P 20-71
Freud (1856-1939)
Freud: wetenschappelijke basis voor onderdrukking van herinneringen uit de kindertijd?
ð Casus: Prof. Ross Cheit
o 1922: zijn zuster belt hem dat zijn neefje bij een koor gaat
o Ross onverklaarbaar niet blij, gespannen
o Weken erna depressief
o Herinnert zich plots seksueel misbruik door de beheerder van het koor waar hij als kind bij
was
o Blijkt waar na objectief onderzoek
o Schuldige gearresteerd in 1994
Psychodynamische theorieën:
Psychoanalyse:
- De methode die Freud toepaste bij de behandeling van psychische stoornissen
- Grondlegger: Freud
Psychoanalytische theorie:
- De persoonlijkheidstheorie van Freud
- Bouwstenen: seks en agressie
- Verspreid door een toegewijde groep
- Briljante taal (Goethe prijs voor literatuur)
Biografie van Freud:
- Geboren in Freiberg (1856), leefde in Wenen
- Oudste zoon van 8 kinderen
- Studeerde geneeskunde, specialisatie psychiatrie
- Bestudeerde hysterie samen met Charcot & Breuer
- Stierf in Londen in 1939
- Studies over hysterie (1885)
- Verliet de verleidingstheorie in 1897 en verving deze door Oedipuscomplex
- Schreef interpretation of Dreams (1900)
Filmfragment huis van Freud
- Antieke beeldjes in zijn bureau verwijzen naar het verleden.
- Hij noemt zichzelf archeoloog (uitgraven wat verborgen was uit het verleden)
- Figuren: dromen
Freuds model van de geest:
Mentale leven speelt zich af op 3 niveau’s:
- Bewuste
- Voorbewuste
- Onderbewuste
ð Klein deel zichtbaar
ð Grootste massa niet waarneembaar
Deze indeling heeft zeer grote invloed gehad
1
, P 20-71
Onbewuste: - Buiten bewustzijn
o Omvat driften en instincten
o Alleen indirect gekend
- 2 bronnen van onbewuste processen
o Repressie
o Fylogenetische gave
Voorbewuste Niet in bewustzijn aanwezig, maar kan het worden
Bewuste: Mentale leven dat direct beschikbaar is, speelt een
beperkte rol
Niveau’s van bewustzijn
1. Bewustzijn:
o Hersenprocessen waarvan we bewustzijn (vb. wat denk je nu)
o (voor Freud niet belangrijk)
2. Niet-bewuste:
o Alle processen in de hersenen die buiten het bewustzijn omgaan (bv. Hartslag, ademen)
2a. Voorbewuste
§ Informatie die op dit moment niet in het bewustzijn aanwezig is, maar naar het
bewustzijn kan gebracht worden als er aandacht aan gegeven wordt. (vb. wat
gisteren gegeten)
2b. Onbewuste
§ Doof niveau waar bepaalde informatie zonder wij er iets van merken wordt
opgeslagen en verwerkt (vb. wat we niet onder ogen willen zien)
• Freud: verlangens, emoties, herinneringen waar we bewust niet met om
kunnen (extreme angst veroorzaken op bewust niveau “blokkade”)
Freuds onbewuste niveau:
- Deel van de geest waarvan het individu zich niet bewust is, maar waar zich onderdrukte conflicten,
impulsen en drijfveren bevinden die geen toegang hebben tot het bewuste.
- Bronnen: repressie en fylogenetische gave
ð Individuen zijn zich meestal niet bewust van de echte redenen van hun gedrag
ð Meeste speelt zich af in onbewuste!!!
ð Seksuele en agressieve driften (biologische oorsprong), dit wordt omgezet in
psychische energie en kan zo motiverende kracht vormen achter gedrag.
ð Uiten via dromen, versprekingen of neurotische symptomen (hysterie)
- Repressie:
o Belangrijkste mechanisme van Freud
o Blokkeren onbewuste van ervaringen die angst op wekken of die niet mogen
- Fylogenetische gave:
o Geërfde ervaringen (komen voort uit ervaringen voorouders) (aka vuilbakcategorie)
Structuren van de geest:
- Id
o Plezierprincipe => Primair proces
- Superego
o Realiteitsprincipe => Secundair proces
- Ego
o Idealistisch principe, Geweten, ego-ideaal
2
, P 20-71
Id Primitieve, onbewuste deel van de persoonlijkheid. Bevat de fundamentele drijfveren en
onderdrukte herinneringen
- Onmiddellijke bevrediging
- Cared niet om gevolgen
- Vb babies
- Basisinstincten
Superego Deel van de persoonlijkheid dat onze normen en waarden bevat, inclusief morele
attitudes die zijn overgenomen van ouders en maatschappij; te vergelijken met het meer
alledaagse begrip ‘geweten’: omvat ook het ‘ego-ideaal’
- Zedenmeester
- Idealistisch principe
Ego Het bewuste, rationale deel van de persoonlijkheid, dat is belast met het handhaven van
de vrede tussen het id en het superego
- “Bemiddelaar”
- Afweermechanisme om impulsen van id en superego op te lossen
- Projectieve testen aan basis, mensen projecteren hun verlangens
ð Psychologisch gezonden mensen hebben volgens Freud een goed ontwikkelt ego!
Metafoor van de kranen:
- De menselijke geest kan gezien worden als een buizensysteem dat bestaat uit water onder druk
- 3 loodgieters:
o Id: kranen open
o Superego: kranen dicht
o Ego: druk afleiden
Fundamentele assumptie:
- De menselijke geest is als een hydraulisch systeem
- Persoonlijkheidsveranderingen wijst op een verandering in de manier waarop psychische energie
ontladen wordt
Dynamische krachten van persoonlijkheid:
Driften (instincten)
- Libido (lust) of seksuele drift:
o Zet mensen aan tot het ervaren van sensueel genot; drijvende kracht bij alles
o Doel: plezier zoeken
- Thanatos of agressieve destructieve drift
o Zet mensen aan tot agressie en destructieve gedragingen
Angst:
- Neurotische angst (Id en Ego)
o Bezorgdheid om een ongekend gevaar
- Morele angst (Superego en ego)
o Schuld (vb. niet kunnen zorgen voor bejaarde ouders)
- Realistische angst (Externe wereld en ego
ð ENKEL HET EGO ERVAART ANGSTEN!!!
ð Bron van angst kan verschillend zijn
3
, P 20-71
Verdedigingsmechanismen:
- Werkt op onbewuste niveau
- Doel: ego beschermen tegen de pijn van angstgevoelens
- Defensiemechanisme zijn normaal! Wordt door iedereen gehanteerd
- Enkel probleem wanneer het leidt tot compulsief, repetitief, neurotisch gedrag
ð Pathologie
Repressie:
- Betrekking tot onderdrukken naar onbewuste van ervaringen die anders te veel angst zouden
opwekken en dus niet gewenst zijn
ð Wat is het basismechanisme van het verdedigingsmechanisme?
• = Repressie!
- Vb. vijandig gevoel tegenover ouder
Reactie formatie:
- Onderdrukking van een impuls door het ostentatief tonen van het tegengestelde gedrag.
- Vb. gevoelens naar leraar, dus gedraagt zich vijandig naar leraar
Verplaatsing:
- Heroriënteren van onaanvaardbare driften en gevoelens naar andere mensen en objecten om de
echte aard te verbergen
- Vb. vrouw moet haar baas niet, dus werkt frustratie op gezin uit
Fixatie:
- Ontwikkelen zich wanneer psychische energie in bepaald ontwikkelingsstadium geblokkeerd wordt
- Psychologische verandering is moeilijk
- Vb. mensen die roken in orale stadium vast
Regressie:
- Wanneer een persoon terugkeert naar een vroeger stadium
- Vb. kind dat door stress terug in bed plast
Projectie:
- Onaanvaardbare gevoelens bij anderen zien, maar komen uit eigen onbewuste
- Vb. “al wat je zegt ben je zelf”
- Pathologisch: achtervolgingswaan paranoia
Introjectie:
- Positieve eigenschappen van andere persoon in jezelf leggen om eigen onadequaatheid te
compenseren
- Vb. mateloos bewonderen van helden, en met hen identificeren
Sublimatie:
- Veredelen van een instinct. Herkanaliseren van een instinct naar meer aanvaardbare vorm
- Vb. agressie naar sport omzetten
- Heeft sociale waarden!
4
Freud (1856-1939)
Freud: wetenschappelijke basis voor onderdrukking van herinneringen uit de kindertijd?
ð Casus: Prof. Ross Cheit
o 1922: zijn zuster belt hem dat zijn neefje bij een koor gaat
o Ross onverklaarbaar niet blij, gespannen
o Weken erna depressief
o Herinnert zich plots seksueel misbruik door de beheerder van het koor waar hij als kind bij
was
o Blijkt waar na objectief onderzoek
o Schuldige gearresteerd in 1994
Psychodynamische theorieën:
Psychoanalyse:
- De methode die Freud toepaste bij de behandeling van psychische stoornissen
- Grondlegger: Freud
Psychoanalytische theorie:
- De persoonlijkheidstheorie van Freud
- Bouwstenen: seks en agressie
- Verspreid door een toegewijde groep
- Briljante taal (Goethe prijs voor literatuur)
Biografie van Freud:
- Geboren in Freiberg (1856), leefde in Wenen
- Oudste zoon van 8 kinderen
- Studeerde geneeskunde, specialisatie psychiatrie
- Bestudeerde hysterie samen met Charcot & Breuer
- Stierf in Londen in 1939
- Studies over hysterie (1885)
- Verliet de verleidingstheorie in 1897 en verving deze door Oedipuscomplex
- Schreef interpretation of Dreams (1900)
Filmfragment huis van Freud
- Antieke beeldjes in zijn bureau verwijzen naar het verleden.
- Hij noemt zichzelf archeoloog (uitgraven wat verborgen was uit het verleden)
- Figuren: dromen
Freuds model van de geest:
Mentale leven speelt zich af op 3 niveau’s:
- Bewuste
- Voorbewuste
- Onderbewuste
ð Klein deel zichtbaar
ð Grootste massa niet waarneembaar
Deze indeling heeft zeer grote invloed gehad
1
, P 20-71
Onbewuste: - Buiten bewustzijn
o Omvat driften en instincten
o Alleen indirect gekend
- 2 bronnen van onbewuste processen
o Repressie
o Fylogenetische gave
Voorbewuste Niet in bewustzijn aanwezig, maar kan het worden
Bewuste: Mentale leven dat direct beschikbaar is, speelt een
beperkte rol
Niveau’s van bewustzijn
1. Bewustzijn:
o Hersenprocessen waarvan we bewustzijn (vb. wat denk je nu)
o (voor Freud niet belangrijk)
2. Niet-bewuste:
o Alle processen in de hersenen die buiten het bewustzijn omgaan (bv. Hartslag, ademen)
2a. Voorbewuste
§ Informatie die op dit moment niet in het bewustzijn aanwezig is, maar naar het
bewustzijn kan gebracht worden als er aandacht aan gegeven wordt. (vb. wat
gisteren gegeten)
2b. Onbewuste
§ Doof niveau waar bepaalde informatie zonder wij er iets van merken wordt
opgeslagen en verwerkt (vb. wat we niet onder ogen willen zien)
• Freud: verlangens, emoties, herinneringen waar we bewust niet met om
kunnen (extreme angst veroorzaken op bewust niveau “blokkade”)
Freuds onbewuste niveau:
- Deel van de geest waarvan het individu zich niet bewust is, maar waar zich onderdrukte conflicten,
impulsen en drijfveren bevinden die geen toegang hebben tot het bewuste.
- Bronnen: repressie en fylogenetische gave
ð Individuen zijn zich meestal niet bewust van de echte redenen van hun gedrag
ð Meeste speelt zich af in onbewuste!!!
ð Seksuele en agressieve driften (biologische oorsprong), dit wordt omgezet in
psychische energie en kan zo motiverende kracht vormen achter gedrag.
ð Uiten via dromen, versprekingen of neurotische symptomen (hysterie)
- Repressie:
o Belangrijkste mechanisme van Freud
o Blokkeren onbewuste van ervaringen die angst op wekken of die niet mogen
- Fylogenetische gave:
o Geërfde ervaringen (komen voort uit ervaringen voorouders) (aka vuilbakcategorie)
Structuren van de geest:
- Id
o Plezierprincipe => Primair proces
- Superego
o Realiteitsprincipe => Secundair proces
- Ego
o Idealistisch principe, Geweten, ego-ideaal
2
, P 20-71
Id Primitieve, onbewuste deel van de persoonlijkheid. Bevat de fundamentele drijfveren en
onderdrukte herinneringen
- Onmiddellijke bevrediging
- Cared niet om gevolgen
- Vb babies
- Basisinstincten
Superego Deel van de persoonlijkheid dat onze normen en waarden bevat, inclusief morele
attitudes die zijn overgenomen van ouders en maatschappij; te vergelijken met het meer
alledaagse begrip ‘geweten’: omvat ook het ‘ego-ideaal’
- Zedenmeester
- Idealistisch principe
Ego Het bewuste, rationale deel van de persoonlijkheid, dat is belast met het handhaven van
de vrede tussen het id en het superego
- “Bemiddelaar”
- Afweermechanisme om impulsen van id en superego op te lossen
- Projectieve testen aan basis, mensen projecteren hun verlangens
ð Psychologisch gezonden mensen hebben volgens Freud een goed ontwikkelt ego!
Metafoor van de kranen:
- De menselijke geest kan gezien worden als een buizensysteem dat bestaat uit water onder druk
- 3 loodgieters:
o Id: kranen open
o Superego: kranen dicht
o Ego: druk afleiden
Fundamentele assumptie:
- De menselijke geest is als een hydraulisch systeem
- Persoonlijkheidsveranderingen wijst op een verandering in de manier waarop psychische energie
ontladen wordt
Dynamische krachten van persoonlijkheid:
Driften (instincten)
- Libido (lust) of seksuele drift:
o Zet mensen aan tot het ervaren van sensueel genot; drijvende kracht bij alles
o Doel: plezier zoeken
- Thanatos of agressieve destructieve drift
o Zet mensen aan tot agressie en destructieve gedragingen
Angst:
- Neurotische angst (Id en Ego)
o Bezorgdheid om een ongekend gevaar
- Morele angst (Superego en ego)
o Schuld (vb. niet kunnen zorgen voor bejaarde ouders)
- Realistische angst (Externe wereld en ego
ð ENKEL HET EGO ERVAART ANGSTEN!!!
ð Bron van angst kan verschillend zijn
3
, P 20-71
Verdedigingsmechanismen:
- Werkt op onbewuste niveau
- Doel: ego beschermen tegen de pijn van angstgevoelens
- Defensiemechanisme zijn normaal! Wordt door iedereen gehanteerd
- Enkel probleem wanneer het leidt tot compulsief, repetitief, neurotisch gedrag
ð Pathologie
Repressie:
- Betrekking tot onderdrukken naar onbewuste van ervaringen die anders te veel angst zouden
opwekken en dus niet gewenst zijn
ð Wat is het basismechanisme van het verdedigingsmechanisme?
• = Repressie!
- Vb. vijandig gevoel tegenover ouder
Reactie formatie:
- Onderdrukking van een impuls door het ostentatief tonen van het tegengestelde gedrag.
- Vb. gevoelens naar leraar, dus gedraagt zich vijandig naar leraar
Verplaatsing:
- Heroriënteren van onaanvaardbare driften en gevoelens naar andere mensen en objecten om de
echte aard te verbergen
- Vb. vrouw moet haar baas niet, dus werkt frustratie op gezin uit
Fixatie:
- Ontwikkelen zich wanneer psychische energie in bepaald ontwikkelingsstadium geblokkeerd wordt
- Psychologische verandering is moeilijk
- Vb. mensen die roken in orale stadium vast
Regressie:
- Wanneer een persoon terugkeert naar een vroeger stadium
- Vb. kind dat door stress terug in bed plast
Projectie:
- Onaanvaardbare gevoelens bij anderen zien, maar komen uit eigen onbewuste
- Vb. “al wat je zegt ben je zelf”
- Pathologisch: achtervolgingswaan paranoia
Introjectie:
- Positieve eigenschappen van andere persoon in jezelf leggen om eigen onadequaatheid te
compenseren
- Vb. mateloos bewonderen van helden, en met hen identificeren
Sublimatie:
- Veredelen van een instinct. Herkanaliseren van een instinct naar meer aanvaardbare vorm
- Vb. agressie naar sport omzetten
- Heeft sociale waarden!
4