Tijdvak 6: Regenten en vorsten
1600 - 1700 17e eeuw
KA:
- Het streven van vorsten naar absolute macht.
- De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel
opzicht van de Nederlandse republiek.
- Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een
wereldeconomie.
- De wetenschappelijke revolutie.
KA: Het streven van vorsten naar absolute macht.
Standenmaatschappij: Een rangschikking voor de 17e eeuw.
Bovenaan staat de vorst.
1e stand: geestelijkheid.
2e stand: edelen.
3e stand: burgers en boeren.
Absolutisme: Om als koning de volledige macht te hebben. De macht wordt niet verdeeld, en de
koning mag alles zelf bepalen.
Voor de 17e eeuw was er een standenmaatschappij. Maar na de 17e eeuw veranderde dit.
Het absolutisme begon een veel grotere rol te spelen. Dit houdt in dat de koning nog
belangrijker werd, en alle macht had.
Veel machthebbers begonnen te verlangen naar absolutisme. Maar hoe kregen ze dit voor
elkaar?
Droit Divin: Het goddelijke recht om te heersen.
Als eerst moest een koning het leger onder controle hebben. Vaak waren het edelmannen
die het leger bestuurde. Dus als een koning absolute macht wilde, moest hij ook het leger
bezitten.
Verder begon de koning met het vervangen van zijn edelen in het bestuur. In plaats van
edelen gebruikte hij ambtenaren. De ambtenaren werkte voor de koning, en hadden in het
bestuur geen eigen belangen.
Tot slot hield de koning goed contact met de kerk. Hij deed dit door de kerken om te kopen,
of om de bescherming te bieden. Hij kreeg hierdoor ‘Droit Divin’. Hij gebruikte dit als een
‘recht’ om te heersen. God had de koning gekozen om te heersen. Daar kon niemand tegen
in. Als al deze dingen waren gelukt, beschikte de koning over de absolute macht.
1600 - 1700 17e eeuw
KA:
- Het streven van vorsten naar absolute macht.
- De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel
opzicht van de Nederlandse republiek.
- Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een
wereldeconomie.
- De wetenschappelijke revolutie.
KA: Het streven van vorsten naar absolute macht.
Standenmaatschappij: Een rangschikking voor de 17e eeuw.
Bovenaan staat de vorst.
1e stand: geestelijkheid.
2e stand: edelen.
3e stand: burgers en boeren.
Absolutisme: Om als koning de volledige macht te hebben. De macht wordt niet verdeeld, en de
koning mag alles zelf bepalen.
Voor de 17e eeuw was er een standenmaatschappij. Maar na de 17e eeuw veranderde dit.
Het absolutisme begon een veel grotere rol te spelen. Dit houdt in dat de koning nog
belangrijker werd, en alle macht had.
Veel machthebbers begonnen te verlangen naar absolutisme. Maar hoe kregen ze dit voor
elkaar?
Droit Divin: Het goddelijke recht om te heersen.
Als eerst moest een koning het leger onder controle hebben. Vaak waren het edelmannen
die het leger bestuurde. Dus als een koning absolute macht wilde, moest hij ook het leger
bezitten.
Verder begon de koning met het vervangen van zijn edelen in het bestuur. In plaats van
edelen gebruikte hij ambtenaren. De ambtenaren werkte voor de koning, en hadden in het
bestuur geen eigen belangen.
Tot slot hield de koning goed contact met de kerk. Hij deed dit door de kerken om te kopen,
of om de bescherming te bieden. Hij kreeg hierdoor ‘Droit Divin’. Hij gebruikte dit als een
‘recht’ om te heersen. God had de koning gekozen om te heersen. Daar kon niemand tegen
in. Als al deze dingen waren gelukt, beschikte de koning over de absolute macht.