Samenvatting psychologie
Hoofdstuk 1: Psychologie: een palet vol theorieën
Psychologie is niet af te bakenen tot iets, maar heeft draagvlakken met verschillende stromingen.
Een psycholoog kan op veel verschillende manieren kijken naar bv een persoon met een depressie
zoals hoe gaat het op dit moment? Hoe gaat het in het gezin? Hoe gedraagt die persoon zich?
De vragen die de psycholoog stelt hangen af van de stroming die wordt gehanteerd. Meestal
zal er een combinatie zijn.
1.1 Het object van de psychologie
Elk studiegebied heeft een object en geeft aan wat er bestudeerd wordt in die wetenschap.
Een object is dus het studieonderwerp van een wetenschap.
Bv: biologie (levende organismen), architectuur (gebouwen), kunstgeschiedenis, astronomie
(fenomenen buiten de atmosfeer van de aarde)
Binnen de psychologie zijn er verschillende stromingen en elke stroming kiest een ander object.
Bv: psychoanalyse (onbewust), behaviorisme (gedrag)…
Op basis hiervan verschilt de methode hoe je tewerk gaat zoals kennis verwerven via een
vragenlijst (kwantitatief), via interviews (kwalitatief)…
Af en toe heb je rivaliserende verklaringen = verklaringen en beschrijvingen die elkaar tegen
spreken in de psychologie.
1.2 Definitie psychologie
Geen overeenstemming over de definitie, iedereen heeft een andere definitie.
Extern: de psychologie kent van oudsher veel raakvlakken met andere mens-of sociale
wetenschappen.
Veel onderwerpen zijn niet enkel het raakvlak van de psychologie, maar worden ook
bestudeerd in andere wetenschappen. Bv.: ouderdom, seksualiteit, armoede…
Intern: veel meningsverschillen tussen psychologen
Wat hebben de psychologische stromingen wel gemeen?
Beschrijving en verklaring zal altijd gericht zijn op de individuele beleving en de waardering
van dat gedrag door de persoon zelf en de naaste omgeving.
Methoden, theorieën en grenzen liggen niet vast
Maatschappelijk draagvlak: bepaalt de grenzen en legitimiteit in de maatschappij. De
weerklank die een wetenschap op dat moment ondervindt in de maatschappij.
Poging tot definiëren Rigter:
Psychologie is een wetenschap waarbij zowel het gedrag van mensen wordt bestudeerd, als
de gevoelens en gedachten die mensen hebben bij het ervaren van hun gedrag en de
omstandigheden waarin dat plaatsvindt.
1
,1.3 Theorieën
Psychologie = “veelkoppig monster met veel gezichten”
Theorieën zijn referentiekaders: kaders om verschijnselen te verhelderen en te bekijken
= de bril waarmee je kijkt, spotlight dat je ergens op zet…
Theorieën over specifieke onderwerpen
Eenzelfde verschijnsel kan ook vanuit verschillende theoretische kaders verschillend beschreven
en verklaard worden.
Bv: eetstoornissen: anorexia en boulimia nervosa kunnen verklaard worden vanuit
verschillende invalshoeken zoals vanuit het gezin, karaktertrekken, traumatische ervaringen,
invloed maatschappelijk schoonheidsideaal…
1.3.1 Functies van theorieën
Systematiseren of ordenen:
Wetenschappelijke kennisverwerving geschiedt volgens duidelijke regels: Het moet
controleerbaar en herhaalbaar zijn. De geldigheid van bepaalde stellingen moet in
verschillende experimenten worden aangetoond. Hoe meer je hetzelfde resultaat hebt, hoe
betrouwbaarder.
De wetenschappelijke waarneming is ook gekleurd en theorie geladen. Ze bekijken de zaken
niet objectief. Hun referentiekader bepaalt wat ze zien. Zo kunnen psychologen hetzelfde
gedrag verschillend waarnemen en verklaren.
Verklaren en voorspellen van gedrag
bv: experiment Milgram
Heuristische functie:
Een theorie is nooit af, zij levert altijd weer nieuwe ideeën en inzichten op.
Bv: Na een bepaald experiment tot nieuwe inzichten komen en die dan weer onderzoeken
etc.
Experiment Milgram : zijn mensen potentiële moordenaars? ( kader pg 25 )
Mensen leggen de verantwoordelijkheid niet bij hunzelf, maar bij iemand anders. Ze zeggen dat ze
enkel deden wat hun werd gezegd.
Milgram (onderzoek naar gehoorzaamheid naar bevelen): er wordt een loting gedaan wie de
leerling en wie de leraar is, maar de proefpersoon is altijd de leraar.
Ze worden allebei in een andere kamer gezet. Als de leerling een fout antwoordt geeft, dan
moet de leraar een elektrische shock geven.
Voorbeeld van theorievorming:
= Beschrijving: mensen gaan door tot 450 volt en vervolgens bijna tot de dood. =Verklaring:
betrouwbaarheid van de proefleider.
Verder onderzoek gebeurd naar dit experiment waarbij ze:
De autoriteit verminderde. Hierdoor gingen de mensen niet zo ver.
2
, Ook hebben ze een onderzoek gedaan waarbij je zelf de shock moet toedienen door zijn
hand op een plaat te leggen. Hier was de gehoorzaamheid ook minder.
Het experiment is een aantal keren herhaald in natuurlijke omgevingen bv: leger en
ziekenhuizen
Velen vragen zich af of dit experiment wel ethisch verantwoord was.
1.4 Kenmerken psychologische stromingen
Een stroming heeft 2 kenmerken:
De geschiedenis
Het mensbeeld
Een korte geschiedenis van ‘voor’ de psychologie:
1.4.1 De geschiedenis van de stromingen
= Stromingen zijn groepen van wetenschappers met een eigen specifieke vraagstelling en een eigen
onderzoeksmethode. Vergelijkbaar met ideologieën.
Altijd een historische ontwikkeling: fenomenen komen niet zomaar, maar hebben wortels in
grotere filosofische tradities en nieuwe maatschappelijk ontwikkelingen.
Start wetenschappelijke psychologie was 130 jaar geleden bij het congres van Parijs. Een
groot geloof in, want de toekomstige psychologie zou de mens helpen in het vinden van zijn
stemming. Je hebt verschillende opvattingen hierover zoals Freud en behaviorisme in
Amerika.
Altijd invloed van cultuur en tijdstip van ontstaan
Kan gelinkt worden aan een waarde die op dat moment belangrijk is. Waarden en normen
die op dat moment belangrijk zijn. Bv.: een school die veel nadruk legt op gedrag dan komt er
een reactie van een stroming die zegt dat het denken ook heel belangrijk is.
Stromingen reageerden op elkaar
bv: politieke partijen, vroeger werd het milieu onvoldoende opgenomen in de politiek
waardoor partijen zoals groen zijn ontstaan.
Er is vaak sprake van wisselende modes; slingerbeweging.
Het gaat van de ene naar de andere kant. De humanistische psychologie was een reactie op
de autoritaire alwetende therapeut.
Stromingen maken gebruik van elkaars inzichten.
Bv: de groene thema’s werden eerst niet behandeld en nadien steeds meer groene partijen
of ander partijen die de groene inzichten overnamen.
Trends en verklaringsmodellen
J ’60 en ’70 van de vorige eeuw: meer nadruk op het sociale, maatschappelijke
J ’90 meer nadruk op het psychologische, individuele
Bv: armoede: er zijn hier verschillende verklaringen voor. Vroeger vooral sociale en
maatschappelijke benadering en vanaf de jaren 90 een meer individuele benadering.
3
, Vandaag de dag?
Veel aandacht voor de neurobiologie
Effectiviteit
Kritische stemmen over psychologisering. Het beschrijven van menselijke gedragingen, maar
dit is nooit neutraal. Dit is altijd cultuurgebonden, tijdsgebonden, plaatsgebonden…
Bewust zijn van je eigen waarden en normen, want die spelen een grote rol in de
interpretatie van gedrag.
1.4.2 Het mensbeeld
Hoe kijken we naar de mens?
Twee aspecten:
1. Beschrijving van kenmerkende eigenschappen
zoals het verschil tussen mensen en dieren of kinderen en volwassen.
2. Een verwijzing naar hoe mensen behoren te zijn ( iets normatiever )
Bv: wat is er toegelaten in een bepaalde maatschappij? Wat is het ideaalbeeld in een
maatschappij? Dit bepaalt hoe we ons gedragen in een bepaalde situatie. Dit gaat niet alleen
jezelf en de andere leiden, maar ook je oordeel over de ander een stuk bepalen.
Nu is in onze maatschappij gelijkheid heel belangrijk, maar dit is niet altijd zo geweest.
Zoals bij de Grieken waren slaven en vrouwen geen volwaardige mensen.
Zoals in de middeleeuwen was je een goed mens als je het christelijk ideaal navolgt.
Zoals nu is er meer aandacht voor individuele verantwoordelijkheid.
1.5 Indelingen van theoretische stromingen
1.5.1 Mensbeelden in de psychologie
Elk mensbeeld heeft zijn voor- en nadelen.
Mensbeelden in drie niveaus:
Hoe hoger het niveau, hoe complexer het gedrag
Het persoonlijk niveau omvat de andere niveaus, maar omgekeerd is dit niet zo.
Drie niveaus van mensbeelden:
1. Het mechanistische mensbeeld
Mensen zijn als mechanieken zoals mensen kunnen gezien worden als machines.
Een mens is een ingewikkeld dier
Iedere mens en ieder menselijk deeltje is afzonderlijk te bestuderen. Je kan de deeltjes apart
gaan bekijken. De mechanieken worden door externe krachten voortbewogen. Als we die
krachten kunnen omschrijven dan weten we alles over menselijk gedrag.
De invloed van de omgeving is niet essentieel
Lineair causaal verklaringsmodel
Causaal= een oorzaak voor gedrag en die oorzaak kunnen we geven.
Lineair= rechtlijnig
4
Hoofdstuk 1: Psychologie: een palet vol theorieën
Psychologie is niet af te bakenen tot iets, maar heeft draagvlakken met verschillende stromingen.
Een psycholoog kan op veel verschillende manieren kijken naar bv een persoon met een depressie
zoals hoe gaat het op dit moment? Hoe gaat het in het gezin? Hoe gedraagt die persoon zich?
De vragen die de psycholoog stelt hangen af van de stroming die wordt gehanteerd. Meestal
zal er een combinatie zijn.
1.1 Het object van de psychologie
Elk studiegebied heeft een object en geeft aan wat er bestudeerd wordt in die wetenschap.
Een object is dus het studieonderwerp van een wetenschap.
Bv: biologie (levende organismen), architectuur (gebouwen), kunstgeschiedenis, astronomie
(fenomenen buiten de atmosfeer van de aarde)
Binnen de psychologie zijn er verschillende stromingen en elke stroming kiest een ander object.
Bv: psychoanalyse (onbewust), behaviorisme (gedrag)…
Op basis hiervan verschilt de methode hoe je tewerk gaat zoals kennis verwerven via een
vragenlijst (kwantitatief), via interviews (kwalitatief)…
Af en toe heb je rivaliserende verklaringen = verklaringen en beschrijvingen die elkaar tegen
spreken in de psychologie.
1.2 Definitie psychologie
Geen overeenstemming over de definitie, iedereen heeft een andere definitie.
Extern: de psychologie kent van oudsher veel raakvlakken met andere mens-of sociale
wetenschappen.
Veel onderwerpen zijn niet enkel het raakvlak van de psychologie, maar worden ook
bestudeerd in andere wetenschappen. Bv.: ouderdom, seksualiteit, armoede…
Intern: veel meningsverschillen tussen psychologen
Wat hebben de psychologische stromingen wel gemeen?
Beschrijving en verklaring zal altijd gericht zijn op de individuele beleving en de waardering
van dat gedrag door de persoon zelf en de naaste omgeving.
Methoden, theorieën en grenzen liggen niet vast
Maatschappelijk draagvlak: bepaalt de grenzen en legitimiteit in de maatschappij. De
weerklank die een wetenschap op dat moment ondervindt in de maatschappij.
Poging tot definiëren Rigter:
Psychologie is een wetenschap waarbij zowel het gedrag van mensen wordt bestudeerd, als
de gevoelens en gedachten die mensen hebben bij het ervaren van hun gedrag en de
omstandigheden waarin dat plaatsvindt.
1
,1.3 Theorieën
Psychologie = “veelkoppig monster met veel gezichten”
Theorieën zijn referentiekaders: kaders om verschijnselen te verhelderen en te bekijken
= de bril waarmee je kijkt, spotlight dat je ergens op zet…
Theorieën over specifieke onderwerpen
Eenzelfde verschijnsel kan ook vanuit verschillende theoretische kaders verschillend beschreven
en verklaard worden.
Bv: eetstoornissen: anorexia en boulimia nervosa kunnen verklaard worden vanuit
verschillende invalshoeken zoals vanuit het gezin, karaktertrekken, traumatische ervaringen,
invloed maatschappelijk schoonheidsideaal…
1.3.1 Functies van theorieën
Systematiseren of ordenen:
Wetenschappelijke kennisverwerving geschiedt volgens duidelijke regels: Het moet
controleerbaar en herhaalbaar zijn. De geldigheid van bepaalde stellingen moet in
verschillende experimenten worden aangetoond. Hoe meer je hetzelfde resultaat hebt, hoe
betrouwbaarder.
De wetenschappelijke waarneming is ook gekleurd en theorie geladen. Ze bekijken de zaken
niet objectief. Hun referentiekader bepaalt wat ze zien. Zo kunnen psychologen hetzelfde
gedrag verschillend waarnemen en verklaren.
Verklaren en voorspellen van gedrag
bv: experiment Milgram
Heuristische functie:
Een theorie is nooit af, zij levert altijd weer nieuwe ideeën en inzichten op.
Bv: Na een bepaald experiment tot nieuwe inzichten komen en die dan weer onderzoeken
etc.
Experiment Milgram : zijn mensen potentiële moordenaars? ( kader pg 25 )
Mensen leggen de verantwoordelijkheid niet bij hunzelf, maar bij iemand anders. Ze zeggen dat ze
enkel deden wat hun werd gezegd.
Milgram (onderzoek naar gehoorzaamheid naar bevelen): er wordt een loting gedaan wie de
leerling en wie de leraar is, maar de proefpersoon is altijd de leraar.
Ze worden allebei in een andere kamer gezet. Als de leerling een fout antwoordt geeft, dan
moet de leraar een elektrische shock geven.
Voorbeeld van theorievorming:
= Beschrijving: mensen gaan door tot 450 volt en vervolgens bijna tot de dood. =Verklaring:
betrouwbaarheid van de proefleider.
Verder onderzoek gebeurd naar dit experiment waarbij ze:
De autoriteit verminderde. Hierdoor gingen de mensen niet zo ver.
2
, Ook hebben ze een onderzoek gedaan waarbij je zelf de shock moet toedienen door zijn
hand op een plaat te leggen. Hier was de gehoorzaamheid ook minder.
Het experiment is een aantal keren herhaald in natuurlijke omgevingen bv: leger en
ziekenhuizen
Velen vragen zich af of dit experiment wel ethisch verantwoord was.
1.4 Kenmerken psychologische stromingen
Een stroming heeft 2 kenmerken:
De geschiedenis
Het mensbeeld
Een korte geschiedenis van ‘voor’ de psychologie:
1.4.1 De geschiedenis van de stromingen
= Stromingen zijn groepen van wetenschappers met een eigen specifieke vraagstelling en een eigen
onderzoeksmethode. Vergelijkbaar met ideologieën.
Altijd een historische ontwikkeling: fenomenen komen niet zomaar, maar hebben wortels in
grotere filosofische tradities en nieuwe maatschappelijk ontwikkelingen.
Start wetenschappelijke psychologie was 130 jaar geleden bij het congres van Parijs. Een
groot geloof in, want de toekomstige psychologie zou de mens helpen in het vinden van zijn
stemming. Je hebt verschillende opvattingen hierover zoals Freud en behaviorisme in
Amerika.
Altijd invloed van cultuur en tijdstip van ontstaan
Kan gelinkt worden aan een waarde die op dat moment belangrijk is. Waarden en normen
die op dat moment belangrijk zijn. Bv.: een school die veel nadruk legt op gedrag dan komt er
een reactie van een stroming die zegt dat het denken ook heel belangrijk is.
Stromingen reageerden op elkaar
bv: politieke partijen, vroeger werd het milieu onvoldoende opgenomen in de politiek
waardoor partijen zoals groen zijn ontstaan.
Er is vaak sprake van wisselende modes; slingerbeweging.
Het gaat van de ene naar de andere kant. De humanistische psychologie was een reactie op
de autoritaire alwetende therapeut.
Stromingen maken gebruik van elkaars inzichten.
Bv: de groene thema’s werden eerst niet behandeld en nadien steeds meer groene partijen
of ander partijen die de groene inzichten overnamen.
Trends en verklaringsmodellen
J ’60 en ’70 van de vorige eeuw: meer nadruk op het sociale, maatschappelijke
J ’90 meer nadruk op het psychologische, individuele
Bv: armoede: er zijn hier verschillende verklaringen voor. Vroeger vooral sociale en
maatschappelijke benadering en vanaf de jaren 90 een meer individuele benadering.
3
, Vandaag de dag?
Veel aandacht voor de neurobiologie
Effectiviteit
Kritische stemmen over psychologisering. Het beschrijven van menselijke gedragingen, maar
dit is nooit neutraal. Dit is altijd cultuurgebonden, tijdsgebonden, plaatsgebonden…
Bewust zijn van je eigen waarden en normen, want die spelen een grote rol in de
interpretatie van gedrag.
1.4.2 Het mensbeeld
Hoe kijken we naar de mens?
Twee aspecten:
1. Beschrijving van kenmerkende eigenschappen
zoals het verschil tussen mensen en dieren of kinderen en volwassen.
2. Een verwijzing naar hoe mensen behoren te zijn ( iets normatiever )
Bv: wat is er toegelaten in een bepaalde maatschappij? Wat is het ideaalbeeld in een
maatschappij? Dit bepaalt hoe we ons gedragen in een bepaalde situatie. Dit gaat niet alleen
jezelf en de andere leiden, maar ook je oordeel over de ander een stuk bepalen.
Nu is in onze maatschappij gelijkheid heel belangrijk, maar dit is niet altijd zo geweest.
Zoals bij de Grieken waren slaven en vrouwen geen volwaardige mensen.
Zoals in de middeleeuwen was je een goed mens als je het christelijk ideaal navolgt.
Zoals nu is er meer aandacht voor individuele verantwoordelijkheid.
1.5 Indelingen van theoretische stromingen
1.5.1 Mensbeelden in de psychologie
Elk mensbeeld heeft zijn voor- en nadelen.
Mensbeelden in drie niveaus:
Hoe hoger het niveau, hoe complexer het gedrag
Het persoonlijk niveau omvat de andere niveaus, maar omgekeerd is dit niet zo.
Drie niveaus van mensbeelden:
1. Het mechanistische mensbeeld
Mensen zijn als mechanieken zoals mensen kunnen gezien worden als machines.
Een mens is een ingewikkeld dier
Iedere mens en ieder menselijk deeltje is afzonderlijk te bestuderen. Je kan de deeltjes apart
gaan bekijken. De mechanieken worden door externe krachten voortbewogen. Als we die
krachten kunnen omschrijven dan weten we alles over menselijk gedrag.
De invloed van de omgeving is niet essentieel
Lineair causaal verklaringsmodel
Causaal= een oorzaak voor gedrag en die oorzaak kunnen we geven.
Lineair= rechtlijnig
4