Taalkundig ontleden
Samenvatting professionele taalvaardigheid 1
_________________________________________________________
Woordsoorten
De volgende woordsoorten komen aan bod in het tentamen.
Bepaald lidwoord
Onbepaald lidwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Bijwoord
Persoonlijk voornaamwoord
Bezittelijk voornaamwoord
Aanwijzend voornaamwoord
Zelfstandig werkwoord
Koppelwerkwoord
Hulpwerkwoord
Voorzetsel
1
, Benoemen van woordsoorten
Bepaald en onbepaald lidwoord (BLW / OLW)
Een lidwoord staat altijd voor een zelfstandig naamwoord.
Er zijn drie lidwoorden.: de - het - een.
Bepaalde lidwoorden: de - het
Onbepaald lidwoord: een
Het boek ligt in de kast.
Het lijkt me beter als een ouder persoon het doet.
Zelfstandig naamwoord (ZNW)
Zelfstandige naamwoorden zijn mensen, dieren en dingen.
Eigennamen zoals landen en steden zijn ook zelfstandige naamwoorden
Zelfstandige naamwoorden kunnen ook afgeleid zijn van een andere woordsoort
(bijvoorbeeld werkwoorden).
De kinderen maakten een sneeuwpop.
In Zaltbommel worden vandaag tv-opnames gemaakt.
Het stormen hield maar niet op.
Bijvoeglijk naamwoord (BNW)
Het bijvoeglijke naamwoord noemt een eigenschap van een zelfstandig naamwoord.
Gewoonlijk staat het voor het zelfstandig naamwoord, maar dit hoeft niet.
De mooie jonge hond liep over de brede zwarte straat.
Een goed en mooi horloge voor een lage prijs vind je bijna nergens.
Het boek is prachtig.
Zij draagt altijd de nieuwste kleding.
De gewitte muur ziet er weer uit als nieuw.
2
Samenvatting professionele taalvaardigheid 1
_________________________________________________________
Woordsoorten
De volgende woordsoorten komen aan bod in het tentamen.
Bepaald lidwoord
Onbepaald lidwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Bijwoord
Persoonlijk voornaamwoord
Bezittelijk voornaamwoord
Aanwijzend voornaamwoord
Zelfstandig werkwoord
Koppelwerkwoord
Hulpwerkwoord
Voorzetsel
1
, Benoemen van woordsoorten
Bepaald en onbepaald lidwoord (BLW / OLW)
Een lidwoord staat altijd voor een zelfstandig naamwoord.
Er zijn drie lidwoorden.: de - het - een.
Bepaalde lidwoorden: de - het
Onbepaald lidwoord: een
Het boek ligt in de kast.
Het lijkt me beter als een ouder persoon het doet.
Zelfstandig naamwoord (ZNW)
Zelfstandige naamwoorden zijn mensen, dieren en dingen.
Eigennamen zoals landen en steden zijn ook zelfstandige naamwoorden
Zelfstandige naamwoorden kunnen ook afgeleid zijn van een andere woordsoort
(bijvoorbeeld werkwoorden).
De kinderen maakten een sneeuwpop.
In Zaltbommel worden vandaag tv-opnames gemaakt.
Het stormen hield maar niet op.
Bijvoeglijk naamwoord (BNW)
Het bijvoeglijke naamwoord noemt een eigenschap van een zelfstandig naamwoord.
Gewoonlijk staat het voor het zelfstandig naamwoord, maar dit hoeft niet.
De mooie jonge hond liep over de brede zwarte straat.
Een goed en mooi horloge voor een lage prijs vind je bijna nergens.
Het boek is prachtig.
Zij draagt altijd de nieuwste kleding.
De gewitte muur ziet er weer uit als nieuw.
2