Deskresearch
3.1 De kwaliteit van bronnen: AAOCC en CARS
Er is via het internet enorm veel informatie
beschikbaar, de informatie wordt alleen niet op
juistheid gecontroleerd.
Deskundigen hanteren hier speciale checklists voor:
- AAOCC;
à Authority, Accuracy, Objectivity, Currency
en Coverage.
- CARS.
à Credibility, Accuracy, Reasonableness en
Support.
3.1.1 De AAOCC-criteria
Accuracy = Juistheid, nauwkeurigheid of accuraatheid.
à Om uit te sluiten dat het verhaaltje mooier is dan dat het daadwerkelijk is, moeten
onderzoeken worden uitgevoerd.
Authority = Gezaghebbendheid of autoriteit.
à Bij Authority maak je onderscheidt tussen de gezaghebbendheid van
auteur als persoon en de gezaghebbendheid van de publicerende organisatie.
à De autoriteit van de informatie van bedrijven of organisaties wordt anders
beoordeeld dan van een persoon.
Objectivity = Objectiviteit.
à Bedrijven kunnen objectief onderzoek laten doen, dit kunnen ze doen door
zeer transparant te zijn.
Currency = Actualiteit.
à In sommige vakgebieden veranderd de informatie razendsnel, net zo snel als
wisselkoersen.
Coverage = Het onderwerp wordt afgedekt.
à Is de gevonden informatie relevant?
à Fouten in de Coverage kunnen voortkomen uit de afbakening van de onderzoek
begrippen.
3.1.2 CARS-criteria
Credibilty = Geloofwaardigheid.
à Alles is tegenwoordig controleerbaar.
Accuracy = Juistheid, nauwkeurigheid of accuraatheid.
à Juist maar ook actueel, up to date.
1
, Reasonableness = Redelijkheid.
à Het gaat erom dat de bron eerlijk is, objectief, gematigd in zijn uitspraken en consistent.
à Overlapping met objectief = De auteur heeft geen belangen bij de informatie of kan heel
helder aantonen dat deze objectief verzameld is.
Support = bewijs.
à Andere onafhankelijke bronnen kunnen dezelfde feiten presenteren.
Rode vlaggen = Aanwijzingen dat gegevens onjuist zijn.
3.2 De Big6 Skills Approach: effectiever zoeken en vinden
Een methode om gestructureerde informatie
te zoeken is de Big6 onder ander ontwikkeld.
à Voorkomen dat er tijd en geld verloren
gaat aan ongericht zoekgedrag.
3.2.1 De elementen van de Big 6
Vraag formuleren.
à Stellen van afgebakende vragen.
Zoekstrategie.
à De onderzoeker bepaalt de zoekstrategie.
à Voor de eerste oriëntatie is Google een
goede mogelijkheid.
à Om meer te weten te komen moet de
onderzoeker gebruik maken van
verkeersstromen.
à Weten wat je zoekt en waar je dat kan
vinden.
Terugkoppeling.
à De terugkoppeling kan leiden tot aanpassingen in het zoekproces of zelfs tot
aanpassingen in de onderzoeksvragen.
Bronnen.
à De onderzoeker gaat de bronnen in kaart brengen
à Vaak wordt tijdens het in kaart brengen van de bronnen al duidelijk of informatie zinvol
en relevant is.
Terugkoppeling.
à De inhoud van de gevonden informatie leidt tot een terugkoppeling naar de
onderzoeksvraag, de zoekstrategie en de bronnen.
Stoppen, samenvatten, analyseren en vastleggen.
à Omdat deskresearch geen lineair proces is moet de onderzoeker elk kwartier stoppen. Op
dat moment denkt de onderzoeker na over de verkregen antwoorden.
à De onderzoeker kijkt wat er zinvol is en legt de gevonden informatie vast.
2