5.2 de kerstening van Europa
Bekende missionarissen
Willibrord was een Engelse missionaris die probeerden de Friezen tot het Christendom te bekeren.
De Friezen zaten daar niet op te wachten. Bonifatius was ook een Engelse missionaris die probeerde
de Friezen te bekeren. Dit lukte niet: in 754 werd hij door de Friezen in Dokkum vermoord.
Germanen & Kerstening
De Germanen werden heidenen genoemd omdat ze nog niet in de christelijke god geloofden. De
bekering tot het Christendom werd ook wel kerstening genoemd.
Heel Europa Christelijk
De kerstening van de Germanen ging nog niet zo makkelijk. Pas toen Karel de Grote met een leger de
Germanen onderwierp accepteerden de stammen het nieuwe geloof.
De vermenging van culturen
De Germaanse cultuur mengt met de Christelijke cultuur. Oude Germaanse feesten veranderen in
christelijke feesten.
Invloedrijke geestelijken
Er ontstond een nieuwe stand in Europa, de geestelijkheid. De geestelijken zoals; bisschoppen,
priesters en pastoors hadden de leiding over de kerk. Daardoor hadden ze veel invloed.
De rijke kerk
Vorsten en Edelen wilden graag in de hemel komen, daarom gaven ze veel geschenken aan de kerk.
De kerk werd hierdoor steenrijk.
5.3 machtige heren, halfvrije boeren
Hofstelsel
Een dorp met landbouwgrond heette een domein. De heer, bijvoorbeeld een ridder, was de baas van
een domein: alle grond was van hem. Hij woonde soms in een donjon, een soort kasteel en soms in
een vroonhof, de grote boerderij van de heer in het dorp. In het hofstelsel was het domein in twee
stukken verdeeld. Het ene deel van de grond was verpacht (verhuurd) aan horige boeren voor eigen
opbrengst. Zij moesten een deel van de opbrengst als pacht (belasting) betalen. De opbrengst van
het andere deel was volledig van de heer.
Het drieslagstelsel
Als landbouwgrond elk jaar wordt gebruikt, dan wordt de grond onvruchtbaar, waardoor de oogst
steeds minder werd. Met het drieslagstelsel werd de grond in drie delen verdeeld. Waarbij elk jaar
één stuk niet werd gebruikt. (braak) Hierdoor kon de grond herstellen en werd de opbrengst hoger.
Veel plichten, weinig rechten
Iedereen op het domein van de heer hoorde bij het domein. De boeren waren horige van de heer: ze
moesten gehoorzaam zijn. Om op de grond van de heer te kunnen wonen, moest je pacht betalen.
De horigen waren ook verplicht om herendiensten, klusjes, te doen. Een horige moest overal
toestemming voor vragen, ook om te trouwen. Een gevluchte horige was na een jaar en een dag een
vrije boer.
Bekende missionarissen
Willibrord was een Engelse missionaris die probeerden de Friezen tot het Christendom te bekeren.
De Friezen zaten daar niet op te wachten. Bonifatius was ook een Engelse missionaris die probeerde
de Friezen te bekeren. Dit lukte niet: in 754 werd hij door de Friezen in Dokkum vermoord.
Germanen & Kerstening
De Germanen werden heidenen genoemd omdat ze nog niet in de christelijke god geloofden. De
bekering tot het Christendom werd ook wel kerstening genoemd.
Heel Europa Christelijk
De kerstening van de Germanen ging nog niet zo makkelijk. Pas toen Karel de Grote met een leger de
Germanen onderwierp accepteerden de stammen het nieuwe geloof.
De vermenging van culturen
De Germaanse cultuur mengt met de Christelijke cultuur. Oude Germaanse feesten veranderen in
christelijke feesten.
Invloedrijke geestelijken
Er ontstond een nieuwe stand in Europa, de geestelijkheid. De geestelijken zoals; bisschoppen,
priesters en pastoors hadden de leiding over de kerk. Daardoor hadden ze veel invloed.
De rijke kerk
Vorsten en Edelen wilden graag in de hemel komen, daarom gaven ze veel geschenken aan de kerk.
De kerk werd hierdoor steenrijk.
5.3 machtige heren, halfvrije boeren
Hofstelsel
Een dorp met landbouwgrond heette een domein. De heer, bijvoorbeeld een ridder, was de baas van
een domein: alle grond was van hem. Hij woonde soms in een donjon, een soort kasteel en soms in
een vroonhof, de grote boerderij van de heer in het dorp. In het hofstelsel was het domein in twee
stukken verdeeld. Het ene deel van de grond was verpacht (verhuurd) aan horige boeren voor eigen
opbrengst. Zij moesten een deel van de opbrengst als pacht (belasting) betalen. De opbrengst van
het andere deel was volledig van de heer.
Het drieslagstelsel
Als landbouwgrond elk jaar wordt gebruikt, dan wordt de grond onvruchtbaar, waardoor de oogst
steeds minder werd. Met het drieslagstelsel werd de grond in drie delen verdeeld. Waarbij elk jaar
één stuk niet werd gebruikt. (braak) Hierdoor kon de grond herstellen en werd de opbrengst hoger.
Veel plichten, weinig rechten
Iedereen op het domein van de heer hoorde bij het domein. De boeren waren horige van de heer: ze
moesten gehoorzaam zijn. Om op de grond van de heer te kunnen wonen, moest je pacht betalen.
De horigen waren ook verplicht om herendiensten, klusjes, te doen. Een horige moest overal
toestemming voor vragen, ook om te trouwen. Een gevluchte horige was na een jaar en een dag een
vrije boer.