Anatomie/pathologie
Spijsverteringsstelsel deel 2
Vetvertering:
- Lipase knipt telkens 1 tot 3 vetzuurstaarten van glycerol af
- De vetzuren worden in de darm voorzien van een eiwitmantel om ze beter
oplosbaar te maken en worden als lipoproteïnen opgenomen in het bloed
Eiwitvertering:
Groot voedingseiwit > 1000 aminozuren = proteïne
- Peptidase knipt telkens een stukje van het eiwit molecuul af
Maag:
Ligging: linksboven in de buikholte tegen het middenrif
- Voorzijde bedekt door linker leverkwab
- Erachter ligt de alvleesklier
- In het maagslijmvlies zitten verschillende cellen die ieder een ander product
maken
- Cellen die slijm produceren: slijm beschermd de maagwand tegen zoutzuur
- Cellen die pepsinogeen maken: in de maag vindt de reactie pepsinogeen +
zoutzuur -> pepsine plaats
- Cellen die zoutzuur maken
Dunne darm:
Functie:
- Eindvertering voedsel
- Resorptie (opname voedingsstoffen)
- Transport naar de dikke darm
Dunne darm bestaat uit:
- Twaalfvingerige darm = duodenum
- Nuchtere darm = jejunum
Is 2 meter lang
- Kronkeldarm = ileum
Is 3,5 meter lang
Galblaas en afvoergang van de alvleesklier komen uit in de 12-vingerige darm
Die plek heet de papil van Vater
Wand dunne darm:
Slijmvlies = mucosa
Bindweefsel = submucosa
2 lagen spieren lengte en kringspieren voor
peristaltiek
Oppervlakte vergroting:
- Oppervlakte vergroting door plooiten
- Op de plooien darmvlokken villi
, - Op een darmvlok epitheelcellen met microvilli
Darmvlok: aanvoerende slagader
Afvoerende slagader
Lymfevat voor vetzuren
Functies dunne darm:
- Voortbewegen en kneden van het voedsel
- Toevoegen van gal
- Toevoegen van alvleeskliersappen
- Afscheiden van darmsappen
- Resorptie van voedingsstoffen
Functies 12-vingerige darm:
- Afgifte van gal
- Afgifte van alvleeskliersap
- Beide uitmondingen van afvoergangen komen uit op de papil van Vater met
kringspier: sfincter van Oddi
Alvleesklier sap:
Bevat de volgende stoffen:
- Natriumcarbonaat (neutraliseert maagzuur)
- Amylase splitst zetmeel
- Proteïnasen splitst eiwtten
- Lipase splits vetten
Darmsap:
- In de dunne darm wordt darmsap gemaakt met enzymen:
Peptidasen laatste stap in de eiwitvertering
Disacharidasen splitst de laat;
- Lactose
- Sacharose
- Maltase
Erepsine splitst de eiwitten tot aminozuren
Dikke darm:
- Is 1,5 meter lang
- Bestaat uit:
Blinde darm met wormvormig aanhangsel (appendix)
Karteldarm
Opstijgend deel = colon ascendens
Dwarse deel = colon transversum
Dalend deel = colon descendens
S-vormig deel = colon sigmoideum (sigmoid)
Rectum = endeldarm
Wand van de dikke darm:
- Vergelijkbaar met die van de dunne darm
- Zijn alleen geen villi!
Spijsverteringsstelsel deel 2
Vetvertering:
- Lipase knipt telkens 1 tot 3 vetzuurstaarten van glycerol af
- De vetzuren worden in de darm voorzien van een eiwitmantel om ze beter
oplosbaar te maken en worden als lipoproteïnen opgenomen in het bloed
Eiwitvertering:
Groot voedingseiwit > 1000 aminozuren = proteïne
- Peptidase knipt telkens een stukje van het eiwit molecuul af
Maag:
Ligging: linksboven in de buikholte tegen het middenrif
- Voorzijde bedekt door linker leverkwab
- Erachter ligt de alvleesklier
- In het maagslijmvlies zitten verschillende cellen die ieder een ander product
maken
- Cellen die slijm produceren: slijm beschermd de maagwand tegen zoutzuur
- Cellen die pepsinogeen maken: in de maag vindt de reactie pepsinogeen +
zoutzuur -> pepsine plaats
- Cellen die zoutzuur maken
Dunne darm:
Functie:
- Eindvertering voedsel
- Resorptie (opname voedingsstoffen)
- Transport naar de dikke darm
Dunne darm bestaat uit:
- Twaalfvingerige darm = duodenum
- Nuchtere darm = jejunum
Is 2 meter lang
- Kronkeldarm = ileum
Is 3,5 meter lang
Galblaas en afvoergang van de alvleesklier komen uit in de 12-vingerige darm
Die plek heet de papil van Vater
Wand dunne darm:
Slijmvlies = mucosa
Bindweefsel = submucosa
2 lagen spieren lengte en kringspieren voor
peristaltiek
Oppervlakte vergroting:
- Oppervlakte vergroting door plooiten
- Op de plooien darmvlokken villi
, - Op een darmvlok epitheelcellen met microvilli
Darmvlok: aanvoerende slagader
Afvoerende slagader
Lymfevat voor vetzuren
Functies dunne darm:
- Voortbewegen en kneden van het voedsel
- Toevoegen van gal
- Toevoegen van alvleeskliersappen
- Afscheiden van darmsappen
- Resorptie van voedingsstoffen
Functies 12-vingerige darm:
- Afgifte van gal
- Afgifte van alvleeskliersap
- Beide uitmondingen van afvoergangen komen uit op de papil van Vater met
kringspier: sfincter van Oddi
Alvleesklier sap:
Bevat de volgende stoffen:
- Natriumcarbonaat (neutraliseert maagzuur)
- Amylase splitst zetmeel
- Proteïnasen splitst eiwtten
- Lipase splits vetten
Darmsap:
- In de dunne darm wordt darmsap gemaakt met enzymen:
Peptidasen laatste stap in de eiwitvertering
Disacharidasen splitst de laat;
- Lactose
- Sacharose
- Maltase
Erepsine splitst de eiwitten tot aminozuren
Dikke darm:
- Is 1,5 meter lang
- Bestaat uit:
Blinde darm met wormvormig aanhangsel (appendix)
Karteldarm
Opstijgend deel = colon ascendens
Dwarse deel = colon transversum
Dalend deel = colon descendens
S-vormig deel = colon sigmoideum (sigmoid)
Rectum = endeldarm
Wand van de dikke darm:
- Vergelijkbaar met die van de dunne darm
- Zijn alleen geen villi!