Arbeidsrecht Begrepen
Negende druk
Samenvatting door Susanne Jansen
Oktober 2021
Hoofdstuk 1..................................................................................................................................................................... 2
Hoofdstuk 3..................................................................................................................................................................... 8
Hoofdstuk 4................................................................................................................................................................... 10
Hoofdstuk 6................................................................................................................................................................... 12
Hoofdstuk 8................................................................................................................................................................... 14
,Hoofdstuk 1
Individuele arbeidsrecht:
Arbeidsrelatie tussen de individuele werkgever en werknemer. (Boek 7 titel 10 BW, Boek 3, 6
en 7 BW). De belangrijkste rechtsbronnen zijn de wet, de cao en de individuele
arbeidsovereenkomst.
Collectieve arbeidsrecht:
1. De Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst (Wet CAO). Hieronder valt ook het
Sociaal Plan.
2. De Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen
van collectieve arbeidsovereenkomsten (Wet AVV).
3. De Wet op de ondernemingsraden (WOR).
De Wet op de arbeidsovereenkomst kwam in 1907 tot stand. Daarvoor werd er uitgegaan van
het bestaan van ongelijkheid tussen werkgever en werknemer. Hierdoor had de arbeider geen
enkele bescherming. Ongelijkheidscompensatie is nog steeds de kern van ons
arbeidsovereenkomstenwet.
Door invloed van Europese wetgeving is de regeling van arbeidsovereenkomst in BW
gewijzigd en aangevuld.
- De Wet flexibiliteit en zekerheid uit 1999, verbeterde rechtspositie van flexibele
arbeidskrachten.
- De Wet werk en zekerheid (Wwz) uit 2015 (te maken met ontslagrecht).
- De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) uit 2020
Bepalingen van dwingend recht: van de wet kan niet worden afgeweken.
Bepalingen van aanvullend of regelend recht: als partijen niet hebben geregeld kan een
wetsartikel van aanvullende aard in het BW zijn opgenomen.
Definitie CAO:
Overeenkomst tussen werkgever of werkgeversorganisatie aan de ene zijde en
werknemersorganisatie aan de andere zijde. (Arbeidsvoorwaarderegelingen worden voor
grotere groepen afgesproken). Collectieve belangenbehartiging is belangrijk voor de vakbond.
Minimum- en standaard-cao:
Minimum-cao (de meeste) = een hoger loon mag wel, lager niet. "Tenminste het cao-loon".
(Private domein)
Standaard-cao = elke afspraak in strijd met cao is nietig. Vooral in sectoren van de overheid.
(Publieke domein)
De artikel 14-werknemer:
Artikel 14 Wet CAO zorgt ervoor dat de werkgever verplicht is om cao-bepalingen ook toe te
passen op werknemers die geen lid zijn van een vakbond. Dit voorkomt dat werkgevers
mensen aannemen tegen een lager loon dan de cao, en vakbondsleden geen werk meer
vinden.
Algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen:
De algemeenverbindendverklaring is een overheidsmaatregel. Door de 'avv' kunnen
vakbondsleden en niet-vakbondsleden zich beroepen op de cao en nakoming daarvan kunnen
vorderen.
, Incorporatiebeding:
= in de individuele arbeidsovereenkomst is de cao van toepassing verklaard. (Geen naleving
cao, maar wel van de arbeidsovereenkomst).
Het raam-cao: nadere invulling vindt decentraal plaats:
- Mantelbepalingen: algemene bepalingen, bedekt een gehele industrie.
- Sectorbepalingen: aanvullende bepalingen voor afzonderlijke sectoren.
- Decentrale afspraken: tussen werkgever en werknemer op de werkplek.
Negende druk
Samenvatting door Susanne Jansen
Oktober 2021
Hoofdstuk 1..................................................................................................................................................................... 2
Hoofdstuk 3..................................................................................................................................................................... 8
Hoofdstuk 4................................................................................................................................................................... 10
Hoofdstuk 6................................................................................................................................................................... 12
Hoofdstuk 8................................................................................................................................................................... 14
,Hoofdstuk 1
Individuele arbeidsrecht:
Arbeidsrelatie tussen de individuele werkgever en werknemer. (Boek 7 titel 10 BW, Boek 3, 6
en 7 BW). De belangrijkste rechtsbronnen zijn de wet, de cao en de individuele
arbeidsovereenkomst.
Collectieve arbeidsrecht:
1. De Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst (Wet CAO). Hieronder valt ook het
Sociaal Plan.
2. De Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen
van collectieve arbeidsovereenkomsten (Wet AVV).
3. De Wet op de ondernemingsraden (WOR).
De Wet op de arbeidsovereenkomst kwam in 1907 tot stand. Daarvoor werd er uitgegaan van
het bestaan van ongelijkheid tussen werkgever en werknemer. Hierdoor had de arbeider geen
enkele bescherming. Ongelijkheidscompensatie is nog steeds de kern van ons
arbeidsovereenkomstenwet.
Door invloed van Europese wetgeving is de regeling van arbeidsovereenkomst in BW
gewijzigd en aangevuld.
- De Wet flexibiliteit en zekerheid uit 1999, verbeterde rechtspositie van flexibele
arbeidskrachten.
- De Wet werk en zekerheid (Wwz) uit 2015 (te maken met ontslagrecht).
- De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) uit 2020
Bepalingen van dwingend recht: van de wet kan niet worden afgeweken.
Bepalingen van aanvullend of regelend recht: als partijen niet hebben geregeld kan een
wetsartikel van aanvullende aard in het BW zijn opgenomen.
Definitie CAO:
Overeenkomst tussen werkgever of werkgeversorganisatie aan de ene zijde en
werknemersorganisatie aan de andere zijde. (Arbeidsvoorwaarderegelingen worden voor
grotere groepen afgesproken). Collectieve belangenbehartiging is belangrijk voor de vakbond.
Minimum- en standaard-cao:
Minimum-cao (de meeste) = een hoger loon mag wel, lager niet. "Tenminste het cao-loon".
(Private domein)
Standaard-cao = elke afspraak in strijd met cao is nietig. Vooral in sectoren van de overheid.
(Publieke domein)
De artikel 14-werknemer:
Artikel 14 Wet CAO zorgt ervoor dat de werkgever verplicht is om cao-bepalingen ook toe te
passen op werknemers die geen lid zijn van een vakbond. Dit voorkomt dat werkgevers
mensen aannemen tegen een lager loon dan de cao, en vakbondsleden geen werk meer
vinden.
Algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen:
De algemeenverbindendverklaring is een overheidsmaatregel. Door de 'avv' kunnen
vakbondsleden en niet-vakbondsleden zich beroepen op de cao en nakoming daarvan kunnen
vorderen.
, Incorporatiebeding:
= in de individuele arbeidsovereenkomst is de cao van toepassing verklaard. (Geen naleving
cao, maar wel van de arbeidsovereenkomst).
Het raam-cao: nadere invulling vindt decentraal plaats:
- Mantelbepalingen: algemene bepalingen, bedekt een gehele industrie.
- Sectorbepalingen: aanvullende bepalingen voor afzonderlijke sectoren.
- Decentrale afspraken: tussen werkgever en werknemer op de werkplek.