1. Bespreek de types en functie van cel-cel/omgevings juncties (tekening + toelichting)
A. hechtingsverbindingen (cel-cel)
cadherines → adherente juncties en desmosomen
• transmembraan moleculen
• calcium-afhankelijk
• homofiele celadhesiemoleculen
• zorgen voor een intracellulaire verankering aan het cytoskelet
o adherente juncties maken contact met actine filamenten
o desmosomen maken contact met intermediaire filamenten → heel sterke interactie
omdat ze gebruik maken van atypische cadherines (desmogleïne en desmocolline)
▪ desmosomen staan in voor de stevigheid van de cellagen
• indirect: anchor/adaptor proteïnen (bv catenin)
• gecoördineerd gebruik cytoskelet
• Cel-cel adhesie bestaat uit zeer verschillende cadherine-interacties
o je krijgt een soort velcro effect, 1 cadherine interactie heeft niet zo veel effect →
heel veel cadherine interacties maken de binding zeer stevig
• 3 typen
o neuraal
o placentaal
o epitheliaal
Selectinen
• selectinen (soort lectine-eiwitten) hebben een hoge affiniteit voor carbohydraten →
Interactie tussen leukocyten en endotheelcellen of bloedplaatjes
• calcium-afhankelijk, homofiele celadhesiemoleculen
• transiënte cel-cel hechting → zwakke interactie
• 3 typen
o leukocyten (L)
o plaatjes, endotheliale cellen (P)
o endotheliale cellen (E)
• Belangrijk voorbeeld (extravasatie)
o Als bloedcellen door het bloedvat stromen en er ergens schade is, zullen de
immuuncellen naar de plaats van schade gaan om aan wondherstel te doen