Scheikunde sv zouten, zuren en atoombouw:
Zouten:
Wanneer een zout oplost, dan splitst die in ionen.
Wanneer de elektronvalenties niet worden aangegeven, ga je uit van de laagst mogelijke lading.
De verhoudingsformule van een zout is zodanig opgebouwd dat de totale lading van de ionen in de formule
elektrisch neutraal is.
Naam ion: Formule ion: Naam ion: Formule ion:
Hydride-ion H⁻ Aluminium-ion Al³⁺
Fluoride-ion F⁻ Oxide-ion O²⁻
Chloride-ion Cl⁻ Sulfide-ion S²⁻
Bromide-ion Br⁻ Nitride-ion N³⁻
Waterstofion H⁺ Zilver-ion Ag⁺
Jodide-ion I⁻ Fosfide-ion P³⁻
Naam samengesteld ion: Formule: Naam samengesteld ion: Formule:
Ammoniumion NH₄⁺ Hypochlorietion ClO⁻
Hydroxide-ion OH⁻ Chloraation ClO₃⁻
Acetaation CH₃COO⁻ Carbonaation CO₃²⁻
Nitraation NO₃⁻ Waterstofcarbonaation HCO₃⁻
Nitrietion NO₂⁻ Oxalaation C₂O₄²⁻
Sulfaation SO₄²⁻ Dichromaation Cr₂O₇²⁻
Waterstofsulfide-ion HS⁻ Permanganaation MnO₄⁻
Diwaterstoffosfaation H₂PO₄⁻ Monowarerstoffosfaation HPO₄⁻
Sulfietion SO₃²⁻ Fosfaation PO₄³⁻
In het periodieke systeem is de eerste rij altijd 1+, de tweede 2+ en de zeventiende 1- geladen.
Wanneer twee samengestelde ionen een reactie aangaan, splitsen de stoffen in ionen. In tabel 45 van de
binas kun je dan zien welke ionen een reactie aangaan. Deze ion schrijf je dan voor de pijl los, en achter de
pijl aan elkaar. Deze reactie moet dan elektrisch neutraal zijn.
Bij een reactievergelijking krijg je bij een oplossing (aq) en een vloeistof (s).
Wanneer je een hydraat hebt, komt er voor de pijl geen + maar een . tussen de stoffen in.
Zuren:
Binas tabel 52 kun je gebruiken voor de indicatoren van een zuur of base.
Oplossingen met een pH lager dan 7 noemen we een zuur.
Een zuur kan een H⁺ afstaan.
o Wanneer een zuur een H⁺ afstaat, veranderd deze in een base.
Sterke zuren boven lege regel rechts in tabel 48.
Bij zwak zuur veranderd de enkele pijl in 2 pijlen boven elkaar.
Oplossingen met een pH hoger dan 7 noemen we een base.
Een base kan een H⁺ opnemen.
Sterke basen onder lege regel links in tabel 48.
Bij zwakke base veranderd de enkele pijl in 2 pijlen boven elkaar.
pH = -log[stof].
Formules:
Zoutzuur = H₃O⁺ + Cl⁻.
Azijnzuur = HAC
Natronloog = NaOH
Ammonia = NH₃.
Kaliloog = K⁺ + OH⁻.
Zouten:
Wanneer een zout oplost, dan splitst die in ionen.
Wanneer de elektronvalenties niet worden aangegeven, ga je uit van de laagst mogelijke lading.
De verhoudingsformule van een zout is zodanig opgebouwd dat de totale lading van de ionen in de formule
elektrisch neutraal is.
Naam ion: Formule ion: Naam ion: Formule ion:
Hydride-ion H⁻ Aluminium-ion Al³⁺
Fluoride-ion F⁻ Oxide-ion O²⁻
Chloride-ion Cl⁻ Sulfide-ion S²⁻
Bromide-ion Br⁻ Nitride-ion N³⁻
Waterstofion H⁺ Zilver-ion Ag⁺
Jodide-ion I⁻ Fosfide-ion P³⁻
Naam samengesteld ion: Formule: Naam samengesteld ion: Formule:
Ammoniumion NH₄⁺ Hypochlorietion ClO⁻
Hydroxide-ion OH⁻ Chloraation ClO₃⁻
Acetaation CH₃COO⁻ Carbonaation CO₃²⁻
Nitraation NO₃⁻ Waterstofcarbonaation HCO₃⁻
Nitrietion NO₂⁻ Oxalaation C₂O₄²⁻
Sulfaation SO₄²⁻ Dichromaation Cr₂O₇²⁻
Waterstofsulfide-ion HS⁻ Permanganaation MnO₄⁻
Diwaterstoffosfaation H₂PO₄⁻ Monowarerstoffosfaation HPO₄⁻
Sulfietion SO₃²⁻ Fosfaation PO₄³⁻
In het periodieke systeem is de eerste rij altijd 1+, de tweede 2+ en de zeventiende 1- geladen.
Wanneer twee samengestelde ionen een reactie aangaan, splitsen de stoffen in ionen. In tabel 45 van de
binas kun je dan zien welke ionen een reactie aangaan. Deze ion schrijf je dan voor de pijl los, en achter de
pijl aan elkaar. Deze reactie moet dan elektrisch neutraal zijn.
Bij een reactievergelijking krijg je bij een oplossing (aq) en een vloeistof (s).
Wanneer je een hydraat hebt, komt er voor de pijl geen + maar een . tussen de stoffen in.
Zuren:
Binas tabel 52 kun je gebruiken voor de indicatoren van een zuur of base.
Oplossingen met een pH lager dan 7 noemen we een zuur.
Een zuur kan een H⁺ afstaan.
o Wanneer een zuur een H⁺ afstaat, veranderd deze in een base.
Sterke zuren boven lege regel rechts in tabel 48.
Bij zwak zuur veranderd de enkele pijl in 2 pijlen boven elkaar.
Oplossingen met een pH hoger dan 7 noemen we een base.
Een base kan een H⁺ opnemen.
Sterke basen onder lege regel links in tabel 48.
Bij zwakke base veranderd de enkele pijl in 2 pijlen boven elkaar.
pH = -log[stof].
Formules:
Zoutzuur = H₃O⁺ + Cl⁻.
Azijnzuur = HAC
Natronloog = NaOH
Ammonia = NH₃.
Kaliloog = K⁺ + OH⁻.