een aantal verschillen zijn:
- Minder klanten
- Grotere transacties
- Koopmotieven meer gericht op efficiëntie
- Vaak meer complexe producten
- Inkopers meer echte specialisten
- Sterkere relatie tussen verkoper en klant, meer loyaliteit
- Conjunctuurgevoelig
- In de B2B is de DMU veel groter
Meerdere invloeden op het koopgedrag wanneer het om B2B gaat:
A) De omgeving
• Marktvorm: zijn de afnemers monopolisten, etc.
• Ondernemersklimaat; per land of regio kan dat verschillen. Welke regels zijn stimulerend
of juist desastreus? (denk aan Rusland of de Brexit)
• Reciprociteit; afnemer leverancier nemen over en weer producten van elkaar af.
B) De organisatie
• Ondernemersactiviteiten: kwetsbaarheid, inschatten hoe belangrijk jouw product is voor
het eindproduct/dienst
, Afweging voor bedrijven; To make or buy?
Zelf of outsourcen?
Zelf: Lagere kosten, know how in het bedrijf houden, kwetsbaarheid verkleinen.
Outsourcen: Kostenvoordeel/verbeteren van bedrijfsresultaat, je concentreren op de kern
van je eigen organisatie, anderen zijn specialisten, etc.
Inkoopsituatie 3 smaken:
- New task buying (bijv. Brightspace van de HvA, moeilijk en kost heel veel geld)
- Modified rebuy (bijv. koffiemachine)
- Straight rebuy: (als iets op is dan wordt het automatisch besteld, bijv. printpapier)
Hoe bepaal je voor welke leverancier je kiest?
- Kwaliteit (hoge kwaliteit maar duur)
- Op tijd leveren (...of altijd op tijd maar kwaliteit zo/zo)
- Prijs (...hoge prijs maar ook goede kwaliteit...)