Begripsafbakening
WEER EN KLIMAAT IN LEERPLAN ZILL
Weer en klimaat: raakvlakken met ‘techniek’ en ‘natuur’ → Integratie = belangrijk
BEGRIPPEN ‘WEER EN KLIMAAT’
Het weer
= de toestand van de atmosfeer op één bepaald moment op één bepaalde plaats
- Eigenschappen van atmosfeer kennen om weer te begrijpen/voorspellen
- Observatie + veldwerk in klas → meetinstrumenten
Het klimaat
= de gemiddelde toestand, berekend over een langere periode (meestal 30 jaar)
- Klimatogram: klimaat wordt weergegeven waarbij gem. temperatuur en neerslag per maand
worden verwerkt tot één geheel
- 3 klimaatzones:
o Polair
o Gematigd
o Tropisch
1
, Weerselementen
TEMPERATUUR
Eenheden en weergave
Onderscheid maken tussen effectieve temperatuur en gevoelstemperatuur
- Chill factor: wind kan kouder aanvoelen dan het in werkelijkheid is
Eenheid:
- Celsius of Fahrenheit
- Thermodynamica (studie vd interactie tss deeltjes): Kelvin
Isothermen: lijnen die punten met dezelfde temperatuur met elkaar verbinden op een kaart
3 verschillende gordels op basis van temperatuur:
Meetinstrumenten
Meest gebruikte: vloeistofthermometers gevuld met alcohol of kwik
→ werking: uitzetten (bij warmte) en krimpen (koude)
Opletten bij gebruik van thermometer:
- Cijfers duidelijk leesbaar (bij voorkeur eenheid in graden Celsius)
- Objectieve manier meetbaar (niet in volle zon, niet beschut tegen invloeden vd wind)
- Thermometer aanpassen aan de klas
(vb. 1e lj: cijfers vervangen door warm, koud…) → pas vanaf 3e leerjaar krijgen cijfers betekenis
2
Weer en klimaat
,Minimum-maximum thermometer: gedurende een bepaalde tijd wordt er
gemeten wat de laagst en hoogst bereikte temperatuur is
- Interessant bij evolutie van temperaturen gedurende de dag en
nacht
- Verschil werking met klassieke thermometer: reservoir voor
vloeistof aan bovenkant
Digitale toepassing
- Eenvoudiger om overzicht te krijgen van temperatuur op meerdere
uren en dagen
- Luchtdruk kan gemeten worden
- Binnen- en buitentemperatuur vergelijken
- Let op: lezen digitale cijfers is niet vanzelfsprekend voor lln.
Factoren die temperatuur beïnvloeden
Primaire factor: breedteligging
→ rechtstreeks invloed
Noordelijk halfrond: hoe zuidelijker, hoe warmer
➢ Temperatuurverschil door invalshoek vd zonnestralen
! deze stelling gaat uit van homogene samenstelling van de aarde, zal dus nooit 100% correct zijn !
Secundaire factor: land en water
- Land en water warmen niet even snel op en koelen niet even snel af
(winters in België zijn aan de kust zachter dan in het binnenland, zomers minder warm)
- Water warmt trager op dan land, maar houdt warmte langer bij
- Zonnestralen dringen dieper door het water dan in de grond
- stroming vh water helpt om water beter te verspreiden
Secundaire factor: hoogteligging
Hoe hoger men gaat, hoe kouder het wordt (temp. Daalt gem. met 1°C pet 180 meter die men stijgt)
→ reden: ijle lucht warmt minder snel op
! er is een merkbaar verschil tussen hellingen die N of Z georiënteerd zijn !
3
Weer en klimaat
, Secundaire factor: algemene luchtcirculatie
- West-Europa: invloed uit het westen en zuidwesten
- gevolg: (zuid)westelijke kant vd Alpen heeft meer en betere sneeuw dan zuidkant
→ zachtere winters en frissere zomers bij ons
- VS: meer dan één invloed van polaire lucht die wordt gevormd door Rocky Mountains en
Appalachen/Coast Range
- Zomer: aanvoer warmere, zuidelijke lucht
- Bergketens in VS: vernauwing waar lucht doorstroomt
→ verklaring waarom er een merkelijk verschil is tussen New York en Valencia, die beiden op
ongeveer dezelfde breedteligging liggen
Breedteligging Gemiddelde Gemiddelde hoeveelheid
jaartemperatuur neerslag
New York 40° NB 12,4 °C 1070 mm/j
Valencia 39° NB 16,9 °C 479 mm/j
NEERSLAG
Soorten neerslag
1) Regen
2) Mist
3) Sneeuw
4) Hagel
5) Ijzel
4
Weer en klimaat