Financiële markten, producten en instellingen
2021-2022
Hoofdstuk 1: Meerwaarde banken 3
1. Wat zijn banken 3
2. Meerwaarde financieel systeem (vraag 1) 3
3. Meerwaarde banken (vraag 2) 5
3.1. Transformatie door banken 5
3.2. Transformatiemarge en rentemarge 5
3.3. Geldschepping door banken 7
3.4. Overige taken van banken 8
Hoofdstuk 2: Producten banken 9
1. Algemeen 9
2. Beleggingsproducten 10
2.1. Zichtdeposito 10
2.2. Spaardeposito / depositoboekje 10
2.3. Termijndeposito 10
2.4. Kasbon 10
2.5. ICB (instelling voor collectieve belegging) 11
● Omschrijving 11
● Soorten 11
○ Nationaliteit 11
○ Rechtsvorm 11
○ Uitbetaling 11
○ Beleggingsprofiel 11
3. Kredietproducten 15
3.1. Hypothecaire kredieten 15
3.2. Consumentenkredieten 15
Hoofdstuk 3: Risico’s banken 16
1. Solvabiliteitsrisico (LT) - EV/TA 16
2. Liquiditeitsrisico (KT) 16
Hoofdstuk 4: Profiel en ontwikkelingen 17
1. Desintermediatie 17
2. Schaalvergroting 17
3. Branchevervaging 18
4. Digitalisering 18
Hoofdstuk 5: Financiële analyse en balansbeleid 18
1. Financiële analyse + regulering 18
1.1. Rendabiliteit per jaar 18
1.2. Solvabiliteit 18
1.3. RAROC = risk adjusted return on capital 21
2. Balansbeleid (asset and liability management) 21
2.1. Definitie 21
2.2. Hoe renterisico meten? 21
2.3. Rentegap-analyse 21
2.4. Duration 21
2.5. Simulatie 22
2.6. Hoe rentepositie veranderen? 22
1
,Hoofdstuk 1: Meerwaarde banken
1. Wat zijn banken
Kredietinstellingen = gebruik door de wetgever
Banken = courant gebruik “Jan met de pet”
Wet van 25 april 2014:
“Kredietinstellingen zijn ondernemingen waarvan de werkzaamheden bestaan in het van het
publiek in ontvangst nemen van gelddeposito’s en het verlenen van kredieten voor eigen
rekening.”
→ Moeten beide doen, anders geen kredietinstelling
→ Het risico valt bij de instelling in geval van bv faillissement van de kredietnemer. (Quasi
geen risico voor de klant)
Banken zijn tussenpersonen, intermediairs.
Maar ook ander kanaal voor kredietnemers en
-gevers: kapitaalmarkt.
2 vragen:
1) Wat is het nut van deze kanalen?
2) Wat is het voordeel van de bank tov de
kapitaalmarkt?
2. Meerwaarde financieel systeem (vraag 1)
Veronderstellingen:
- Er zijn twee periodes (x-& y-as) - De rendementen zijn dalend
= concave curve
Aangezien lenen niet mogelijk is in deze
situatie, gaat de curve vanaf Z verticaal.
- Het nut wordt bepaald door U(C1,C2) - De rente is hetzelfde voor sparen en
→ Nutsmaximalisatie in Q lenen
2
, MET BANK → Lenen nu wel mogelijk → Hoger nut? Ja! Q* (zowel bij sparen als investeren)
BEWIJS helling van FIL wordt bepaald door rente r
⇒ Als C1 = 0; C2 = Y2 + (1+r).Y1 ⇒ r beïnvloedt de helling
→ Snijpunt met de y-as
3
2021-2022
Hoofdstuk 1: Meerwaarde banken 3
1. Wat zijn banken 3
2. Meerwaarde financieel systeem (vraag 1) 3
3. Meerwaarde banken (vraag 2) 5
3.1. Transformatie door banken 5
3.2. Transformatiemarge en rentemarge 5
3.3. Geldschepping door banken 7
3.4. Overige taken van banken 8
Hoofdstuk 2: Producten banken 9
1. Algemeen 9
2. Beleggingsproducten 10
2.1. Zichtdeposito 10
2.2. Spaardeposito / depositoboekje 10
2.3. Termijndeposito 10
2.4. Kasbon 10
2.5. ICB (instelling voor collectieve belegging) 11
● Omschrijving 11
● Soorten 11
○ Nationaliteit 11
○ Rechtsvorm 11
○ Uitbetaling 11
○ Beleggingsprofiel 11
3. Kredietproducten 15
3.1. Hypothecaire kredieten 15
3.2. Consumentenkredieten 15
Hoofdstuk 3: Risico’s banken 16
1. Solvabiliteitsrisico (LT) - EV/TA 16
2. Liquiditeitsrisico (KT) 16
Hoofdstuk 4: Profiel en ontwikkelingen 17
1. Desintermediatie 17
2. Schaalvergroting 17
3. Branchevervaging 18
4. Digitalisering 18
Hoofdstuk 5: Financiële analyse en balansbeleid 18
1. Financiële analyse + regulering 18
1.1. Rendabiliteit per jaar 18
1.2. Solvabiliteit 18
1.3. RAROC = risk adjusted return on capital 21
2. Balansbeleid (asset and liability management) 21
2.1. Definitie 21
2.2. Hoe renterisico meten? 21
2.3. Rentegap-analyse 21
2.4. Duration 21
2.5. Simulatie 22
2.6. Hoe rentepositie veranderen? 22
1
,Hoofdstuk 1: Meerwaarde banken
1. Wat zijn banken
Kredietinstellingen = gebruik door de wetgever
Banken = courant gebruik “Jan met de pet”
Wet van 25 april 2014:
“Kredietinstellingen zijn ondernemingen waarvan de werkzaamheden bestaan in het van het
publiek in ontvangst nemen van gelddeposito’s en het verlenen van kredieten voor eigen
rekening.”
→ Moeten beide doen, anders geen kredietinstelling
→ Het risico valt bij de instelling in geval van bv faillissement van de kredietnemer. (Quasi
geen risico voor de klant)
Banken zijn tussenpersonen, intermediairs.
Maar ook ander kanaal voor kredietnemers en
-gevers: kapitaalmarkt.
2 vragen:
1) Wat is het nut van deze kanalen?
2) Wat is het voordeel van de bank tov de
kapitaalmarkt?
2. Meerwaarde financieel systeem (vraag 1)
Veronderstellingen:
- Er zijn twee periodes (x-& y-as) - De rendementen zijn dalend
= concave curve
Aangezien lenen niet mogelijk is in deze
situatie, gaat de curve vanaf Z verticaal.
- Het nut wordt bepaald door U(C1,C2) - De rente is hetzelfde voor sparen en
→ Nutsmaximalisatie in Q lenen
2
, MET BANK → Lenen nu wel mogelijk → Hoger nut? Ja! Q* (zowel bij sparen als investeren)
BEWIJS helling van FIL wordt bepaald door rente r
⇒ Als C1 = 0; C2 = Y2 + (1+r).Y1 ⇒ r beïnvloedt de helling
→ Snijpunt met de y-as
3