Psychologie
Inleiding in de psychologie
Een definitie
Biopsychosociaal model
Psychologie = de wetenschap van het gedrag en de mentale processen van het individu.
Geschiedenis
Griekse filosofen (geen wetenschappelijke onderbouw) Wundt (experimentele methode)
Titchener (structuralisme: introspectie: analyseren van de structuren van de geest)
kritiek (functionalisme: dagelijkse structuren trachten te hanteren)
Hedendaagse psychologische perspectieven
- Biologische invalshoek
Oorzaken van het gedrag zoeken in de manier waarop het zenuwstelsel en het
hormonale stelsel functioneren. (neurowetenschappen)
- Evolutionaire invalshoek
Je hebt een aantal psychische en gedragskenmerken geërfd van je voorouders uit een
heel ver verleden.
- Cognitieve invalshoek
Gedrag wordt bepaald door de manier waarop we ervaringen interpreteren.
- Psychodynamische invalshoek
Gedrag wordt bepaald door de energie van irrationele verlangens. (Freud)
- Behavioristische invalshoek
Mens van buitenaf bestuderen met nadruk op direct waarneembare feiten.
S-R denken (stimulus respons).
- Neobehaviorisme
Ook innerlijke factoren bepalen gedrag.
S-O-R denken (O = organisme = black box)
- Humanistische invalshoek
Gedrag wordt beïnvloed door ons zelfbeeld en behoefte aan persoonlijke groei en
vervulling.
- Socioculturele invalshoek
Aanwezigheid van andere beïnvloed ons gedrag.
, - Ontwikkelingspsychologische hoek
Gedrag is het gevolg van interactie tussen de erfelijke eigenschappen die in onze
genen zijn vastgelegd en de invloed van onze omgeving (nature – nurture).
samenspel met neurowetenschappelijke onderbouw.
Werkveld van psychologen
- Theoretische psycholoog (onderzoek)
- Toegepaste psycholoog (kennis gebruiken)
Klinische psychologen
Arbeids- en organisatiepsychologen
Schoolpsychologen
Sportpsychologen
Forensische psychologen
Relatie tussen psychologie en andere disciplines
Sociologie – antropologie – psychiatrie
Kritisch denken over psychologie
pseudopsychologie = niet onderbouwde psychologische aannamen die als
wetenschappelijke waarheden worden gepresenteerd.
- Wat is de bron?
- Is de bewering redelijk / extreem?
- Wat is het bewijsmateriaal?
- Kan de conclusie beïnvloed zijn door bias?
Emotionele bias = neiging om te oordelen gebaseerd op attitudes en gevoelens
ipv op rationele analyse van het bewijsmateriaal.
Bevestigingsbias = neiging om informatie die niet bij je opvatting aansluit te
negeren of te bekritiseren en om ipv daarvan informatie te zoeken waar je het
wel mee eens bent.
Soorten psychologisch onderzoek
- Experiment
Manipulatie van de werkelijkheid.
- Correlatieonderzoek
Zoeken naar experimenten die reeds hebben plaatsgevonden en je gaat achteraf na
of er een mogelijke verklaring voor te vinden is.
Positieve correlatie (meer roken = meer kans op kanker)
, Negatieve correlatie (meer sociale steun = minder stress)
Geen correlatie
- Surveys
- Natuurlijke observaties
- Gevalsstudies
Bestudeert een of meer variabelen bij een zeer beperkt aantal personen.
De waarneming
Situering
Waarnemen = eigen constructie = beeld dat onze hersenen zelf creëren op basis van de
informatie die ze vanuit de zintuigen toegespeeld krijgen objectieve werkelijkheid.
Waarnemingsproces
Hersenen aangepaste hulpmiddelen: zintuigen.
Zintuigen:
- Kunnen zelf niks waarnemen.
- Soort energie waarvoor zij gevoelig zijn omzetten in monotone reeksen
zenuwsignalen.
Transductie = fysische energie wordt omgezet in neurale impulsen.
Sensatie = stimulus bereikt passende zintuig en activeert de gespecialiseerde neuronen
(receptoren) in dat zintuig.
Perceptie = hersenen halen informatie uit de neurale impulsen over de elementaire
kenmerken van de stimulus = interpretatie sensatie = betekenis geven.
Stimulatie sensatie perceptie
Wetmatigheden
- Selectief proces
- Structurerende activiteit
- Interpreteren
Wat we waarnemen omvat tegelijk meer en minder dan de prikkels die op de zintuigen
inwerken.
Inleiding in de psychologie
Een definitie
Biopsychosociaal model
Psychologie = de wetenschap van het gedrag en de mentale processen van het individu.
Geschiedenis
Griekse filosofen (geen wetenschappelijke onderbouw) Wundt (experimentele methode)
Titchener (structuralisme: introspectie: analyseren van de structuren van de geest)
kritiek (functionalisme: dagelijkse structuren trachten te hanteren)
Hedendaagse psychologische perspectieven
- Biologische invalshoek
Oorzaken van het gedrag zoeken in de manier waarop het zenuwstelsel en het
hormonale stelsel functioneren. (neurowetenschappen)
- Evolutionaire invalshoek
Je hebt een aantal psychische en gedragskenmerken geërfd van je voorouders uit een
heel ver verleden.
- Cognitieve invalshoek
Gedrag wordt bepaald door de manier waarop we ervaringen interpreteren.
- Psychodynamische invalshoek
Gedrag wordt bepaald door de energie van irrationele verlangens. (Freud)
- Behavioristische invalshoek
Mens van buitenaf bestuderen met nadruk op direct waarneembare feiten.
S-R denken (stimulus respons).
- Neobehaviorisme
Ook innerlijke factoren bepalen gedrag.
S-O-R denken (O = organisme = black box)
- Humanistische invalshoek
Gedrag wordt beïnvloed door ons zelfbeeld en behoefte aan persoonlijke groei en
vervulling.
- Socioculturele invalshoek
Aanwezigheid van andere beïnvloed ons gedrag.
, - Ontwikkelingspsychologische hoek
Gedrag is het gevolg van interactie tussen de erfelijke eigenschappen die in onze
genen zijn vastgelegd en de invloed van onze omgeving (nature – nurture).
samenspel met neurowetenschappelijke onderbouw.
Werkveld van psychologen
- Theoretische psycholoog (onderzoek)
- Toegepaste psycholoog (kennis gebruiken)
Klinische psychologen
Arbeids- en organisatiepsychologen
Schoolpsychologen
Sportpsychologen
Forensische psychologen
Relatie tussen psychologie en andere disciplines
Sociologie – antropologie – psychiatrie
Kritisch denken over psychologie
pseudopsychologie = niet onderbouwde psychologische aannamen die als
wetenschappelijke waarheden worden gepresenteerd.
- Wat is de bron?
- Is de bewering redelijk / extreem?
- Wat is het bewijsmateriaal?
- Kan de conclusie beïnvloed zijn door bias?
Emotionele bias = neiging om te oordelen gebaseerd op attitudes en gevoelens
ipv op rationele analyse van het bewijsmateriaal.
Bevestigingsbias = neiging om informatie die niet bij je opvatting aansluit te
negeren of te bekritiseren en om ipv daarvan informatie te zoeken waar je het
wel mee eens bent.
Soorten psychologisch onderzoek
- Experiment
Manipulatie van de werkelijkheid.
- Correlatieonderzoek
Zoeken naar experimenten die reeds hebben plaatsgevonden en je gaat achteraf na
of er een mogelijke verklaring voor te vinden is.
Positieve correlatie (meer roken = meer kans op kanker)
, Negatieve correlatie (meer sociale steun = minder stress)
Geen correlatie
- Surveys
- Natuurlijke observaties
- Gevalsstudies
Bestudeert een of meer variabelen bij een zeer beperkt aantal personen.
De waarneming
Situering
Waarnemen = eigen constructie = beeld dat onze hersenen zelf creëren op basis van de
informatie die ze vanuit de zintuigen toegespeeld krijgen objectieve werkelijkheid.
Waarnemingsproces
Hersenen aangepaste hulpmiddelen: zintuigen.
Zintuigen:
- Kunnen zelf niks waarnemen.
- Soort energie waarvoor zij gevoelig zijn omzetten in monotone reeksen
zenuwsignalen.
Transductie = fysische energie wordt omgezet in neurale impulsen.
Sensatie = stimulus bereikt passende zintuig en activeert de gespecialiseerde neuronen
(receptoren) in dat zintuig.
Perceptie = hersenen halen informatie uit de neurale impulsen over de elementaire
kenmerken van de stimulus = interpretatie sensatie = betekenis geven.
Stimulatie sensatie perceptie
Wetmatigheden
- Selectief proces
- Structurerende activiteit
- Interpreteren
Wat we waarnemen omvat tegelijk meer en minder dan de prikkels die op de zintuigen
inwerken.