100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting systeemgericht werken in sociale beroepen

Rating
-
Sold
1
Pages
17
Uploaded on
18-11-2021
Written in
2021/2022

Samenvatting van de hoofdstukken 1 t/m 6 en 8. In het Nederlands geschreven. Gebruikt voor het tentamen: Systemisch & Contextueel werken. NHLStenden. Colleges zijn toegevoegd.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
1 t/m 6 en 8
Uploaded on
November 18, 2021
Number of pages
17
Written in
2021/2022
Type
Summary

Subjects

Content preview

SAMENVATTING SYSTEEMGERICHT
WERKEN IN SOCIALE BEROEPEN
HOOFDSTUK 1, PERSPECTIEVEN OP GEDRAG

Systeemgericht werken: gedrag interpreteren als een logische reactie op wat er in het systeem gebeurt. Je kijkt
naar verschillende perspectieven.

1.2 PSYCHODYNAMISCHE PERSPECTIEF

Benadrukt de invloed van vroege jeugdervaringen en onbewuste processen op ons gedrag. En richt zich met
name op het verklaren van psychische problemen. Freud is de grondlegger.
volgens Freud wordt het gedrag van mensen in grote mate bepaald door onbewuste driften. Hij onderscheidt
drie lagen in de persoonlijkheid:

 Id: is al direct bij de geboorte aanwezig en bestaat uit driften. Een drift is een dynamische psychische
kracht die aanzet tot gedrag. Levensdrift zet aan tot liefhebben. Doodsdrift tot vernietigen en agressie.
 Ego: ontwikkelt zich in de peutertijd. Ontwikkelt zich over een lange periode, waarin een kind
bijvoorbeeld leert om te gaan met frustratie. Als het ego voldoende is ontwikkeld, beseft het kind dat
het iemand is. Mentaliseren: het vermogen om na te denken over eigen innerlijke wereld en die van
anderen.
 Superego: in de kleutertijd ontwikkelt deze zich. Het bestaat uit het geweten: bewuste en onbewuste
normen en uit het ideaal-ik: omvat een beeld van hoe je in het ideale geval zou zijn. het superego
ontwikkelt zich door het internaliseren van de normen van de ouders. Die leren je wat goed en fout is.
na enige tijd geldend deze normen voor jou ook als normaal.

Ego is een bemiddeling voor wanneer de driften en de superego met elkaar in tegenspraak zijn. Het ego kan
reageren met afweermechanismen: onbewuste strategieën waarmee ongewenste gevoelens en herinneringen
buiten het bewustzijn worden gehouden. Bijvoorbeeld verdringing, ontkenning, verschuiving en projectie.

Freud onderscheidde vijf leeftijdsgebonden psychoseksuele ontwikkelingsstadia, waarin een bepaald
lichaamsdeel geassocieerd is met een behoefte die in dat stadium centraal staat. 0 jaar: orale fase, 18 maand:
anale fase, 4 jaar: fallische fase. Freud koppelde psychische problemen aan deze ontwikkelingsfasen. Fixatie:
als er in bepaalde fasen moeilijkheden zijn die dan stagneren. Regressie: terugval naar een eerdere
ontwikkelingsfase.

Overdracht: verschijnsel dat onbewuste ervaringen van vroeger in de huidige situatie worden overgedragen.
Tegenoverdracht: heeft betrekking op gevoelens van de professional in het contact.

Gevalsbeschrijvingen: gedetailleerde beschrijvingen van de behandeling van een bepaalde client.
Projectietest: een plaatje laten zien en vragen wat de client daar in ziet.

Klassieke psychoanalyse: gericht op het bewust maken van verdrongen herinneringen en het doorvoelen van
de betekenis daarvan. Wordt nauwelijks meer toegepast. Het is erg lang en intensief en leiden niet altijd tot
verbetering.
Psychodynamische psychotherapie: is meer gericht op actuele relaties.

,1.3 BEHAVIORISTISCHE PERSPECTIEF

Benadrukt de invloed van leerervaringen op ons gedrag. Het richt zich op het waarneembare gedrag.
Onbewuste processen vonden ze niet bij psychologie horen.
Wat er tussen stimulus en respons gebeurt het de Blackbox: dat zijn dingen die je niet wetenschappelijk kunt
bestuderen.

Pavlov bedacht de Klassieke conditionering: Dat is leren door associatie:
koppelen, met elkaar in verbinding brengen. Hij probeerde honden te laten
kwijlen op een willekeurige neutrale stimulus die niks met kwijlen te maken
heeft. In het experiment was voedsel een Ongeconditioneerde stimulus,
een prikkel die een natuurlijke respons uitlokt. Als je eet, maakt je lichaam
zelf al speeksel aan. Steeds als de honden eten kregen, liet hij ook een
geluid horen. Na verloop van tijd kwijlden de honden bij het horen van het
geluid: geconditioneerde stimulus. De reactie op het geluid noemt hij
geconditioneerde respons.


Operant conditioneren is leren door de gevolgen van gedrag. Wet van effect: dat gedrag dat een positief
resultaat oplevert, eerder wordt herhaald dan gedrag dat gen of een negatief resultaat oplevert. Bij
bekrachtiging heeft gedrag een aangenaam gevolg en neemt de kans op herhaling toe.


 Negatieve(weghalen) beloning: is leuk, haalt iets onprettig weg, want negatief haalt iets weg.
Bijvoorbeeld huisarrest weghalen. Negatief dus weghalen, beloning want de eindstand is leuk.
 Positieve(toedienen) beloning: er komt iets bij, want het is positief en de eindstand is een beloning.
Bijvoorbeeld, moeder speelt met het kind, omdat de kamer is opgeruimd. De moeder doet dient iets
toe en de eindstand is heel leuk.
 Positieve straf: er komt iets bij en de eindstand is straf. De bal komt bij de buurman in de tuin en die
steekt hem lek.
 Negatieve straf: er wordt iets weg gehaald en de eindstand is niet leuk. Ouders zetten de tv uit, omdat
het kind op de duim zuigt.

Skinner bedacht variabel bekrachtigingsschema: een actie die soms iets oplevert en soms niet, zorgt voor
langdurige pogingen. Zoals gokken.
Bandura toonde aan dat stimuli niet noodzakelijk is om te kunnen leren. Leren kan ook van anderen. Dat heet
sociaal leren/ leren door imitatie of observerend leren.

Observatie is de meest voor de hand liggende manier om vanuit een behavioristisch perspectief gegevens te
verzamelen. Ze gebruiken ook laboratoriumexperimenten: daarbij vergelijk je twee condities die gelijk zijn, op
1 ding na.

, 1.4 COGNITIEVE PERSPECTIEFF

Benadrukt de invloed van cognitieve processen op gedrag. Het richt zich op de informatieverwerkingsprocessen
die tussen de stimulus en respons plaatsvinden. Een centraal concept is cognitieve schema: samenhangend
cluster van informatie over een bepaald onderwerp. Bij het woord ‘stoel’ wet je wat er mee bedoeld wordt.
Piaget heeft schema’s centraal staan hiervoor. Hij iet de cognitieve ontwikkeling als een proces van adaptie:
waarbij schema’s zich ontwikkelen aan de hand van ervaringen. Als een kind schrikt van een hond, kan het
schema ‘hond’ uitbreiden tot eng. Dit proces, waarbij een schema door een ervaring verandert heet:
accommodatie.
het nieuwe schema kan de waarneming van alle andere honden beïnvloeden. Die worden dan allemaal gezien
als gevaarlijk. Dit vertekenen van de waarneming op basis van een bestaan schema heet Assimilatie.

Constructivisme: stroming die stelt dat mensen hun eigen werkelijkheid creëren. Wat wij voor de werkelijkheid
houden, is het resultaat van een waarnemingsproces. Het is niet de werkelijkheid zelf.

Vragenlijsten zijn goed om achter de mentale toestand van iemand te komen en te kijken hoe iemand ergens
tegenaan kijkt. Psychologische tests geven een objectiever beeld. Daar zit vaak betrouwbaar en valide in
verwerkt.
Betrouwbaarheid: dat je elke keer dat er iemand een test afneemt, dezelfde uitkomst is.
Valide: dat je meet wat je wilt meten.

1.5 CLIENTGERICHTE PERSPECTIEF

Benadrukt keuzevrijheid en het belang van authentiek contact bij het
vormgeven van het eigen leven. Humanisme is een levensbeschouwing
die de mensen centraal staan.
Zelfactualisering: de mens is er op uit om talenten te ontwikkelen en om
te worden wie hij is.
Maslow stelde dat zelfactualisering pas plaatsvindt nadat aan meer
basale behoeften is voldaan. Hij bedacht de behoeftepiramide ->

Volgens Rogers zijn bij psychologische problemen de interne dialoog
verstoord. Dat is het contact met de innerlijke ervaring. Dat maakt het communiceren met anderen heel
moeilijk: externe dialoog.

Kwantitatief onderzoek: objectief en op groepsniveau meten. Zo veel mogelijk mensen.
Kwalitatief: individueel meten en heel uitgebreid.
Counseling: ondersteuningsvorm waarbij je inhoudelijk niet stuurt. Het gesprek gaat dan in de richting die de
client fijn vindt.

Rogers omschreef een clientgerichte basishouding als een houding die gekenmerkt wordt door:

 Echtheid: open zijn en in vrijheid vertellen wat je denkt en voelt.
 Onvoorwaardelijke acceptatie: client zonder voorbehoud waarderen om wie hij is.
 Empathie: oprecht proberen te begrijpen en in te leven in de client.

De clientgerichte basishouding houdt in dat je je niet verschilt achter een sociaal wenselijke of professionele
rol, maar open contact maakt van mens tot mens.

Vanuit daar bedacht Gordon de Gordonsmethode: ondanks ouders en kinderen niet dezelfde leeftijd hebben,
toch naar elkaar moeten luisteren en respect moeten hebben. Wanneer je het kind wilt aanspreken kan dat
beter met een zin beginnen met “ik”. Ik zou willen dat je…

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
britthaytema NHL Stenden Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
33
Member since
5 year
Number of followers
31
Documents
9
Last sold
6 months ago

3.0

3 reviews

5
0
4
2
3
0
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions