HS 2: Lezen
Doelstellingen
Hoe verloopt lezen
Deelvaardigheden lezen
Cognitieve processen
Welke cognitieve processen leveren moeilijkheden op bij dyslexie
Diagnostiek van leesproblemen
Behandeling van leesproblemen
Inhoudsopgave
1 Het leesproces.....................................................................................................................................3
1.1 Ontwikkelingspsychologische benadering: taakanalytisch leesmodel..........................................3
1.2 Informatieverwerkingsbenadering: procesmodellen van lezen....................................................5
2 Leesontwikkeling...............................................................................................................................12
3 Cognitieve oorzaken van dyslexie......................................................................................................13
3.1 Fonologisch deficit......................................................................................................................14
3.2 Rapid naming deficit...................................................................................................................15
3.3 Werkgeheugen deficit.................................................................................................................17
4 Orthodidactische aspecten van diagnostiek van leesproblemen.......................................................19
4.1 Niveaubepaling...........................................................................................................................20
4.1.1 Woordniveau.......................................................................................................................20
4.1.2 Zinsniveau............................................................................................................................24
4.1.3 Gecombineerde tests...........................................................................................................27
4.2 Foutenclassificatie......................................................................................................................27
4.2.1 Basisfouten..........................................................................................................................27
4.2.2 Regelfouten.........................................................................................................................28
4.2.3 Fouten tegen weetwoorden................................................................................................29
4.3 Kwalitatieve analyse leesproces.................................................................................................29
4.3.1 Woordniveau.......................................................................................................................29
4.3.2 Zinsniveau............................................................................................................................30
4.3.3 Nog stap verder gaan dan leesstrategie en foutenanalyse: dieper gaan.............................30
5 Taakgerichte leerhulp: lezen (orthodidactisch niveau)......................................................................32
5.1 Opbouwmethodiek.....................................................................................................................32
5.1.1 Aanleren van deelvaardigheden..........................................................................................33
5.1.2 Aanleren van decodeerstrategieën......................................................................................34
5.1.3 Hardnekkig spellen/ raden afleren.......................................................................................35
5.1.4 Feedback over accuratesse..................................................................................................36
1
,5.2 Inprentingsmethodiek................................................................................................................36
5.2.1 Associaties leren op hoger niveau.......................................................................................36
5.2.2 Versnellen............................................................................................................................37
5.2.3 Feedback over de snelheid..................................................................................................37
5.3 Begripsstrategiemethodiek.........................................................................................................38
5.3.1 Mobiliseren en implementeren van voorkennis..................................................................38
5.3.2 Begripsstrategieën leren toepassen.....................................................................................39
2
,1 Het leesproces
Twee perspectieven
1) Ontwikkelingspsychologische benadering (welke stappen zet je)
o Lezen = proces van stapsgewijze verwerVing (aanleren)
Hoe kan kind dat nog niet kan lezen, stapsgewijs in de tijd
komen tot vaardigheid vh lezen?
Analfabeet perfecte lezer
o TAAKANALYTISCHE modellen van lezen: DEELVAARDIGHEDEN van
lezen
2) Informatieverwerkingsbenadering
o Lezen = proces van verwerKing van informatie (uitvoeren)
Niet kijken naar ontw in tijd, wel naar leesproces zelf: welke
processen gaande in hersenen om tot lezen te komen?
o PROCES- modellen van lezen: COGNITIEVE PROCESSEN bij lezen
1.1 Ontwikkelingspsychologische benadering: taakanalytisch
leesmodel
Taakanalytisch leesmodel spellend tot herkennend lezen
cf. Struiksma & van der Leij: later ook gebruiken bij diagnostiek van technisch
lezen en aanvankelijk spellen
Dit schema zullen we nu gebruiken op 2 manieren:
Deelaspecten ontrafelen: wat houdt dit deelaspect in?
Testjes om de deelaspecten te onderzoeken: hoe onderzoek ik dit
deelaspect?
3
, Deelaspecten van taakanalytisch model: DEELVAARDIGHEDEN van lezen
1) Woordherkenning
WAT: Herkennen en kunnen oplezen van enkelvoudige woorden =
eindproduct lezen
TEST: een minuut test: zoveel mogelijk woorden lezen in 1 minuut
=> Hiervoor heb je 2) auditieve synthese en 3) klank-tekenkoppeling/grafeem-
foneem nodig
2) Auditieve synthese
WAT: Tekens die je hebt gekoppeld, aan elkaar in woord vastmaken
o Dus niet b-r-u-i-n, wel bruin
o => Klanken moeten 1 geheel vormen
TEST: leraar geeft fonemenreeks s-t-o-k waarop de leerling met het woord
‘stok’ moet reageren
=> Hiervoor heb je 5) auditieve discriminatie en 6) Sequentieel geheugen nodig
3) Klank-teken koppeling
WAT: Aan elk grafeem juiste foneem koppelen (luidop/ intern)
TEST: letters laten zien, leerling vragen letter te zeggen
=> Hiervoor heb je 4) Visuele discriminatie en 5) Auditieve discriminatie nodig
4) Visuele discriminatie
WAT: Weten wat belangrijke verschillen zijn om geschreven letters te
onderscheiden
o Ook bij verschillende lettertypes!
TEST: Welke van de twee grafemen na de lijn (2 kolommen) gelijk is aan
die voor de lijn
5) Auditieve discriminatie
WAT: Weten wat belangrijke verschillen zijn om uitgesproken klanken te
onderscheiden
TEST: iedere keer 2 klanken noemen, dan kind zegt of klanken dezelfde
zijn
6) sequentieel geheugen
WAT: Klanken in juiste volgorde aan elkaar breien kunnen vasthouden in
geheugen
TEST: random volgorde van klanken/woorden aanbieden, dan vragen welke
klanken aangeboden (en volgorde is belangrijk)
PAS OP: 7e deelvaardigheid die eig niet nodig is in heel gedetailleerde pad:
7) Visuele synthese
WAT: = weg die iets sneller/ stapje verder gaat in de leesontwikkeling
4
Doelstellingen
Hoe verloopt lezen
Deelvaardigheden lezen
Cognitieve processen
Welke cognitieve processen leveren moeilijkheden op bij dyslexie
Diagnostiek van leesproblemen
Behandeling van leesproblemen
Inhoudsopgave
1 Het leesproces.....................................................................................................................................3
1.1 Ontwikkelingspsychologische benadering: taakanalytisch leesmodel..........................................3
1.2 Informatieverwerkingsbenadering: procesmodellen van lezen....................................................5
2 Leesontwikkeling...............................................................................................................................12
3 Cognitieve oorzaken van dyslexie......................................................................................................13
3.1 Fonologisch deficit......................................................................................................................14
3.2 Rapid naming deficit...................................................................................................................15
3.3 Werkgeheugen deficit.................................................................................................................17
4 Orthodidactische aspecten van diagnostiek van leesproblemen.......................................................19
4.1 Niveaubepaling...........................................................................................................................20
4.1.1 Woordniveau.......................................................................................................................20
4.1.2 Zinsniveau............................................................................................................................24
4.1.3 Gecombineerde tests...........................................................................................................27
4.2 Foutenclassificatie......................................................................................................................27
4.2.1 Basisfouten..........................................................................................................................27
4.2.2 Regelfouten.........................................................................................................................28
4.2.3 Fouten tegen weetwoorden................................................................................................29
4.3 Kwalitatieve analyse leesproces.................................................................................................29
4.3.1 Woordniveau.......................................................................................................................29
4.3.2 Zinsniveau............................................................................................................................30
4.3.3 Nog stap verder gaan dan leesstrategie en foutenanalyse: dieper gaan.............................30
5 Taakgerichte leerhulp: lezen (orthodidactisch niveau)......................................................................32
5.1 Opbouwmethodiek.....................................................................................................................32
5.1.1 Aanleren van deelvaardigheden..........................................................................................33
5.1.2 Aanleren van decodeerstrategieën......................................................................................34
5.1.3 Hardnekkig spellen/ raden afleren.......................................................................................35
5.1.4 Feedback over accuratesse..................................................................................................36
1
,5.2 Inprentingsmethodiek................................................................................................................36
5.2.1 Associaties leren op hoger niveau.......................................................................................36
5.2.2 Versnellen............................................................................................................................37
5.2.3 Feedback over de snelheid..................................................................................................37
5.3 Begripsstrategiemethodiek.........................................................................................................38
5.3.1 Mobiliseren en implementeren van voorkennis..................................................................38
5.3.2 Begripsstrategieën leren toepassen.....................................................................................39
2
,1 Het leesproces
Twee perspectieven
1) Ontwikkelingspsychologische benadering (welke stappen zet je)
o Lezen = proces van stapsgewijze verwerVing (aanleren)
Hoe kan kind dat nog niet kan lezen, stapsgewijs in de tijd
komen tot vaardigheid vh lezen?
Analfabeet perfecte lezer
o TAAKANALYTISCHE modellen van lezen: DEELVAARDIGHEDEN van
lezen
2) Informatieverwerkingsbenadering
o Lezen = proces van verwerKing van informatie (uitvoeren)
Niet kijken naar ontw in tijd, wel naar leesproces zelf: welke
processen gaande in hersenen om tot lezen te komen?
o PROCES- modellen van lezen: COGNITIEVE PROCESSEN bij lezen
1.1 Ontwikkelingspsychologische benadering: taakanalytisch
leesmodel
Taakanalytisch leesmodel spellend tot herkennend lezen
cf. Struiksma & van der Leij: later ook gebruiken bij diagnostiek van technisch
lezen en aanvankelijk spellen
Dit schema zullen we nu gebruiken op 2 manieren:
Deelaspecten ontrafelen: wat houdt dit deelaspect in?
Testjes om de deelaspecten te onderzoeken: hoe onderzoek ik dit
deelaspect?
3
, Deelaspecten van taakanalytisch model: DEELVAARDIGHEDEN van lezen
1) Woordherkenning
WAT: Herkennen en kunnen oplezen van enkelvoudige woorden =
eindproduct lezen
TEST: een minuut test: zoveel mogelijk woorden lezen in 1 minuut
=> Hiervoor heb je 2) auditieve synthese en 3) klank-tekenkoppeling/grafeem-
foneem nodig
2) Auditieve synthese
WAT: Tekens die je hebt gekoppeld, aan elkaar in woord vastmaken
o Dus niet b-r-u-i-n, wel bruin
o => Klanken moeten 1 geheel vormen
TEST: leraar geeft fonemenreeks s-t-o-k waarop de leerling met het woord
‘stok’ moet reageren
=> Hiervoor heb je 5) auditieve discriminatie en 6) Sequentieel geheugen nodig
3) Klank-teken koppeling
WAT: Aan elk grafeem juiste foneem koppelen (luidop/ intern)
TEST: letters laten zien, leerling vragen letter te zeggen
=> Hiervoor heb je 4) Visuele discriminatie en 5) Auditieve discriminatie nodig
4) Visuele discriminatie
WAT: Weten wat belangrijke verschillen zijn om geschreven letters te
onderscheiden
o Ook bij verschillende lettertypes!
TEST: Welke van de twee grafemen na de lijn (2 kolommen) gelijk is aan
die voor de lijn
5) Auditieve discriminatie
WAT: Weten wat belangrijke verschillen zijn om uitgesproken klanken te
onderscheiden
TEST: iedere keer 2 klanken noemen, dan kind zegt of klanken dezelfde
zijn
6) sequentieel geheugen
WAT: Klanken in juiste volgorde aan elkaar breien kunnen vasthouden in
geheugen
TEST: random volgorde van klanken/woorden aanbieden, dan vragen welke
klanken aangeboden (en volgorde is belangrijk)
PAS OP: 7e deelvaardigheid die eig niet nodig is in heel gedetailleerde pad:
7) Visuele synthese
WAT: = weg die iets sneller/ stapje verder gaat in de leesontwikkeling
4