Nederlands SE
Stijlfiguren
Eufemisme
Gebruiken om iets wat niet zo prettig of netjes is op een verzachtende manier te
zeggen, zonder iemand te kwetsen. Voorbeeld:
1) Gisteren hebben we opa naar zijn laatste rustplaats gebracht.
Understatement
Het eufemisme lijkt erg op het understatement, het verschil zit hem in de spot, bij
een understatement verklein of verzwak je iets op een spottende manier.
Voorbeeld:
1) De Duitsers waren in 1940 in ons land niet welkom.
2) Een vrije school is wat minder goed in de organisatie.
Litotes
Lijkt op een understatement, je ontkent of verkleint iets om het gene wat je bedoelt
meer uit te laten komen. Voorbeeld:
1) Ze kunnen er niet om lachen.
Nederlands SE 1
, 2) Daar ben ik niet blij mee.
Hyperbool
Een gepaste overdrijving, je gebruikt een hyperbool om iets te laten opvallen, vaak
heeft het een komisch effect. Voorbeeld:
1) In Nederland regent het 29 van de 30 dagen.
2) Je wordt doodgegooid met informatie over de verkiezingen.
Prolepsis (vooropplaatsing)
Je zet hierbij een woordgroep of woord vooraan in de zin, daardoor leg je der
nadruk op en ontstaat er spanning. Voorbeeld:
1) Die etterbak, die wil ik even niet meer zien.
2) Deze foto, ik had die liever niet geplaatst.
Repetito (herhaling)
Je herhaalt woorden om ze extra aandacht te geven. Voorbeeld:
1) Geld, geld is het enige wat hem bezig houdt.
2) Ja, ja je kunt me nog meer vertellen.
Tautologie
Je zegt 2 keer het zelfde met verschillende woorden, ongeveer dezelfde betekenis,
behoren tot dezelfde woordsoort. Voorbeeld:
1) De kinderen zijn aan het schreeuwen en gillen.
2) Zij kennen daar heg noch steg.
Pleonasme
Je zegt 2 keer ongeveer hetzelfde met verschillende woorden, de betekenis wordt
versterkt door bijv een overbodig bijvoeglijk naamwoord. Wordt gebruikt om iets te
benadrukken. Voorbeeld:
1) Een ronde cirkel.
2) De gele zonnebloem.
Contaminatie
Als je 2 woorden / uitdrukkingen vermengt of verward. Voorbeeld:
Nederlands SE 2
Stijlfiguren
Eufemisme
Gebruiken om iets wat niet zo prettig of netjes is op een verzachtende manier te
zeggen, zonder iemand te kwetsen. Voorbeeld:
1) Gisteren hebben we opa naar zijn laatste rustplaats gebracht.
Understatement
Het eufemisme lijkt erg op het understatement, het verschil zit hem in de spot, bij
een understatement verklein of verzwak je iets op een spottende manier.
Voorbeeld:
1) De Duitsers waren in 1940 in ons land niet welkom.
2) Een vrije school is wat minder goed in de organisatie.
Litotes
Lijkt op een understatement, je ontkent of verkleint iets om het gene wat je bedoelt
meer uit te laten komen. Voorbeeld:
1) Ze kunnen er niet om lachen.
Nederlands SE 1
, 2) Daar ben ik niet blij mee.
Hyperbool
Een gepaste overdrijving, je gebruikt een hyperbool om iets te laten opvallen, vaak
heeft het een komisch effect. Voorbeeld:
1) In Nederland regent het 29 van de 30 dagen.
2) Je wordt doodgegooid met informatie over de verkiezingen.
Prolepsis (vooropplaatsing)
Je zet hierbij een woordgroep of woord vooraan in de zin, daardoor leg je der
nadruk op en ontstaat er spanning. Voorbeeld:
1) Die etterbak, die wil ik even niet meer zien.
2) Deze foto, ik had die liever niet geplaatst.
Repetito (herhaling)
Je herhaalt woorden om ze extra aandacht te geven. Voorbeeld:
1) Geld, geld is het enige wat hem bezig houdt.
2) Ja, ja je kunt me nog meer vertellen.
Tautologie
Je zegt 2 keer het zelfde met verschillende woorden, ongeveer dezelfde betekenis,
behoren tot dezelfde woordsoort. Voorbeeld:
1) De kinderen zijn aan het schreeuwen en gillen.
2) Zij kennen daar heg noch steg.
Pleonasme
Je zegt 2 keer ongeveer hetzelfde met verschillende woorden, de betekenis wordt
versterkt door bijv een overbodig bijvoeglijk naamwoord. Wordt gebruikt om iets te
benadrukken. Voorbeeld:
1) Een ronde cirkel.
2) De gele zonnebloem.
Contaminatie
Als je 2 woorden / uitdrukkingen vermengt of verward. Voorbeeld:
Nederlands SE 2