HOOFDSTUK: DEONTOLOGIE
INLEIDING
* Etymologie
- Deon: ‘plicht’ of ‘wat hoort’
- Logos: ‘leer’ of ‘wetenschap’
* Sloganesque
- UT: The end justifies the means
- Deontologie: The means justify the end
§ Gevolg is niet relevant, middelen waarmee gevolgen produceert zijn diegene die
moreel ge kwalificeerd moeten worden
* Deontologie legt de nadruk op
- Absolute gedragsregels
- Onze houding tegenover deze gedragsregels
* Deontologie is geen deugden ethiek!
- Deugdenethiek: die karaktertrekken ontwikkelen die van jou een goed en gelukkig mens
maakt (Aristoteles)
- Deontologie: de regels vastleggen van wat moet en wat niet mag
KANT
1. KANT: INLEIDING
* “Es ist überall nichts in der Welt, ja überhaupt auch außer derselben zu denken möglich, was
ohne Einschränkung für gut könnte gehalten werden, als allein ein guter Wille”
* Goede wil is altijd goed → niet de gevolgen
* Moreel irrelevant op zich:
- Kan moreel goed of slecht zijn
- Intelligent met goede wil = goed, niet intelligent met goede wil = ook goed, maar zonder
goede wil is nooit goed
- Karakter en kunde
- Geluk en goede gevolgen
* Deze kunnen subsidiair goed zijn
- Wanneer we hierdoor een goede wil meer genegen zijn
- Gelukkig persoon is meer geneigd om anderen te helpen
* Docu over heel goede dokter: besloot om te stoppen, huis verkocht, naar klein huis bij
strand, surft veel
- UT: door keuze stijgt persoonlijk geluk maar veel mensen sterven → niet juiste keuze
- Kant: man doet niemand kwaad, wilt gewoon genieten → maar man stelt zichzelf in
positie waar hij niet capabel is om te reageren op bepaalde morele situatie → door keuze
in isolement afsluiten kan eigen talent niet verder ontwikkelen → je moet je goede wil
kunnen activeren
2. WAT IS EEN GOEDE WIL?
* Een wil die handelt uit respect (Achtung) voor de morele wet (Gesetz)
- Achtung: moment van stilstaan, niet aan jezelf denken
- Respect: motief of intentie
- Wet: inhoud van het morele handelen
51
INLEIDING
* Etymologie
- Deon: ‘plicht’ of ‘wat hoort’
- Logos: ‘leer’ of ‘wetenschap’
* Sloganesque
- UT: The end justifies the means
- Deontologie: The means justify the end
§ Gevolg is niet relevant, middelen waarmee gevolgen produceert zijn diegene die
moreel ge kwalificeerd moeten worden
* Deontologie legt de nadruk op
- Absolute gedragsregels
- Onze houding tegenover deze gedragsregels
* Deontologie is geen deugden ethiek!
- Deugdenethiek: die karaktertrekken ontwikkelen die van jou een goed en gelukkig mens
maakt (Aristoteles)
- Deontologie: de regels vastleggen van wat moet en wat niet mag
KANT
1. KANT: INLEIDING
* “Es ist überall nichts in der Welt, ja überhaupt auch außer derselben zu denken möglich, was
ohne Einschränkung für gut könnte gehalten werden, als allein ein guter Wille”
* Goede wil is altijd goed → niet de gevolgen
* Moreel irrelevant op zich:
- Kan moreel goed of slecht zijn
- Intelligent met goede wil = goed, niet intelligent met goede wil = ook goed, maar zonder
goede wil is nooit goed
- Karakter en kunde
- Geluk en goede gevolgen
* Deze kunnen subsidiair goed zijn
- Wanneer we hierdoor een goede wil meer genegen zijn
- Gelukkig persoon is meer geneigd om anderen te helpen
* Docu over heel goede dokter: besloot om te stoppen, huis verkocht, naar klein huis bij
strand, surft veel
- UT: door keuze stijgt persoonlijk geluk maar veel mensen sterven → niet juiste keuze
- Kant: man doet niemand kwaad, wilt gewoon genieten → maar man stelt zichzelf in
positie waar hij niet capabel is om te reageren op bepaalde morele situatie → door keuze
in isolement afsluiten kan eigen talent niet verder ontwikkelen → je moet je goede wil
kunnen activeren
2. WAT IS EEN GOEDE WIL?
* Een wil die handelt uit respect (Achtung) voor de morele wet (Gesetz)
- Achtung: moment van stilstaan, niet aan jezelf denken
- Respect: motief of intentie
- Wet: inhoud van het morele handelen
51