100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting alle lessen cellulaire fysiologie

Beoordeling
-
Verkocht
3
Pagina's
111
Geüpload op
04-01-2022
Geschreven in
2021/2022

Samenvatting van alle te kennen lessen cellulaire fysiologie.

Instelling
Vak












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
4 januari 2022
Aantal pagina's
111
Geschreven in
2021/2022
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Cellulaire fysiologie : hoofdstuk 2 : membraan
structuur
1. Oppervlak van de cel wordt gedefinieerd door een membraan




Opbouw:
• Fosfolipidendubbellaag door amfipatisch karakter:
o Hoofd = polair/ hydrofield (wijst naar het water)
o VZ staart = apolair/hydrofoob (wijst weg van het water)
• Ondoorlaatbaar voor grote moleculen (proteïnen en NZ)
• Selectief permeabel voor kleine moleculen (ionen en metabolieten)
• Actief transport doorheen het membraan = stoffen worden tegen hun concentratiegradiënt
in via een membraan-eiwit (ATP) opgenomen in de cel of afgestaan aan het milieu. (stoffen
worden dus opgenomen vanuit een gebied met een lage conc -> hoge conc)

2. Celmembraan is opgebouwd uit fosfolipiden

Fosfolipidenmembraan vormt in laag geconcentreerd waterig milieu een monolaag
En in een hoog geconcentreerd waterig milieu micellen
Bij een nog hogere concentratie aan water wordt een fosfolipidedubbelllaag gevormd = bilayer
Leaflets = fosfolipidemoleculen liggen in 2 parallelle rijen staart à staart tegen elkaar

Bilayer:
-> spontane vesikelvorming
-> spontaan helen bij ruptuur (inscheuren van weefsel)
-> self-sealing: kan geen vrije rand hebben
-> spontane opvouwing/regeneratie




1

,Meeste membraanlipiden = fosfolipiden (bv. fosfatiylcholine)
• Hoofd = hydrofiel = glycerol – fosfaatgroep – choline
• Staart = hydrofoob = 2 acylstaarten
• Verzadigd/ saturated= recht
• Onverzadigd/ unsaturated = knik t.h.v. dubbele binding
• Verzadigheid/onverzadigdheid beïnvloednen de VL, dikte en structuur van het membraan
• Fosfolipiden van dierlijke cellen bevatten meestal 1 verzadigde en 1 onverzadigde VZ staart

Andere membraanlipiden
- cholesterol
- glycolipiden: fosfatidylserine, fosfatidylinositol
- sfingolipiden (afkomstig van sfingosine) : glycosfingolipiden, sfingomyeline, gangliosides

3. Bilayer vormt een 2D vloeibare flase

Beweging van lipiden in de fosfolipidendubbellaag:
• Laterale diffusie = snel
• Rotatie/flexie van lipide = snel
• Flip-flop beweging van de ene -> andere leaflet = traag en gebeurd nauwelijks -> hoge
energie barrière verreist en floppase enzymen

Flipase = fosfolipiden van EC -> IC brengen
Flopase = fosfolipiden van IC -> EC brengen
Scramblase = fosfolipiden van EC -> IC en IC -> EC brengen (kan beide)

4. Vloeibaarheid van het membraan wordt bepaald door lipiden compositie

1. Zuiver fosfolipide membraan: transitietemperatuur hangt af van samenstelling
(packing) membraan:
• Lengte fosfolipiden staarten: 14-24C (meeste 18-20), hoe korter de staart -> hoe
vloeibaarder het zuiver fosfolipide membraan
• Aantal onverzadigdheden in lipide staarten:
o Verzadigd: recht -> dichte/sterke packing
o Onverzadigd: knik -> minder/zwakke packing -> vloeibaar bij lagere temperatuur
o Gevolg (nadeel) van zwakke packing is dat het membraan scheuren/gaten vertoont
en dus meer permeabel is
• Korte verzadigde ketens -> lage Tm (bv. olie)
• Lange onverzadigde ketens -> hoge Tm (bv. boter)



Tm = transitietemperatuur = temperatuur waarbij de
bilayer overgaat van de vaste ‘gel’ fase naar de vloeibare
‘sol’ (en omgekeerd)




2

, 2. Biologisch membraan:
• Zelfde algemene principes maar meer soorten lipiden
• Cholesterol intercaleerd met onverzadigde lipiden en heeft 2 effecten:
o Rigide ring stabiliseert C-atomen nabij ‘head’ -> rigider, minder permeabel
o Cholesterol verhindert staart-staart interactie (voorkomt kristallisatie van fosfolipide
staarten) -> membraan blijft vloeibaar
o Invloed op dikte van het membraan -> wordt dikker
hoge concentratie aan cholesterol -> vloeibaarheid membraan stijgt

in tegenstelling tot fosfolipiden gebeuren cholesterol
flipflops makkelijk over het membraan omdat
cholesterol een polair hoofdje heeft
-> gelijke concentratie aan cholesterol aan de binnen
en buitenkant van het membraan



Stijfheid/ vloeibaarheid van de bilayer bepaald de
permeabiliteit van het membraan

5. Fosfolipidedubbellaag is ondoorlaatbaar voor geladen moleculen

Zuivere fosfolipidedubbellaag is ondoorlaatbaar voor
-> ionen: Na+, K+, Cl-, Ca+
-> grote wateroplosbare moleculen: proteïnen, NZ, suikers en nucleotiden

Permeabel voor:
-> O2, CO2 en NH3

6. Asymmetrie in biologische membranen




Inner leaflet (intracellulair): Outer leaflet (extracellulair):
- fosfatidylinositol - glycolipiden
- fosfatidylethanolamine - sfingomyeline
- fosfatidylserine - fosfatidylcholine

Fosfatidylinositol -> betrokken bij second messenger signaal: IP3-DAG/PKC signaal cascade -> IC
Glycolipiden enkel aan de extracellulaire zijde: door synthese in ER/ golgi lumen
Fosfatidylchoine wordt in de binnenzijde aangemaakt en via flopase naar buitenzijde



3

,Aanmaak van fosfolipiden in SER of GA in lumen of in de cytoplasmatische zijde

Asymmetrie in fosfolipide compositie tussen inner en outer leaflet van het membraan:
• Ontstaan tijdens biosynthese (ER/golgi: flippase/floppase)
• Beïnvloed de buiging en vloeibaarheid van het membraan (EC is stijver dan IC)
• Cytosol leaflet (IC) is negatiever dan EC, reguleert incorporatie van membraan proteïnen
o Fosfatidylserine heeft een negatieve lading, de andere FL zijn neutraal

Specifieke compositie is soms nodig voor de functie van membraan proteïnen

7. Lipid rafts

Lipid raft = locale concentratie van specifieke lipiden, sfingomyeline, cholesterol en proteïnen
• Meestal dikker dan de rest van het membraan door aanrijking van verzadigde fosfolipiden
• Clusters van proteïnen/lipiden (rafts) spelen een rol in signaaltransductie (concentratie
second messengers zoals PIP3)
• Bevatten glycolipids (geglycosyleerde fosfolypiden

8. Correct incorporeren van transmembraanproteïnen
8.1. Transmembraanproteïnen

Soorten:
- perifere proteïnen zijn niet covalent gebonden met integrale proteïnen
- meeste integrale membraaneiwitten hebben alfa helices (ongeveer 20 AZ)
- sommige integrale membraaneiwitten hebben meer membraanspanning domeinen
- sommige integrale eiwitten zijn gelinkt met membraanfosfolipiden via een oligosaccharide of zijn
rechtstreeks gekoppeld aan een VZ of prenylgroep

Transmembraantransport: cytoplasme: ER -> proteïnen voor secretie en transmembraanproteïnen
• SRP (signal recognation particle) bindt op keten, ook GTP molecule bindt
• mRNA -> proteïne synthese start -> ribosoom dissocieert
• ribosoom gaat naar RER en geeft RNA af
• proteïne wordt aangemaakt en tegelijkertijd ook getransloceert




Localisatie signaal = signaal in mRNA of in gesynthetiseerde proteïne dat zegt aan ribosoom wat
soort proteïne wordt geproduceert en waar in de cel het thuishoort




4

, 8.2. Incorporeren van transmembraanproteïnen
AZ zijn + en – geladen
Grootste deel van transmembraanproteïnen zijn opgebouwd uit transmembraanhelices (alfa-helices)
die overspannen zijn door ladingen
1. Proteïnen zijn aangemaakt -> start transfer signaal
2. Eerste residu is negatief geladen AZ en zit in cytosol (ook – geladen)
3. Negatieve lading wordt afgestoten en naar de andere kan gebracht
4. Helix wordt gemaakt en wordt meestal door + AZ afgesloten

OF

1. Proteïnen zijn aangemaakt -> start transfer signaal
2. Eerste residu is een + geladen AZ
3. N-terminus blijft in de cytosol en C-terminus is volledig getransloceerd naar de extracellulaire
zijde




Apoptose = cellen verliezen assymetrie in plasmamembraan door een tekort aan ATP,
fosfatidylserine (EC) is een receptor voor de fagocytose

9. Membraanproteïnen zijn mobiel

1) Diverse functies (transport, signalling, cytoskelet koppeling)
2) Membraan associatie
a. Integrale membraanproteïnen bevatten transmembraan peptide segmenten
b. Lipide anker zoals myristylatie, prenylatie, glycofosfolipiden
c. Indirect: perifere membraanproteïnen zijn gebonden aan integrale
membraanproteïnen




Fluorescent membraan -> deel weglaseren ->
na verloop van tijd herstel
Besluit: bewijs voor mobiliteit van
membraanproteïnen




several spectroscopic techniques: single molecules




5
$15.77
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
AVL2 Universiteit Antwerpen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
91
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
49
Documenten
90
Laatst verkocht
2 weken geleden

4.3

4 beoordelingen

5
2
4
1
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen