Belastingrecht 2 IB winst College 1
Rechter kan op twee manieren een uitspraak doen:
- Algemene strekking waar een algemene regel uit naar voren kan komen
- Casus specifiek, hier kan geen algemene regel uit naar voren komen
Verdragen, wetten, Algmene beginselen van behoorlijk bestuur (is een wet), jurisprudentie,
beleidsregels.
Wet inkomstenbelasting
Welke vragen moeten er gesteld worden:
- Wie is de belastingplichtige (artikel 1.1 en 2.1 wet op de inkomstenbelasting)
- Waarover moet belasting betaald worden (artikel 2.18 wet op de inkomstenbelasting)
- Wat is het tarief van de belasting (artikel 2.10, 2.12 en 2.13 wet op de inkomstenbelasting)
- Wijze van belastingheffing (Aangifte belasting en aanslag belasting)
Wet op de inkomstenbelasting verdeling:
H1: Algemene bepaling, definities
H2: Wie is belastingplichtig (bijzonderheden)
H3: Box 1 → Heffingsgrondslag bij werk en wonen (inkomsten)
H4: Box 2 → Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang
H5: Box 3 → Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen (Sparen)
H6 + H7 geen tentamen
Iets wat in een box valt blijft in die box. Verliesverrekening is altijd in 1 box en kan niet verrekend
worden met een positief bedrag in een andere box.
Artikel 3.1 wet op de IB.
Box 1:
- Winst uit onderneming
- Loon, pensioen, uitkeringen
- Resultaat uit overige werkzaamheden
- Periodieke uitkeringen
, - Eigenwoningforfait -/- eigenwoningrente
- Persoonsgebonden aftrekposten
- Verliesverrekening box 1
Box 2: Indien privé bezit meer dan 5% van aandelen
Box 3: Vermogen (sparen en beleggen)
Ondernemer → Belastingplichtige voor rekening van wie een onderneming wordt gedreven en die
rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen m.b.t. die onderneming. Ofwel:
- De onderneming wordt gedreven voor rekening van (Hoofdelijk aansprakelijk)
- Rechtstreekse verbondenheid (aansprakelijkheid rechtstreeks en dus niet gehuwd of geërfd
etc)
Artikel 3.3 wet op de IB → Uitbreiding op ondernemersbegrip
Onderneming → Een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid dat deelneemt aan het
economische verkeer met het oogmerk winst te behalen en dat ook redelijkerwijs te behalen is.
- Dus geen vrienden of familie
- En niet incidenteel
- Duurzaak → Het moet latent aanwezig zijn
- Kapitaal en arbeid → In het boek staat een lijst ff 5 of 6 uit je kop leren (TIPPIE VAN FLIPPIE)
P120.
Faciliteiten → Zelfstandigenaftrek, Meewerkaftrek, MKB-winstvrijstelling, S&O aftrek, FOR,
Stakingsfaciliteit, Willekeurig aftrek, investeringsaftrek, HIR
Artikel 3.6 wet op de IB → Urencriterium (minimaal 1225 uur aan de onderneming besteden EN dit
moet minimaal 50% van de arbeidstijd zijn.
Een onderneming kan ontstaan wanneer je er één start of wanneer er een onderneming in
Nederland komt. Een onderneming verdwijnt wanneer iemand overlijd (fictieve staking) hij verkocht
wordt (of failliet gaat) en wanneer iemand met het bedrijf naar het buitenland gaat.
Artikel 3.8 wet op de IB → Totaalwinst
- Kwantitatieve winstbegrip = Omvang van de winst
- Kwalitatieve winstbegrip = Er is een verschil van wat van de onderneming is en wat van de
ondernemer is. Prive moet gescheiden blijven van de fiscaliteit van de onderneming. Kijken
naar:
o de causaliteit → Er moet een verband zijn tussen opbrengsten en kosten met de
bedrijfsuitvoering.
▪ Een inspecteur mag geen commentaar leveren op hoe de ondernemer zijn
onderneming runt en hierbij bepaald of het prive kosten zijn of zakelijke
kosten.
• Jaguar arrest → De ondernemer kocht een jaguar en die wilde hij
alle kosten aftrekken. De inspecteur vond deze kosten niet zakelijk
omdat hij niet perse in een jaguar hoeft te rijden. Het hof heeft hier
Rechter kan op twee manieren een uitspraak doen:
- Algemene strekking waar een algemene regel uit naar voren kan komen
- Casus specifiek, hier kan geen algemene regel uit naar voren komen
Verdragen, wetten, Algmene beginselen van behoorlijk bestuur (is een wet), jurisprudentie,
beleidsregels.
Wet inkomstenbelasting
Welke vragen moeten er gesteld worden:
- Wie is de belastingplichtige (artikel 1.1 en 2.1 wet op de inkomstenbelasting)
- Waarover moet belasting betaald worden (artikel 2.18 wet op de inkomstenbelasting)
- Wat is het tarief van de belasting (artikel 2.10, 2.12 en 2.13 wet op de inkomstenbelasting)
- Wijze van belastingheffing (Aangifte belasting en aanslag belasting)
Wet op de inkomstenbelasting verdeling:
H1: Algemene bepaling, definities
H2: Wie is belastingplichtig (bijzonderheden)
H3: Box 1 → Heffingsgrondslag bij werk en wonen (inkomsten)
H4: Box 2 → Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang
H5: Box 3 → Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen (Sparen)
H6 + H7 geen tentamen
Iets wat in een box valt blijft in die box. Verliesverrekening is altijd in 1 box en kan niet verrekend
worden met een positief bedrag in een andere box.
Artikel 3.1 wet op de IB.
Box 1:
- Winst uit onderneming
- Loon, pensioen, uitkeringen
- Resultaat uit overige werkzaamheden
- Periodieke uitkeringen
, - Eigenwoningforfait -/- eigenwoningrente
- Persoonsgebonden aftrekposten
- Verliesverrekening box 1
Box 2: Indien privé bezit meer dan 5% van aandelen
Box 3: Vermogen (sparen en beleggen)
Ondernemer → Belastingplichtige voor rekening van wie een onderneming wordt gedreven en die
rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen m.b.t. die onderneming. Ofwel:
- De onderneming wordt gedreven voor rekening van (Hoofdelijk aansprakelijk)
- Rechtstreekse verbondenheid (aansprakelijkheid rechtstreeks en dus niet gehuwd of geërfd
etc)
Artikel 3.3 wet op de IB → Uitbreiding op ondernemersbegrip
Onderneming → Een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid dat deelneemt aan het
economische verkeer met het oogmerk winst te behalen en dat ook redelijkerwijs te behalen is.
- Dus geen vrienden of familie
- En niet incidenteel
- Duurzaak → Het moet latent aanwezig zijn
- Kapitaal en arbeid → In het boek staat een lijst ff 5 of 6 uit je kop leren (TIPPIE VAN FLIPPIE)
P120.
Faciliteiten → Zelfstandigenaftrek, Meewerkaftrek, MKB-winstvrijstelling, S&O aftrek, FOR,
Stakingsfaciliteit, Willekeurig aftrek, investeringsaftrek, HIR
Artikel 3.6 wet op de IB → Urencriterium (minimaal 1225 uur aan de onderneming besteden EN dit
moet minimaal 50% van de arbeidstijd zijn.
Een onderneming kan ontstaan wanneer je er één start of wanneer er een onderneming in
Nederland komt. Een onderneming verdwijnt wanneer iemand overlijd (fictieve staking) hij verkocht
wordt (of failliet gaat) en wanneer iemand met het bedrijf naar het buitenland gaat.
Artikel 3.8 wet op de IB → Totaalwinst
- Kwantitatieve winstbegrip = Omvang van de winst
- Kwalitatieve winstbegrip = Er is een verschil van wat van de onderneming is en wat van de
ondernemer is. Prive moet gescheiden blijven van de fiscaliteit van de onderneming. Kijken
naar:
o de causaliteit → Er moet een verband zijn tussen opbrengsten en kosten met de
bedrijfsuitvoering.
▪ Een inspecteur mag geen commentaar leveren op hoe de ondernemer zijn
onderneming runt en hierbij bepaald of het prive kosten zijn of zakelijke
kosten.
• Jaguar arrest → De ondernemer kocht een jaguar en die wilde hij
alle kosten aftrekken. De inspecteur vond deze kosten niet zakelijk
omdat hij niet perse in een jaguar hoeft te rijden. Het hof heeft hier