,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 2 – begripsbepaling...............................................................................................3
Hoofdstuk 3 - dimensies van de kostprijs ..............................................................................4
Hoofdstuk 4 kostprijs en bedrijfsdrukte ..................................................................................5
Hoofdstuk 6............................................................................................................................ 6
Hoofdstuk 7............................................................................................................................ 8
Hoofdstuk 8 kostentoerekening (I)..........................................................................................9
Hoofdstuk 9 - Kostentoerekening (II)....................................................................................13
Hoofdstuk 10 - Het besluitvormingsproces...........................................................................14
Hoofdstuk 11 - Investeringsbeslissingen..............................................................................17
Hoofdstuk 13 - verkoopprijs vaststelling...............................................................................20
Hoofdstuk 16 - budgettering I...............................................................................................24
2
, Hoofdstuk 2 – begripsbepaling
Product costs en period costs.
Product costs: alle kosten worden opgenomen in integrale kostprijs per product.
Soms is dat te complex en worden kosten in een keer van het resultaat behaald: period
costs; dit heeft invloed op de voorraad op de balans.
Werkelijke kosten en standaardkosten:
Standaardkostprijs: kosten die je mag maken als productieproces efficiënt verloopt (normaal)
Voorcalculatie (toegestane kosten)
Nacalculatie: werkelijke kosten vergelijken met toegestane kosten.
Directe en indirecte kosten
Directe kosten: rechtstreeks verband met product (denk aan grondstof e.d.)
Indirecte kosten: geen rechtstreeks verband met productie product (denk aan
reclamekosten, administratie e.d)
Variabele en constante kosten
Variabele kosten: afhankelijk van de afzet/omzet/ Q . Vaste of constante kosten:
onafhankelijk van de afzet/omzet/Q.
Private en maatschappelijke kosten
Private of interne kosten: kosten die voor producent waarneembaar en toe te rekenen zijn
aan productie (denk aan kosten productieproces)
Externe kosten: zijn niet zichtbaar in kostprijsberekening producent (denk aan milieuschade)
Maatschappelijke kosten = interne plus externe kosten
>> ook economie <<
Relevante en sunk costs
Alleen toekomstige kosten en opbrengsten die voortvloeien zijn relevant voor beslissing.
Sunk kosten kunnen NIET ongedaan worden.
VB: marktkoopman krijgt eind van de dag opkoper. Deze biedt 2 euro per net appels.
Variabele kosten 1, vaste kosten 2,50 (oorspronkelijke verkoopprijs 4 euro)
Gaat hij op dit aanbod in? Welke kosten zijn relevant?
3