Ipo 1a oefentoets
Vraag 1: wat zegt Judith R. Harris over het nature-nurture debat?
a. Kinderen leren door te kijken naar wat mensen in hun omgeving doen
b. Kinderen worden opgevoed door leeftijdsgenootjes en niet door ouders
c. Kinderen leren door te kijken naar wat hun ouders doen
d. Kinderen leren door positieve en negatieve reinforcers
Vraag 2: welke uitspraak past het beste bij de ouders van een autoritaire opvoeding?
a. Ik zal je even uitleggen waarom dat niet mag
b. Omdat ik het zeg
c. Ik snap dat je dat wil doen, maar het is beter voor jezelf als je dat niet doet, want daar
heb jij later niets aan
Vraag 3: wat gebeurd er bij een “better than good-enough” parent?
a. Het kind ontwikkelt minder goed dan het kind van de ‘good enough’ parent
b. Het kind ontwikkelt even goed als de ‘good-enough’ parent
c. Het kind ontwikkeld beter dan de ‘good-enough’ parent
Vraag 4: wat is de taak van de ouders volgens de ethologische theorie
a. Gedrag aanleren en trainen, je moet kinderen trainen want gedrag heeft niets te maken
met karakter
b. In kritische en sensitieve periode het kind iets aanleren
c. Een goed model zijn voor het kind
d. Zorgen voor een veilige gehechtheidsrelatie
Vraag 5: hoe reageert een kind die onveilig ambivalent gehecht is aan de moeder, als deze
weggaat en terugkomt
a. Het kind weet niet wat hij moet doen en bevriest soms zelfs
b. Als er een onbekend persoon binnenkomt is er paniek, maar als de moeder komt wordt
het weer rustig
c. Het kind huilt als de moeder weggaat maar huilt ook als het terugkomt
d. Het kind huilt niet.
Vraag 6: wat is de beste uitleg van de cupboard-love theory?
, a. Doordat de moeder de primaire fysieke behoeften van het kind bevredigt, leert het
kind dat de moeder de bron is van alle bevredigingen en liefde
b. Doordat de moeder de emotionele behoeften van het kind bevredigt, leert het kind dat
de moeder de bron is van alle bevredigingen en liefde
c. Als de relatie tussen moeder en kind goed is, dan zal het kind vaker bij de moeder
komen voor liefde
d. Als de relatie tussen moeder en kind NIET goed is, dan zal het kind minder vaak bij de
moeder komen voor liefde
Vraag 7: wat zijn de drie categorieën voor gehechtheid in de Vreemde Situatie Procedure?
a. Veilig, onveilig, vermijdend
b. Veilig, onveilig-vermijdend en onveilig-ambivalent
c. Onveilig ambivalent, onveilig-vermijdende, onveilig
d. Onveilig-vermijdend, onveilig, veilig
Vraag 8: welke term past het beste bij “het rekening houden met het feit dat genen via naaste
verwachten wordt doorgegeven”?
a. Natuurlijke selectie
b. Vreemde situatie procedure
c. Baltimore studie
d. Inclusive fitness
Vraag 9: wat constateerde Bowlby?
a. Er zijn maar 2 verschillende manieren van gehechtheid
b. De scheiding tussen moeder en kind leidt tot een teruggetrokken karakter op latere
leeftijd
c. Kinderen hebben alleen een affectie loos karakter als zij introvert zijn
d. Er zijn 5 verschillende manieren van gehechtheid
Vraag 10: onder welke vorm van kindermishandeling valt “het niet schenken van eten aan het
kind”
a. Fysieke verwaarlozing
b. Fysieke mishandeling
c. Emotionele verwaarlozing
d. Emotionele mishandeling
Vraag 1: wat zegt Judith R. Harris over het nature-nurture debat?
a. Kinderen leren door te kijken naar wat mensen in hun omgeving doen
b. Kinderen worden opgevoed door leeftijdsgenootjes en niet door ouders
c. Kinderen leren door te kijken naar wat hun ouders doen
d. Kinderen leren door positieve en negatieve reinforcers
Vraag 2: welke uitspraak past het beste bij de ouders van een autoritaire opvoeding?
a. Ik zal je even uitleggen waarom dat niet mag
b. Omdat ik het zeg
c. Ik snap dat je dat wil doen, maar het is beter voor jezelf als je dat niet doet, want daar
heb jij later niets aan
Vraag 3: wat gebeurd er bij een “better than good-enough” parent?
a. Het kind ontwikkelt minder goed dan het kind van de ‘good enough’ parent
b. Het kind ontwikkelt even goed als de ‘good-enough’ parent
c. Het kind ontwikkeld beter dan de ‘good-enough’ parent
Vraag 4: wat is de taak van de ouders volgens de ethologische theorie
a. Gedrag aanleren en trainen, je moet kinderen trainen want gedrag heeft niets te maken
met karakter
b. In kritische en sensitieve periode het kind iets aanleren
c. Een goed model zijn voor het kind
d. Zorgen voor een veilige gehechtheidsrelatie
Vraag 5: hoe reageert een kind die onveilig ambivalent gehecht is aan de moeder, als deze
weggaat en terugkomt
a. Het kind weet niet wat hij moet doen en bevriest soms zelfs
b. Als er een onbekend persoon binnenkomt is er paniek, maar als de moeder komt wordt
het weer rustig
c. Het kind huilt als de moeder weggaat maar huilt ook als het terugkomt
d. Het kind huilt niet.
Vraag 6: wat is de beste uitleg van de cupboard-love theory?
, a. Doordat de moeder de primaire fysieke behoeften van het kind bevredigt, leert het
kind dat de moeder de bron is van alle bevredigingen en liefde
b. Doordat de moeder de emotionele behoeften van het kind bevredigt, leert het kind dat
de moeder de bron is van alle bevredigingen en liefde
c. Als de relatie tussen moeder en kind goed is, dan zal het kind vaker bij de moeder
komen voor liefde
d. Als de relatie tussen moeder en kind NIET goed is, dan zal het kind minder vaak bij de
moeder komen voor liefde
Vraag 7: wat zijn de drie categorieën voor gehechtheid in de Vreemde Situatie Procedure?
a. Veilig, onveilig, vermijdend
b. Veilig, onveilig-vermijdend en onveilig-ambivalent
c. Onveilig ambivalent, onveilig-vermijdende, onveilig
d. Onveilig-vermijdend, onveilig, veilig
Vraag 8: welke term past het beste bij “het rekening houden met het feit dat genen via naaste
verwachten wordt doorgegeven”?
a. Natuurlijke selectie
b. Vreemde situatie procedure
c. Baltimore studie
d. Inclusive fitness
Vraag 9: wat constateerde Bowlby?
a. Er zijn maar 2 verschillende manieren van gehechtheid
b. De scheiding tussen moeder en kind leidt tot een teruggetrokken karakter op latere
leeftijd
c. Kinderen hebben alleen een affectie loos karakter als zij introvert zijn
d. Er zijn 5 verschillende manieren van gehechtheid
Vraag 10: onder welke vorm van kindermishandeling valt “het niet schenken van eten aan het
kind”
a. Fysieke verwaarlozing
b. Fysieke mishandeling
c. Emotionele verwaarlozing
d. Emotionele mishandeling