Celien Scheerlinck 1B23 Orthopedagogie - Hogeschool Gent
Filosofie
Hoofdstuk 1: De oorsprong van Filosofie
1. Inleiding
De filosofie is ontstaan uit het Griekse
Filein: houden van
Sofia: Griekse Godin van wijsheid
Filosofie is even oud als de mens zelf en is ontstaan in een bepaalde cultuur en bepaalde periode.
Volgens Plato begint filosofie met verwondering -> om te begrijpen wat er zich voortdoet in jezelf en
in de wereld.
Westerse filosofie is ontstaan in de 6e eeuw en in het Oosten ontstonden nieuwe filosofische
zienswijzen.
India -> Upanishaden geschreven
2 personen stonden centraal -> Boeddha en Mahavira
China -> Taoïsme en sociale filosofie kenden hun bloei
1
Het ontstaan van de filosofie wordt gekenmerkt door de overgang van:
Mythos Logos
Mythes zijn gebaseerd op fantastische verhalen met goden die overgingen naar een rationele
verklaring.
Mythes komen voor in alle culturen en tijden:
Adam & Eva eten een vrucht van de boom goed en kwaad -> Zondeval
Odysseus en de sirenen
2. Omschrijving en indeling van de filosofie
Volgens Crescenzo ligt filosofie tussen religie en wetenschap.
Francis Bacon ontwikkelde de wetenschappelijke methode en lanceerde 2 begrippen (experiment en
inductie) waaruit de fysica ontstond.
Figuur 1 Francis Bacon
,Celien Scheerlinck 1B23 Orthopedagogie - Hogeschool Gent
De wetenschap bestudeerd fenomenen (objectiveerbaar, meetbaar en zichtbaar zijn).
Wetenschappen zoeken theorieën en wetten om fenomenen te verklaren.
3. Drie grote vragen en domeinen
Immanuel Kant was grote filosoof van de Verlichting. Hij had 3 essentiële vragen:
Hoe kunnen we kennen ?
Hoe moeten we handelen ?
Wat mogen we hopen ?
Geheugensteuntje:
K3-> Kant 3 essentiële
vragen
Figuur 2 Immanuel Kant
Luc Ferry is een Franse filosoof die de 3 verschillende domeinen opstelde:
Kennis (werkelijkheid)
Ethiek (rechtvaardigheid)
Wijsheid (heil of geluk)
2
Figuur 3 Luc Ferry
4. Het huis van de filosofie
Onderscheid tussen feiten en waarden.
Feiten verwijzen naar ontologie (= leer van het zijn). Waarden verwijzen naar de 3 waarden van
Plato.
Feiten worden onderverdeeld in 3 waarden van Plato
Wereld Het goede
Bovenwereld Het ware
Mens Het schone
Er zijn 2 soorten vragen:
Ontologische vragen (= vragen over het zijnde)
Vragen naar de 3 waarden (het ware, het goede, het schone)
Ontologische vragen:
,Celien Scheerlinck 1B23 Orthopedagogie - Hogeschool Gent
Het zijnde wordt opgedeeld in 3 grote domeinen:
De wereld
De bovenwereld
De mens
3 soorten onderverdelingen
De kosmologie: oorsprong van kosmos en natuur -> ontwikkelde zich later in fysica,
astronomie, scheikunde, biologie -> datgene dat tastbaar is
De metafysica: stelt vragen naar achterliggende principes
De antropologie: houdt zich bezig met de mens
Vragen naar de 3 waarden (het schone, het goede, het ware):
Waarheid
- Epistemologie of kennisleer -> vragen over waarheid en kennis
- Logica -> vragen over redeneren
- Wetenschapsfilosofie -> vragen naar methoden en begrippen
- Taalfilosofie -> vragen naar ontwikkeling, betekenis en functie van taal
Goedheid en rechtvaardigheid
- Ethiek -> onderzoekt het goede
- Sociale en politieke filosofie -> houdt zich bezig met samenleving
- Rechtsfilosofie -> vraag naar aard en oorsprong van recht
3
- Deontologie of plichtenleer
Schoonheid
- Esthetica -> vraag naar wat schoonheid en kunst is
5. De voor-socratische filosofie
De pre-socratische filosofie of de voor-socratische filosofie is weinig bewaard gebleven. Zetten eerste
stappen in een nieuwe manier van denken. -> vragen geïnspireerd op kosmologie
6 belangwekkende figuren van de pre-socratische filosofie:
1. Thales van Milete
Eerste filosoof volgens 3 redenen:
- Beweerde dat alles ontstaan is uit water
- Wiskundige stelling en was een astronoom -> kon zonsverduistering voorspellen
- Uitspraak: ‘Ken Uzelf’
2. Anaximander van Milete
- Leerling van Thales
- Beschouwde de wereld als platte schijf
3. Pythagoras
, Celien Scheerlinck 1B23 Orthopedagogie - Hogeschool Gent
- Blijft nadenken tot hij het weet -> Philosophos
- Vertrouwd met rekenkunde en meetkunde
- Kon wereld in kaart brengen
4. Parmenides en Herakleitos
- 2 tijdgenoten stonden tegenover elkaar
- Parmenides vertrekt vanuit het zijn
- Herakleitos vertrekt vanuit verandering zelf
5. Democritos
- Alles is in werkelijkheid uitgedrukt
4
Filosofie
Hoofdstuk 1: De oorsprong van Filosofie
1. Inleiding
De filosofie is ontstaan uit het Griekse
Filein: houden van
Sofia: Griekse Godin van wijsheid
Filosofie is even oud als de mens zelf en is ontstaan in een bepaalde cultuur en bepaalde periode.
Volgens Plato begint filosofie met verwondering -> om te begrijpen wat er zich voortdoet in jezelf en
in de wereld.
Westerse filosofie is ontstaan in de 6e eeuw en in het Oosten ontstonden nieuwe filosofische
zienswijzen.
India -> Upanishaden geschreven
2 personen stonden centraal -> Boeddha en Mahavira
China -> Taoïsme en sociale filosofie kenden hun bloei
1
Het ontstaan van de filosofie wordt gekenmerkt door de overgang van:
Mythos Logos
Mythes zijn gebaseerd op fantastische verhalen met goden die overgingen naar een rationele
verklaring.
Mythes komen voor in alle culturen en tijden:
Adam & Eva eten een vrucht van de boom goed en kwaad -> Zondeval
Odysseus en de sirenen
2. Omschrijving en indeling van de filosofie
Volgens Crescenzo ligt filosofie tussen religie en wetenschap.
Francis Bacon ontwikkelde de wetenschappelijke methode en lanceerde 2 begrippen (experiment en
inductie) waaruit de fysica ontstond.
Figuur 1 Francis Bacon
,Celien Scheerlinck 1B23 Orthopedagogie - Hogeschool Gent
De wetenschap bestudeerd fenomenen (objectiveerbaar, meetbaar en zichtbaar zijn).
Wetenschappen zoeken theorieën en wetten om fenomenen te verklaren.
3. Drie grote vragen en domeinen
Immanuel Kant was grote filosoof van de Verlichting. Hij had 3 essentiële vragen:
Hoe kunnen we kennen ?
Hoe moeten we handelen ?
Wat mogen we hopen ?
Geheugensteuntje:
K3-> Kant 3 essentiële
vragen
Figuur 2 Immanuel Kant
Luc Ferry is een Franse filosoof die de 3 verschillende domeinen opstelde:
Kennis (werkelijkheid)
Ethiek (rechtvaardigheid)
Wijsheid (heil of geluk)
2
Figuur 3 Luc Ferry
4. Het huis van de filosofie
Onderscheid tussen feiten en waarden.
Feiten verwijzen naar ontologie (= leer van het zijn). Waarden verwijzen naar de 3 waarden van
Plato.
Feiten worden onderverdeeld in 3 waarden van Plato
Wereld Het goede
Bovenwereld Het ware
Mens Het schone
Er zijn 2 soorten vragen:
Ontologische vragen (= vragen over het zijnde)
Vragen naar de 3 waarden (het ware, het goede, het schone)
Ontologische vragen:
,Celien Scheerlinck 1B23 Orthopedagogie - Hogeschool Gent
Het zijnde wordt opgedeeld in 3 grote domeinen:
De wereld
De bovenwereld
De mens
3 soorten onderverdelingen
De kosmologie: oorsprong van kosmos en natuur -> ontwikkelde zich later in fysica,
astronomie, scheikunde, biologie -> datgene dat tastbaar is
De metafysica: stelt vragen naar achterliggende principes
De antropologie: houdt zich bezig met de mens
Vragen naar de 3 waarden (het schone, het goede, het ware):
Waarheid
- Epistemologie of kennisleer -> vragen over waarheid en kennis
- Logica -> vragen over redeneren
- Wetenschapsfilosofie -> vragen naar methoden en begrippen
- Taalfilosofie -> vragen naar ontwikkeling, betekenis en functie van taal
Goedheid en rechtvaardigheid
- Ethiek -> onderzoekt het goede
- Sociale en politieke filosofie -> houdt zich bezig met samenleving
- Rechtsfilosofie -> vraag naar aard en oorsprong van recht
3
- Deontologie of plichtenleer
Schoonheid
- Esthetica -> vraag naar wat schoonheid en kunst is
5. De voor-socratische filosofie
De pre-socratische filosofie of de voor-socratische filosofie is weinig bewaard gebleven. Zetten eerste
stappen in een nieuwe manier van denken. -> vragen geïnspireerd op kosmologie
6 belangwekkende figuren van de pre-socratische filosofie:
1. Thales van Milete
Eerste filosoof volgens 3 redenen:
- Beweerde dat alles ontstaan is uit water
- Wiskundige stelling en was een astronoom -> kon zonsverduistering voorspellen
- Uitspraak: ‘Ken Uzelf’
2. Anaximander van Milete
- Leerling van Thales
- Beschouwde de wereld als platte schijf
3. Pythagoras
, Celien Scheerlinck 1B23 Orthopedagogie - Hogeschool Gent
- Blijft nadenken tot hij het weet -> Philosophos
- Vertrouwd met rekenkunde en meetkunde
- Kon wereld in kaart brengen
4. Parmenides en Herakleitos
- 2 tijdgenoten stonden tegenover elkaar
- Parmenides vertrekt vanuit het zijn
- Herakleitos vertrekt vanuit verandering zelf
5. Democritos
- Alles is in werkelijkheid uitgedrukt
4