,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 5 - Investeringsprojecten.......................................................................................3
Hoofdstuk 6 - werkkapitaalbeheer..........................................................................................6
Hoofdstuk 7 - Eigen vermogen...............................................................................................7
Hoofdstuk 8 - Vreemd vermogen............................................................................................9
Hoofdstuk 9 - Beoordeling financiële structuur.....................................................................11
Hoofdstuk 10 - financiële markten........................................................................................12
Hoofdstuk 11 - kostenstructuur.............................................................................................13
Hoofdstuk 12 - Kostencalculaties.........................................................................................14
Hoofdstuk 13 - indirecte kosten............................................................................................16
Hoofdstuk 14 - budgettering en verschillenanalyse..............................................................18
Hoofdstuk 15 - externe verslaglegging.................................................................................19
Hoofdstuk 16 - de jaarrekening nader bepalen.....................................................................20
Hoofdstuk 17 - kasstroomoverzicht.......................................................................................22
Ondernemingsrecht.............................................................................................................. 23
2
, Hoofdstuk 5 - Investeringsprojecten
Een investeringsproject: het geheel van investeringen in bij elkaar behorende vaste en
vlottende activa. Het besluit hiertoe hangt voornamelijk af van de verwachte ontvangsten
voortvloeiende uit deinvesteringen.
Vrije kasstroom: Het verschil tussen de bruto-ontvangsten uit hoofde van de
verkoop van producten en de uitgaven in verband met de aanschaf en aanwending van
productiemiddelen in een bepaalde periode. (netto-ontvangsten)
> formule: Vrije kasstroom = winst na belasting + afschrijvingen - investeringen +
desinvesteringen
Cashflow cyclus: omzetten van goederen in geld
Voorbeeld cashflowberekening:
Omzet € 500,00
Exploitatiekosten € 300,00
Afschrijving € 100,00
Totale kosten € 400,00
Voor belasting € 100,00
Venootschapsbelasting 25% € 25,00
Na belasting € 75,00
Afschrijving € 75,00
Cashflow € 175,00
Rentabiliteit
Gebaseerd op winsten niet op kasstromen.
De verhouding tussen winst en het vermogen dat deze winst heeft voortgebracht. In
Winst
formulevorm: Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit =
Gem .≥ï nvesteerd vermogen
Investeringswaarde +restwaarde
Gem. geïnvesteerd vermogen =
2
Terugverdienperiode
De periode die verstrijkt tot het oorspronkelijke investeringsbedrag is terugontvangen uit de
vrije kasstromen. Hierbij wordt niet gekeken naar de rentabiliteit van het project. Wel wordt
er (beperkt) rekening gehouden met tijdsvoorkeur.
Voorbeeld: Investeringsbedrag € 800.000,00
Levensduur project 6 jaar
Restwaarde project € 20.000,00
Jaarlijkse cashflow € 300.000,00
Vermogenskostenvoet 10% 1.10
Terugverdienperiode: €800.000 / €300.000 = 2,66 jaar.
Netto contante waarde methode: uitwerking:
€ -800.000,00 + € 300.000,00 /1.10 ^ 1 € 272.727,27
€ 300.000,00 /1.10 ^ 2 € 247.933,88
€ 300.000,00 /1.10 ^ 3 € 225.394,44
€ 300.000,00 /1.10 ^ 4 € 204.904,04
3