Begrippenlijst
Boek Kraamzorg
Hoofdstuk 10
Begrip Uitleg Terug te
vinden op:
Weke delen baringskanaal Baarmoeder / Uterus p. 114
(geboortekanaal) Baarmoederhals / Cervix
Vagina / schede
Benige baringskanaal Het heiligbeen (os sacrum) p. 114
Het staartbeen (os coccygis)
Twee heupbeenderen bestaande uit:
Darmbeen/Schaambeen/Zitbeen
De verbinding van deze beenderen door kraakbeenweefsel
noem je symphysis of symfyse.
Liggingen van de baby Achterhoofdsligging p. 112
Volkomen stuitligging
Onvolkomen stuitligging
dwarsligging
Flexihouding Het kind drukt de kin op de borst. p.114
Vruchtwater Is kleurloos en ruikt een beetje zoetig. In het vruchtwater zit
huidsmeer (vernix), zichtbaar als witte vlokjes. Is het
vruchtwater geel of bruin, dan heeft de baby het benauwd of
benauwd gehad.
Spildraai Een draai rond de lengteas waarbij het achterhoofd onder de p. 114
symfyse komt te staan
Vrouw in partu Een vrouw die gaat bevallen. p. 116
Perineum Gebied tussen de vagina en de anus P. 117
Weeën Samentrekkingen van de baarmoeder onder invloed van het p. 119
hormoon oxytocine. Dit hormoon zorgt ook voor het
toeschietreflex bij de borstvoeding.
Tekenen Loslaten van de slijmprop. p. 120
Bevallingsfasen 1. Ontsluitingsfase: duurt tot de ontsluiting volkomen is p. 123
(10 cm). Periode voorafgaand aan de bevalling, waarin
de baarmoedermond zich opent.
2. Uitdrijvingsfase: duurt tot en met de geboorte van het
kind. Periode tijdens de bevalling waarbij de baby naar
buiten wordt gedreven.
3. Nageboortefase: duurt tot en met de geboorte van de
placenta. De periode vlak na de bevalling, van de
geboorte van het kind tot de geboorte van de placenta.
4. Postplacentaire fase: duurt tot twee uur na de geboorte
van de placenta. Periode na de bevalling die duurt van
de geboorte van de placenta tot 2 uur erna.
5. Natijdperk of puerperium: de tijd tot de baarmoeder de
normale grootte heeft. (6 tot 8 weken)
Periode na de bevalling die in het teken staat van
herstel. Wordt ook ontzwangering genoemd.
Classificatie: Corporate
Boek Kraamzorg
Hoofdstuk 10
Begrip Uitleg Terug te
vinden op:
Weke delen baringskanaal Baarmoeder / Uterus p. 114
(geboortekanaal) Baarmoederhals / Cervix
Vagina / schede
Benige baringskanaal Het heiligbeen (os sacrum) p. 114
Het staartbeen (os coccygis)
Twee heupbeenderen bestaande uit:
Darmbeen/Schaambeen/Zitbeen
De verbinding van deze beenderen door kraakbeenweefsel
noem je symphysis of symfyse.
Liggingen van de baby Achterhoofdsligging p. 112
Volkomen stuitligging
Onvolkomen stuitligging
dwarsligging
Flexihouding Het kind drukt de kin op de borst. p.114
Vruchtwater Is kleurloos en ruikt een beetje zoetig. In het vruchtwater zit
huidsmeer (vernix), zichtbaar als witte vlokjes. Is het
vruchtwater geel of bruin, dan heeft de baby het benauwd of
benauwd gehad.
Spildraai Een draai rond de lengteas waarbij het achterhoofd onder de p. 114
symfyse komt te staan
Vrouw in partu Een vrouw die gaat bevallen. p. 116
Perineum Gebied tussen de vagina en de anus P. 117
Weeën Samentrekkingen van de baarmoeder onder invloed van het p. 119
hormoon oxytocine. Dit hormoon zorgt ook voor het
toeschietreflex bij de borstvoeding.
Tekenen Loslaten van de slijmprop. p. 120
Bevallingsfasen 1. Ontsluitingsfase: duurt tot de ontsluiting volkomen is p. 123
(10 cm). Periode voorafgaand aan de bevalling, waarin
de baarmoedermond zich opent.
2. Uitdrijvingsfase: duurt tot en met de geboorte van het
kind. Periode tijdens de bevalling waarbij de baby naar
buiten wordt gedreven.
3. Nageboortefase: duurt tot en met de geboorte van de
placenta. De periode vlak na de bevalling, van de
geboorte van het kind tot de geboorte van de placenta.
4. Postplacentaire fase: duurt tot twee uur na de geboorte
van de placenta. Periode na de bevalling die duurt van
de geboorte van de placenta tot 2 uur erna.
5. Natijdperk of puerperium: de tijd tot de baarmoeder de
normale grootte heeft. (6 tot 8 weken)
Periode na de bevalling die in het teken staat van
herstel. Wordt ook ontzwangering genoemd.
Classificatie: Corporate