100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting inleiding privaatrecht

Rating
-
Sold
-
Pages
13
Uploaded on
23-11-2021
Written in
2020/2021

De samenvatting bevat alle stof opgegeven voor het tentamen, van jaar 1 (2020).

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
November 23, 2021
Number of pages
13
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Publiekrecht  recht dat geld tussen de overheid en de burger.
- Staatsrecht
- Bestuursrecht
- Strafrecht
Privaatrecht  omschrijft hoe natuurlijke en rechtspersonen met elkaar om moeten gaan.
Rechtspersonen  juridische constructies waarbij natuurlijke personen ingezet worden om
de doelstelling van het bedrijf te verwezenlijken.
Rechtspersoonlijkheid  deelnemen aan het rechtsverkeer door middel van een juridische
constructie.

Personenrecht  de natuurlijke en rechtspersoon
Persoon- en familierecht
Persoon- en familie recht  geeft regels ten aanzien van minderjarigheid, voor- en
achternaam, afstamming en gezag en huwelijk en geregistreerd partnerschap.
Rechtspersonenrecht  gaat over de regels betreffende de nv, bv, vereniging, coöperatie en
de onderlinge waarborgmaatschappij.
Vermogensrecht  gericht op het vermogen van de natuurlijke en rechtspersoon.
Vermogen  geheel van op geld gewaardeerbare rechten en plichten die iemand op een
bepaald moment tot zijn beschikking heeft.
Goederenrecht  geeft regels voor de relatie tussen een persoon en een goed.
Verbintenissenrecht  de rechtsverhouding tussen personen.

De drie belangrijkste beginselen van het privaatrecht zijn:
- Contractsvrijheid
- Vormvrijheid
- Pacta sunt servanda
Contractsvrijheid  eenieder is vrij om een overeenkomst al dan niet aan te gaan, te kiezen
met welke wederpartij er gehandeld wordt, en wat de inhoud is van de overeenkomst.
Vormvrijheid  is gericht op de totstandkoming van de overeenkomst.
Pacta sunt servanda  overeenkomsten moeten worden nagekomen.

Feiten  gebeurtenissen, omstandigheden, handelingen en verloop van tijd.
Handelingen  een onderdeel van feiten verricht door mensen.
Feiten zonder rechtsgevolg  er zit geen juridische consequentie gekoppeld.
Rechtsfeit  heeft een rechtsgevolg, er worden wettelijke regels toegepast.
Blote rechtsfeiten  zijn op een bepaald moment ontstaan, maar er is geen sprake van een
handeling.
Menselijke handeling zijn op een bepaald moment ontstaan door een menselijke
handeling.
Rechtshandeling  menselijke handelingen met een beoogd rechtsgevolg.
Eenzijdige rechtshandeling  er is maar 1 handelende persoon nodig.
Meerzijdige rechtshandeling  er is meer dan 1 handelende persoon nodig.
Feitelijke handeling  de gevolgen van het menselijk handelen zijn niet beoogd.
Onrechtmatige daad  een daad die volgens de wet onrechtmatig is.
Rechtmatige daad  een feitelijke handeling, waarbij de daad niet in strijd is met de wet.
Wanprestatie  rechtsgevolgen zijn ontstaan omdat een partij zich niet aan de
overeenkomst heeft gehouden  een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis.

, Rechtsbronnen voor het privaatrecht:
- Wet
- Jurisprudentie
- Gewoonterecht
- Verdragen
Vonnissen  de uitspraken van de rechtbank
Arresten  uitspraken van de gerechtshoven en Hoge Raad

1. Rechtbank
2. Gerechtshof (hoger beroep)
3. Hoge raad (cassatie)

Voorwaarde bij het gewoonterecht:
- Herhaling van gedrag
- Rechtsnorm  geaccepteerd als een gewoonterechtelijke regel

Internationale afspraken die invloed hebben op het privaatrecht:
- Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de
mens en de fundamentele vrijheden.
- Het Verdrag inzake de rechten van het kind
- VN- verdrag inzake internationale koopovereenkomsten van
roerende zaken

Rechtstreekse werking  verdragen hebben werking in de relatie tussen de overheid en de
burger, en tussen de burgers onderling

Schakelbepaling  verklaart een artikel of artikelen van toepassing buiten de afdeling, titel
en/of wet waarin het betreffende artikel is opgenomen.
Dwingend recht  de regels gaan voor ongeacht of er afspraken gemaakt met een andere
partij.
Aanvullend recht  de wet geeft regels ter aanvulling op afspraken die door partijen zijn
gemaakt.

Opbouw van een vonnis:
- Gegevens van de zaak en procespartijen
- Verloop van de procedure
- Omschrijving van het geschil
- Vordering
- Verweer
- Beoordeling van het geschil
- Beslissing
Grieven  de redenen waarom men het niet eens is met de beslissing van de rechtbank.
(Komen bij hoger beroep i.p.v. de vordering)
Cassatiemiddelen  de argumenten die de eiser in de procedure bij de Hoge Raad inbrengt.
De feiten staan niet meer ter discussie
Bijkomende onderwerpen in de casus  bijzaken
Juridiseren  welke juridische aspecten zijn er betrokken bij de casus?

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
evygroenenberg Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
63
Member since
4 year
Number of followers
51
Documents
17
Last sold
6 months ago

4.5

11 reviews

5
8
4
2
3
0
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions