ELISA
Antilichamen
Eiwitten gesecreteerd door B-ly in gewervelde dieren
Herken en bindt aan AG op vreemde deeltjes -> markeren -> vernietigen door T-ly
Elk AG kan verschillende AL genereren voor verschillende epitopen op een AG
Monoklonale AL productie
Productie secundaire AL
1
,AG-AL interactie
-> H-bruggen, ionische bindingen, van der waals interacties, hydrofobische interacties
Immunoassays
Definitie: AL als reagentia, gebruik AL met hoge antilichaamaffiniteit (Ka)
AL laten binden met AG
Ka
AL + AG <-> AL * AG
Controle: geen AL
In compartiment A zitten geen AG en in
compartiment B zitten alle AG
-> na verloop van tijd zijn in A en B
evenveel AG aanwezig
Expermiment: in A zitten AL
-> verwachting: evenveel AG in A als B
-> klopt niet: aantal vrije AG verminderd
in A omdat deze aan AL zijn gebonden
B: vrij AG
A: vrij AG en gebonden AG
Bij evenwicht is Ka een affiniteitsconstante
2
, Immunoassays: kenmerken
Gevoeligheid
o Detectiegrens (concentratie in pg/ml)
o Afhankelijk van Ka
Specificiteit
o Mogelijkheid om een specifiek AG te meten (vrij van interferentie)
o Cave: kruisreactie, verontreiniging
Precisie
o Standaardafwijking van gemiddelde
o Variabiliteit van testen, reproduceerbaarheid (ander labo), herhaalbaarheid (in
hetzelfde labo met dezelfde persoon)
Nauwkeurigheid
o Hoe dicht ligt de gemeette waarde bij de werkelijke waarde -> afhankelijk van
precisie en specificiteit
Types immunoassays
1. Precipitatie methode:
-> immuundiffusie
-> immuunelectroforese
2. Gelabelde AL methode:
-> radioimmunoassay (RIA)
-> fluorescentie immunoassay (FIA)
-> enzym immunoassay (EIA)
Immunodiffusie
3
Antilichamen
Eiwitten gesecreteerd door B-ly in gewervelde dieren
Herken en bindt aan AG op vreemde deeltjes -> markeren -> vernietigen door T-ly
Elk AG kan verschillende AL genereren voor verschillende epitopen op een AG
Monoklonale AL productie
Productie secundaire AL
1
,AG-AL interactie
-> H-bruggen, ionische bindingen, van der waals interacties, hydrofobische interacties
Immunoassays
Definitie: AL als reagentia, gebruik AL met hoge antilichaamaffiniteit (Ka)
AL laten binden met AG
Ka
AL + AG <-> AL * AG
Controle: geen AL
In compartiment A zitten geen AG en in
compartiment B zitten alle AG
-> na verloop van tijd zijn in A en B
evenveel AG aanwezig
Expermiment: in A zitten AL
-> verwachting: evenveel AG in A als B
-> klopt niet: aantal vrije AG verminderd
in A omdat deze aan AL zijn gebonden
B: vrij AG
A: vrij AG en gebonden AG
Bij evenwicht is Ka een affiniteitsconstante
2
, Immunoassays: kenmerken
Gevoeligheid
o Detectiegrens (concentratie in pg/ml)
o Afhankelijk van Ka
Specificiteit
o Mogelijkheid om een specifiek AG te meten (vrij van interferentie)
o Cave: kruisreactie, verontreiniging
Precisie
o Standaardafwijking van gemiddelde
o Variabiliteit van testen, reproduceerbaarheid (ander labo), herhaalbaarheid (in
hetzelfde labo met dezelfde persoon)
Nauwkeurigheid
o Hoe dicht ligt de gemeette waarde bij de werkelijke waarde -> afhankelijk van
precisie en specificiteit
Types immunoassays
1. Precipitatie methode:
-> immuundiffusie
-> immuunelectroforese
2. Gelabelde AL methode:
-> radioimmunoassay (RIA)
-> fluorescentie immunoassay (FIA)
-> enzym immunoassay (EIA)
Immunodiffusie
3