100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting gevorderde analysetechnieken + stappenplannen SPSS

Rating
-
Sold
8
Pages
61
Uploaded on
01-12-2021
Written in
2020/2021

Samenvatting gevorderde analysetechnieken (GAO) van prof G.V. Bevat stappenplannen voor SPSS. Gebruikt voor openboekexamen en geslaagd in eerste zit.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 1, 2021
Number of pages
61
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Gevorderde analysetechnieken overzicht



Deel 1: Inleidende begrippen

1. Introductie

Begrippen:

- Steekproefgrootheid = kansvariabele = percentage of gemiddelde uit kansverdeling
- Steekproevenverdeling = hoe steekproefgrootheden variëren bij onbeperkt herhaalde
steekproeftrekkingen
- Populatieverdeling = verdeling van de variabele in de populatie
- Dichotome variabelen = een variabele met 2 mogelijke uitkomsten: 0 en 1
- Centrale limietstelling = wanneer n > 30 zal de steekproevenverdeling neigen naar
normaliteit, ookal is de populatie niet normaal verdeeld

Afkortingen:

- p = percentage in de steekproef, zuivere schatter voor π
- = gemiddelde x, zuivere schatter voor μ
- π = percentage in de populatie (p0)
- μ = gemiddelde in de populatie

Doel: via steekproefgrootheden de populatiegrootheden schatten, adhv zuivere schatters: p en
(schatters voor μ en π)

- SE = standaarderror = spreiding
!(#$!)
o Spreiding p of σ p = ! &
'
o Spreiding of σ ==
√&
'
- Foutenmarge = z*
√&

- n = steekproefgrootte
o Als n stijgt, daalt de standaarderror, daalt de onzekerheid en spreiding in de
steekproef




1

,2. Hypothesetoetsen

Doel: nagaan in welke mate resultaten aan toeval te wijten zijn, nagaan of een geformuleerde
veronderstelling statistisch gevalideerd kan worden.


2.1. Geen hypothesetoetsing zonder hypothesen

- H0: geen effect, geen verschil, geen correlatie
o Verwerpen indien < 0,05
o Aanvaarden indien > 0,05
- Ha: wel effect, wel verschil, wel correlatie
o Eenzijdig of tweezijdig


2.2. Aanvaardingsinterval

= set van waarden (95%) die parameter kan aannemen indien h0 juist is.




ßà verwerpingsinterval of kritische zone = set van waarden die zo extreem zijn en een kleine kans
op voorkomen hebben wanneer h0 juist is (alfa van 5%, 2,5% langs elke kans), waardoor we h0
mogen verwerpen.

ßà betrouwbaarheidsinterval: set waarden waarvan je zegt dat de echte waarde met 95%
zekerheid in dat interval ligt

Hoe kleiner alfa,

- Hoe minder fout in de staarten
- Hoe groter betrouwbaarheidsinterval
- Hoe grotere kans om h0 te aanvaarden, maar grotere kans op fout
- Kleiner kans op fout 1ste soort; groter kans op tweede soort

Hoe groter alfa,

- Hoe kleiner betrouwbaarheidsinterval
- Kleiner kans om h0 te aanvaarden



2

,2.3. Fouten

Waarom maken we fouten? Doordat we met steekproeven werken. Maar we hebben die vrij goed
onder controle. We kunnen ze anticiperen door vb. voor een grotere steekproef te gaan (want hoe
groter n, hoe kleiner fout, hoe kleiner spreiding)

- Eerste soort:
We verwerpen h0 terwijl die eigenlijk juist is
Je kiest zelf hoe groot kans op fout is, vb. max 5%
Is af te lezen in spss (sign.)


- Tweede soort:
We aanvaarden h0 terwijl die eigenlijk fout is
o Om die niet te maken moet je
§ Weten hoe groot overlapping is tussen steekproevenverdeling en
populatieverdeling
§ Populatieverdeling kennen (is nooit)
è fout van de tweede soort kennen we nooit exact
o Je kan nooit weten hoe groot de fout van de tweede soort is, daarvoor moet je de
exacte bruin gearceerde oppervlakte kennen, en om dar te kennen moet je het
populatiegemiddelde mu weten, maar die ken je niet.
o fout van de tweede soort kunnen we dus enkel schatten, nooit zeker weten




Als kans op fout van de eerste soort groter wordt, wordt de tweede kleiner en
omgekeerd.




3

, 3. Betrouwbaarheidsintervallen om uitspraken te doen over
populatieparameters



' '
BI = - z* <μ< + z*
√& √&

'
Met foutenmarge = z*
√&

Met z* =

- 90 % à 1,645
- 95 % à 1,96
- 99 % à 2,576




4. Kwalitatieve methode

Kwalitatief Kwantitatief

Kenmerken: Kenmerken:

- Nummers - Tekst/narratief
- Wie, wat, waar, wanneer - Waarom, hoe
- Variabelen meten - Variabelen begrijpen en uitleggen
- Gemakkelijk te reepliceren

Data: Data:

- Gestructureerde variabelen - Ongestructureerde waarden
- Statistische analyses - Samenvatting
- Abjectieve conclusies - Subjectieve conclusies
- Door survey, experiment - Door interview, focusgroep, observ.


Beperkingen kwalitatief onderzoek:
- Lack of generalizability
- Researcher bias
- Lack of replicability: zelfde resultaten bekomen met zelfde methoden maar verschillende
data sample



4

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Goudlokje01 Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
24
Member since
5 year
Number of followers
23
Documents
0
Last sold
8 months ago

3.0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions