Ethiek Hoorcollege
Week 2
Ethiek is de bestudering van de moraal.
Basisbegrippen:
Waarden/normen/moraal/deugden
Verantwoordelijkheid
Vrijheid
Rechtvaardigheid
Integriteit
Een moreel oordeel is een uitspraak over juist/onjuist gedrag (salomonsoordeel, een heel wijs
oordeel).
Oordeel: omgaan met de wereld.
Kennen Weten (feiten) Objectiveren
Beleven Voelen Subjectiveren
Beoordelen Waarderen (Goed/slecht)
Moreel oordeel is persoonsgebonden.
Voorbeeld: het regent. Dit weet je, dit zijn de objectieve feiten. Hoe jij dit beleeft, is een
subjectivering. Een opvatting gebaseerd op het gevoel is subjectief.
Kenmerken van een moreel oordeel:
Menselijk gedrag
Overstijgt het individuele (universeel)
Normatief (voorschrijvend)
Gebaseerd op waarden (nastrevenswaardige zaken/morele uitgangspunten)
Kan tot verontwaardiging leiden.
Een moreel oordeel is een waardering van het menselijk gedrag aan de hand van bepaalde
voorwaarden.
Basistermen:
Morele waarden
Morele normen
(De) moraal
Deugden
Ethiek Studie van de moraal beschrijvende (descriptieve) ethiek, normatieve (prescriptieve) ethiek
en beroepsethiek.
Waarden: dingen die je belangrijk vind om na te streven.
Voorbeelden: respect, gezondheid, verdraagzaamheid, eerlijkheid, milieubescherming
Morele normen: gedragsregels die zijn gebaseerd op waarden.
Rechtsnormen: wetten.
Goed samenleven
Normen realiseren waarden.
, Ethiek Hoorcollege
Moraal: de heersende waarden en normen in de samenleving of bepaalde groepen in de
samenleving.
Deugden: goede karaktertrekken betreffende goed samenleven.
Betrouwbaarheid
Behulpzaamheid
Doorzettingsvermogen
Flexibiliteit
Enthousiasme
Oprechtheid
Ethiek: de studie van de moraal beschrijvende (descriptieve) ethiek, normatieve (prescriptieve)
ethiek en beroepsethiek. morele competentie
Moraal is een sociaal verschijnsel.
Religie
Media
Belang van argumenten moreel vertoog (gesprek)
Ethische theorieën als hulpmiddel.
Moraal is objectief, niet subjectief.
Moraal is relatief, niet absoluut. Gedeelde tussenwereld
De moraal veranderd door technische ontwikkelingen en mondialisering/immigratie.
Beschrijvende ethiek: bijvoorbeeld: als een familielid sterft wordt de vinger van de vrouw afgehakt in
een bepaalde groep.
Normatieve (voorschrijvende) ethiek: geeft je een idee van hoe je je hoort te gedragen.
Cultuur:
Collectieve mentale programmering
Gedeelde normen en waarden
Gedeeld referentiekader waardoor handelingen betekenis krijgen.
Verschillende lagen van cultuur:
1. Zichtbaar
2. Regels en afspraken
3. Waarden en normen
4. Basiswaarden
Metafoor van de ui: 1 is de buitenste schil, etc. De buitenste laag is het makkelijkst te veranderen, de
schil van de ui gaat daar het makkelijkst eraf.
Week 2
Ethiek is de bestudering van de moraal.
Basisbegrippen:
Waarden/normen/moraal/deugden
Verantwoordelijkheid
Vrijheid
Rechtvaardigheid
Integriteit
Een moreel oordeel is een uitspraak over juist/onjuist gedrag (salomonsoordeel, een heel wijs
oordeel).
Oordeel: omgaan met de wereld.
Kennen Weten (feiten) Objectiveren
Beleven Voelen Subjectiveren
Beoordelen Waarderen (Goed/slecht)
Moreel oordeel is persoonsgebonden.
Voorbeeld: het regent. Dit weet je, dit zijn de objectieve feiten. Hoe jij dit beleeft, is een
subjectivering. Een opvatting gebaseerd op het gevoel is subjectief.
Kenmerken van een moreel oordeel:
Menselijk gedrag
Overstijgt het individuele (universeel)
Normatief (voorschrijvend)
Gebaseerd op waarden (nastrevenswaardige zaken/morele uitgangspunten)
Kan tot verontwaardiging leiden.
Een moreel oordeel is een waardering van het menselijk gedrag aan de hand van bepaalde
voorwaarden.
Basistermen:
Morele waarden
Morele normen
(De) moraal
Deugden
Ethiek Studie van de moraal beschrijvende (descriptieve) ethiek, normatieve (prescriptieve) ethiek
en beroepsethiek.
Waarden: dingen die je belangrijk vind om na te streven.
Voorbeelden: respect, gezondheid, verdraagzaamheid, eerlijkheid, milieubescherming
Morele normen: gedragsregels die zijn gebaseerd op waarden.
Rechtsnormen: wetten.
Goed samenleven
Normen realiseren waarden.
, Ethiek Hoorcollege
Moraal: de heersende waarden en normen in de samenleving of bepaalde groepen in de
samenleving.
Deugden: goede karaktertrekken betreffende goed samenleven.
Betrouwbaarheid
Behulpzaamheid
Doorzettingsvermogen
Flexibiliteit
Enthousiasme
Oprechtheid
Ethiek: de studie van de moraal beschrijvende (descriptieve) ethiek, normatieve (prescriptieve)
ethiek en beroepsethiek. morele competentie
Moraal is een sociaal verschijnsel.
Religie
Media
Belang van argumenten moreel vertoog (gesprek)
Ethische theorieën als hulpmiddel.
Moraal is objectief, niet subjectief.
Moraal is relatief, niet absoluut. Gedeelde tussenwereld
De moraal veranderd door technische ontwikkelingen en mondialisering/immigratie.
Beschrijvende ethiek: bijvoorbeeld: als een familielid sterft wordt de vinger van de vrouw afgehakt in
een bepaalde groep.
Normatieve (voorschrijvende) ethiek: geeft je een idee van hoe je je hoort te gedragen.
Cultuur:
Collectieve mentale programmering
Gedeelde normen en waarden
Gedeeld referentiekader waardoor handelingen betekenis krijgen.
Verschillende lagen van cultuur:
1. Zichtbaar
2. Regels en afspraken
3. Waarden en normen
4. Basiswaarden
Metafoor van de ui: 1 is de buitenste schil, etc. De buitenste laag is het makkelijkst te veranderen, de
schil van de ui gaat daar het makkelijkst eraf.