Cijfer: 8.0
Assignment II
Noa Bax
De Vrije Universiteit van Amsterdam
2695561
Groep 29
Filosofie & Psychologie
Datum: 01-11-2021
Totaal aantal woorden: 982
, A)
Benjamin Libet deed in 1999 onderzoek naar vrije wil. Hij onderzocht dit aan de hand van
het Libet-experiment. Hierin werd de breinactiviteit met behulp van een EEG gemeten. De
participanten werden gevraagd om hun polsen te buigen, wanneer zij de behoefte hiervoor
voelden. Tegelijkertijd werd er gevraagd om op een klok te kijken en te registreren wanneer zij
de beslissing namen om hun polsen te buigen.
Libet (1999) ontdekte dat de participanten ongeveer 0.15 seconden voordat zij hun spieren
daadwerkelijk aanspanden om hun pols te buigen, rapporteerden dat zij zich bewust waren van
deze behoefte. Bovendien werd er neurale activiteit waargenomen in het brein alvorens men zich
gewaar werd van deze behoefte. Libet (1999) noemde dit het readiness potential, en vond
ongeveer 0.35 seconden voordat de participanten hun polsen bogen plaats (Slors et al., 2015). Op
basis hiervan concludeerde hij dat er geen sprake kan zijn van vrije wil, omdat ons brein al
onbewust een beslissing heeft gemaakt.
Gallagher (2006) bekritiseerde echter zowel het Libert-experiment als zijn conclusie over
vrije wil. Volgens Gallager (2006) is vrije wil niet zozeer een drang of intentie tot een actie, maar
meer het feit dat gevoelens, keuzes of gedachten, aan de hand van de context, op verschillende
manieren tot uiting kunnen komen. Hij stelde dat het experiment niet zozeer over de vrije wil van
de participanten gaat, maar meer over motorische controle. Daarbij werd er volgens Gallagher
(2006) aan de participanten gevraagd om ergens op te letten waar zij normaal niet bewust over
nadenken, wat onnatuurlijk is.
Ten tweede stelde Gallagher (2006) dat de bevindingen van Libet slechts gebaseerd waren
op introspectie; het reflecteren van gedachtes of gevoelens. In dit geval het bewust worden van de
behoefte om je pols te buigen. Dit valt echter niet te controleren, omdat we dit interne proces niet
bij mensen kunnen nagaan en reactietijd speelt hier ook een rol in (Gallagher, 2006).
De bovengenoemde kritiek van Gallagher (2006) vind ik op zijn plaats. Het is niet
betrouwbaar om op basis van introspectie conclusies te trekken, omdat dit ronduit niet
gecontroleerd kan worden. Daarnaast kan de conditie waarin de participanten de taak moeten
uitvoeren ook in twijfel worden getrokken. Deze acties worden namelijk normaal gesproken niet
met zoveel aandacht uitgevoerd en zijn meer onderdeel van onbewuste processen, waardoor er in
een andere conditie mogelijk een andere uitkomst zou kunnen zijn.
Assignment II
Noa Bax
De Vrije Universiteit van Amsterdam
2695561
Groep 29
Filosofie & Psychologie
Datum: 01-11-2021
Totaal aantal woorden: 982
, A)
Benjamin Libet deed in 1999 onderzoek naar vrije wil. Hij onderzocht dit aan de hand van
het Libet-experiment. Hierin werd de breinactiviteit met behulp van een EEG gemeten. De
participanten werden gevraagd om hun polsen te buigen, wanneer zij de behoefte hiervoor
voelden. Tegelijkertijd werd er gevraagd om op een klok te kijken en te registreren wanneer zij
de beslissing namen om hun polsen te buigen.
Libet (1999) ontdekte dat de participanten ongeveer 0.15 seconden voordat zij hun spieren
daadwerkelijk aanspanden om hun pols te buigen, rapporteerden dat zij zich bewust waren van
deze behoefte. Bovendien werd er neurale activiteit waargenomen in het brein alvorens men zich
gewaar werd van deze behoefte. Libet (1999) noemde dit het readiness potential, en vond
ongeveer 0.35 seconden voordat de participanten hun polsen bogen plaats (Slors et al., 2015). Op
basis hiervan concludeerde hij dat er geen sprake kan zijn van vrije wil, omdat ons brein al
onbewust een beslissing heeft gemaakt.
Gallagher (2006) bekritiseerde echter zowel het Libert-experiment als zijn conclusie over
vrije wil. Volgens Gallager (2006) is vrije wil niet zozeer een drang of intentie tot een actie, maar
meer het feit dat gevoelens, keuzes of gedachten, aan de hand van de context, op verschillende
manieren tot uiting kunnen komen. Hij stelde dat het experiment niet zozeer over de vrije wil van
de participanten gaat, maar meer over motorische controle. Daarbij werd er volgens Gallagher
(2006) aan de participanten gevraagd om ergens op te letten waar zij normaal niet bewust over
nadenken, wat onnatuurlijk is.
Ten tweede stelde Gallagher (2006) dat de bevindingen van Libet slechts gebaseerd waren
op introspectie; het reflecteren van gedachtes of gevoelens. In dit geval het bewust worden van de
behoefte om je pols te buigen. Dit valt echter niet te controleren, omdat we dit interne proces niet
bij mensen kunnen nagaan en reactietijd speelt hier ook een rol in (Gallagher, 2006).
De bovengenoemde kritiek van Gallagher (2006) vind ik op zijn plaats. Het is niet
betrouwbaar om op basis van introspectie conclusies te trekken, omdat dit ronduit niet
gecontroleerd kan worden. Daarnaast kan de conditie waarin de participanten de taak moeten
uitvoeren ook in twijfel worden getrokken. Deze acties worden namelijk normaal gesproken niet
met zoveel aandacht uitgevoerd en zijn meer onderdeel van onbewuste processen, waardoor er in
een andere conditie mogelijk een andere uitkomst zou kunnen zijn.